Kenmerken

Conditie
Zo goed als nieuw
Herkomst
België
Jaar (oorspr.)
2008
Auteur
zie beschrijving

Beschrijving

||boek: Het verdriet van België|Roman|De Bezige Bij

||door: Hugo Claus

||taal: nl
||jaar: 2008
||druk: 29e druk
||pag.: 715p
||opm.: hardcover|zo goed als nieuw|zónder flap

||isbn: 978-90-234-2873-2
||code: 1:000460

--- Over het boek (foto 1): Het verdriet van België ---

Het verdriet van België omspant de periode 1939-1947: vrede, oorlog en vrede. Louis Seynaeve is elf jaar een leerling op een nonneninternaat. Verwarring, hunkering en bedrog vormen zijn jongensjaren in de schoot van een kleurrijke en verbazingwekkende familie. Het Vlaamse leven in deze historische crisisperiode van oorlog, collaboratie en over leven wordt door Hugo Claus in een stroom van groteske en ontroerende verhalen opgeroepen, in een even complexe als meeslepende roman, die het hoofdwerk van zijn oeuvre mag worden genoemd.

[bron: https--www.bol.com]

Editie ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum van Het verdriet van België

'Het moet een boek worden over het leven in Vlaanderen zoals ik dat gekend heb, maar zoals het nu niet meer bestaat.'

Dat zei Hugo Claus een kleine tien jaar voordat hij Het verdriet van België voltooide: gedeeltelijk een bildungsroman gebaseerd op zijn eigen jeugd, gedeeltelijk ook een boek dat een beeld geeft van de politieke verhoudingen in België tijdens de Tweede Wereldoorlog. Maar bovenal een boek over de groezeligheid van de waarneming, de onbetrouwbaarheid, de twijfel en het verraad.

De hoofdpersoon van het verhaal, Louis Seynaeve, is elf jaar en leerling op een nonneninternaat. Verwarring, hunkering en bedrog vormen zijn jongensjaren en alleen door te fantaseren, de werkelijkheid geweld aan te doen kan hij overleven. Het leven in de Tweede Wereldoorlog wordt door Claus opgeroepen in een even complexe als meeslepende roman, die met recht het hoofdwerk uit zijn oeuvre mag worden genoemd.

De publicatie in maart 1983 zorgde in de pers voor een nooit eerder geziene hype. Het boek werd onmiddellijk een grote bestseller en heeft in de voorbije decennia ook in het buitenland veel succes geoogst. Het verdriet van België kan met recht tot een van de klassiekers uit de moderne internationale literatuur worden gerekend.

[bron: https--www.standaardboekhandel.be/p/het-verdriet-van-belgi-9789023428732]

Het verdriet van België is een roman van de Belgische auteur Hugo Claus, voor het eerst verschenen in 1983 bij uitgeverij De Bezige Bij. Het werk wordt algemeen als zijn magnum opus beschouwd. De roman schildert een niet erg vleiend portret van een Vlaamse collaborerende familie in de jaren voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog, maar het is ook een bildungsroman over een eigenzinnige adolescent die besluit om schrijver te worden.

In Het verdriet van België beschrijft Claus de jongensjaren van hoofdpersoon Louis Seynaeve, leerling op een nonneninternaat en telg uit een verbazingwekkende en grotesk getekende familie. Verwarring, hunkering en bedrog zijn Louis' deel en uit alle macht probeert hij duidelijkheid te vinden in de verwarring en leugenachtigheid om hem heen. Alleen door te fantaseren, de werkelijkheid geweld aan te doen, kan hij overleven.

Het verdriet van België kan deels beschouwd worden als een experimentele bildungsroman, gebaseerd op Claus' eigen jeugd, bestaande uit een stroom van opeenvolgende verhalen. Tevens is het een portret van het Vlaamse leven in de periode 1939 tot 1947 en de crisisachtige politieke verhoudingen in die tijd. Bovenal is het echter een boek over de groezeligheid van de waarneming, de onbetrouwbaarheid, de twijfel, collaboratie en verraad. De fantasie van de hoofdpersoon en de werkelijkheid lopen frequent door elkaar heen; soms wordt de lezer in het ongewisse gehouden waar de grens tussen beide ligt.

De roman is opgebouwd uit twee delen:

  • Het Verdriet bestaat uit 27 genummerde en getitelde korte hoofdstukken. Dit deel is geschreven vanuit het perspectief van Louis en ondertekend in november 1947. Hij schrijft over zichzelf in de hij-vorm en de verleden tijd, al schakelt hij voor sommige fantasiescènes over naar de ik-vorm en de tegenwoordige tijd (vb. hoofdstuk 2).
  • Van België is niet in hoofdstukken opgedeeld en hanteert een wisselend vertelperspectief: personaal voor Louis' persoonlijke belevenissen, alwetend voor de historische gebeurtenissen op de achtergrond, en de ik-vorm voor de ingelaste dagboekfragmenten en brieven.

Het verdriet

Louis Seynaeve, een jongen die elf wordt in april 1939, zit op een nonnenpensionaat in Haarbeke. Hij en zijn vrienden Vlieghe, Dondeyne en Byttebier noemen zichzelf de Vier Apostelen. Ze bezitten zeven "Verboden Boeken". Louis krijgt bezoek van zijn vader Staf, zijn peter en Holst. Ze vertellen Louis dat zijn moeder van de trap gevallen is - eigenlijk is ze zwanger. Peter wordt kwaad wanneer hij een sticker van Rex ziet op Stafs gele DKW.

Onder het strenge bewind van de nonnen vlucht Louis in een fantasiewereld. Hij gelooft dat Holst een engel is, en vertelt over de Miezers, kwaadaardige wezens die altijd lachen. Na een inwijdingsritueel wordt klasgenoot Goossens de vijfde Apostel.

Zijn paasvakantie brengt Louis in Walle door, waar Staf een drukkerij heeft. Zijn moeder straft hem omdat hij met Tetje en Bekka Cosijns gespeeld heeft, een broer en zus uit de Balkan. Tante Mona is gescheiden en heeft een dochter Cecile, die voorbestemd is om Shirley Temple op te volgen. Nonkel Armand is een dronkenlap. Nonkel Florent verhuist als doelman van Walle Sport naar het volksere Stade Walle. Tijdens een voorstelling van Franz Lehár's Het Land van de Glimlach herkent Louis zijn vader en apotheker Paelinck op het toneel.

Terug in het "Gesticht" in Haarbeke breken de Apostelen in in het Slot, waar Zuster Sint-Gerolf in een afgesloten kamertje leeft. Ze stelen een loden bikkel.

Louis' moeder Constance gaat uitrusten in de Alpen omdat ze een doodgeboren baby had. Louis brengt zijn vervroegde zomervakantie in Bastegem door, bij Meerke Bossuyt, zijn grootmoeder aan moederskant. Hij ziet er zijn zwaarlijvige tante Violet, nonkel Robert die slager is en zijn hitleriaans gezinde nonkel Omer. Samen met zijn speelmakker Raf de Bock gaat hij het kasteeltje bespioneren, waar de begeerde vrijgezellin madame Laura Vandeghinste woont. Ze stelen haar slipje.

Na de zomervakantie krijgt Louis ruzie met Vlieghe. Hij stopt de loden bikkel in Vlieghes anus.

Van België

In het begin van 1940 wordt Louis wegens de oorlogsdreiging van het pensionaat gehaald. Hij gaat nu naar het College, waar de jezuïet "De Kei" de plak zwaait. Zijn leraar Nederlands beschuldigt hem van plagiaat voor zijn opstel. Louis wordt een tijdje geschorst wegens wangedrag en zal een jaar moeten overdoen.

Tijdens de Duitse invasie in mei 1940 vlucht Staf naar Frankrijk. Hij staat namelijk als Duitsgezind bekend, omdat hij een drukpers en een poppetje van de Hitlerjugend gekocht heeft in Duitsland. Wanneer tijdens de Duitse bezetting de rust enigszins teruggekeerd is, komt Staf terug naar huis.

Constance gaat bij de ERLA werken, een Duitse fabriek voor vliegtuigonderdelen, waar ze verantwoordelijk is voor het transport van Vlaamse arbeiders naar Duitsland. Voor sommige arbeiders weet ze uitstel te bekomen. Ze pleegt overspel met haar baas Henny Lausenier, die uiteindelijk naar het Oostfront gestuurd wordt wegens corruptie. Nonkel Leon gaat in Duitsland werken, terwijl nonkel Florent naar Gloucestershire vlucht. Hij zal er sterven in '42.

Louis wordt korte tijd lid van de NSJV (Nationaal-Socialistische Jeugd Vlaanderen), maar mag daar niet bij blijven omdat Peter geld geleend heeft bij het bisdom voor zijn zaak in schoolbenodigdheden. Dan sturen ze hem naar Strelenau in Mecklenburg, waar hij bijeenkomsten van de Hitlerjugend meemaakt en een dagboek bijhoudt. Louis' klasgenoot Maurice de Potter verwondt zich dodelijk aan een hek. Twee Joodse leerlingen worden weggevoerd, net als De Kei, die lid was van het Verzet. De Duitsers executeren meneer Tierenteyn in een vergeldingsactie tegen de Witte Brigade. Enkele nonnen sneuvelen tijdens een Engels bombardement op het pensionaat. Louis wordt verliefd op de apothekersdochter Simone, maar zij laat hem zitten voor een volwassener man. Zijn eerste seksuele contact heeft hij met tante Nora, die zelf het initiatief neemt. Later volgen Bekka en de doktersvrouw Michèle.

In Bastegem laten Armand, Violet en Meerke Bossuyt enkele Duitse soldaten bij zich thuis logeren. Nonkel Omer is krankzinnig geworden en verblijft een tijdje in een klooster. Louis' aangetrouwde nonkel Firmin is weggevoerd wegens zijn Joodse afkomst. Holst is getrouwd met madame Laura, die een bordeel openhoudt in de Louizalaan in Brussel. Louis haalt er een lading Verboden Boeken op en raakt geïnteresseerd in Entartete Kunst.

Na de Bevrijding duikt Staf onder uit angst voor de repressie. Hij wordt een tijdje opgesloten. Vuile Sef, die lid was van de Gestapo, wordt ineengeslagen en opgesloten. Louis en zijn moeder verhuizen naar Bastegem. Louis gaat in Gent studeren voor drukker. Hij krijgt een afscheidsbrief van Vlieghe, die leeggebloed is met de loden bikkel in zijn mond. Hij had zichzelf proberen te opereren na het oplopen van een geslachtsziekte bij een prostituee. Cecile is zwanger op haar vijftiende. Holst wordt veroordeeld voor de moord op Laura, die overspel gepleegd had.

Louis wil deelnemen aan een novellenwedstrijd van Het Laatste Nieuws. Wanneer zijn moeder voorleest uit zijn schriftje, beseft Louis dat zijn schrijfstijl banaal en overladen is. Hij verscheurt het schrift en herbegint. Het verdriet wordt afgewezen door Het Laatste Nieuws, maar ze verwijzen hem naar het literaire tijdschrift Mercurius, waarin zijn boek in 1948 gepubliceerd wordt.

Personages

  • Louis Seynaeve ("Apostel Petrus") is een elfjarige jongen uit Walle die op het kloosterpensionaat van Haarbeke zit.
  • Gerard Vlieghe ("Apostel Paulus") is een klasgenoot. Hij heeft een jongere broer Wardje en is van Wakkegem.
  • Dondeyne ("Apostel Matthias") is een klasgenoot. Zijn jongere broer heet René.
  • Byttebier ("Apostel Barnabas") is een klasgenoot.
  • Albert Goossens ("Olibrius", "Apostel Bartholomeus") sluit als vijfde Apostel aan. Hij woont in Lovendegem.
  • Moeder-Overste is de gezagvoerder op het kloosterpensionaat van Haarbeke.
  • Zuster Econome verzorgt de boekhouding.
  • Zuster Adam is een strenge zuster.
  • Zuster Kris is klein en zeer streng (scherp als een kris).
  • Zuster Engel (Marie-Ange) geeft Frans. Zij is Louis' favoriete lerares.
  • Zuster Sapristi geeft aardrijkskunde.
  • Zuster Imelda houdt van tuinieren.
  • Zuster Sint-Gerolf bewaakt het Reglementenboek in een kamertje in "het Slot", waar de leerlingen niet binnen mogen.
  • Zuster Koedde (Thérèse) is een nieuwe zuster na de zomervakantie.
  • Baekelmans ("Baekelandt") is de tuinier van het klooster. Zijn vrouw heet Trees.
  • Hubert Seynaeve ("Peter") is de grootvader en dooppeter van Louis. Hij was vroeger leraar, en heeft een zaak in schoolbenodigden opgericht.
  • BoMama is de vrouw van Peter en grootmoeder van Louis.
  • Staf Seynaeve (Gustave) is de oudste zoon van Peter en de vader van Louis. Hij is drukker.
  • Robert Seyneave is de tweede zoon van Peter en oom van Louis. Deze zwaarlijvige vrijgezel is beenhouwer.
  • Florent Seynaeve is de jongste zoon van Peter en oom van Louis. Hij is doelman.
  • Mona Seynaeve is de oudste dochter van Peter en tante van Louis. Ze is gescheiden van Ward, met wie ze een dochter Cecile heeft.
  • Nora is de tweede dochter van Peter. Ze is getrouwd met Leon, met wie ze een dochter Nicole heeft.
  • Hélène Seynaeve is de jongste dochter van Peter en tante van Louis.
  • Meerke Bossuyt is de moeder van Constance en grootmoeder van Louis. Ze woont in Bastegem.
  • Constance Bossuyt is de oudste dochter van Meerke. Ze is Stafs vrouw en de moeder van Louis.
  • Armand Bossuyt is de oudste zoon van Meerke en oom van Louis. Hij is een dronkenlap.
  • Omer Bossuyt is de jongste zoon van Meerke en een oom van Louis. Hij is hitleriaan. Als soldaat zit hij in een kazerne aan het Albertkanaal.
  • Violet Bossuyt is een zwaarlijvige dochter van Meerke.
  • Berenice Debeljanov-Bossuyt is de jongste dochter van Meerke. Ze woont in Wallonië en is getrouwd met de Bulgaarse jood Firmin Debeljanov.
  • André Holst is een stoere kerel uit Bastegem die soms chauffeur speelt voor Staf. Hij is aanhanger van Rex.
  • Tetje Cosijns is een jongen uit de Balkan. Louis speelt soms met hem, hoewel dat niet mag van zijn ouders.
  • Rebekka Cosijns ("Bekka") is Tetjes zus.
  • Marnix de Puydt is dichter, pianist en vader van een tweeling.
  • Pieter Raspe werkt in de drukkerij van Staf. Later gaat hij aan het Oostfront vechten.
  • Raf de Bock is een vriend van Louis in Bastegem.
  • Laura Vandeghinste is een begeerde vrijgezellin in Bastegem.
  • Jules is een timmerman en kwakzalver in Bastegem.
  • Theo van Paemel is een politieman.
  • Maurice de Potter is een klasgenoot van Louis op het College.
  • Evariste de Launey de Kerchove ("De Kei") is een jezuïet die lesgeeft op het College.
  • Dr. Heinrich Lausenier ("Henny", "Luizengier") is de baas van ERLA in België.
  • Dr. Paelinck ("Dalle") is apotheker en acteur.
  • Simone Paelinck is de dochter van dr. Paelinck.
  • Vuile Sef is een Wallenaar die lid wordt van de Gestapo.
  • Gustav Vierbücher en zijn vrouw Emma zijn Louis' gastgezin in Mecklenburg.
  • Dolf Zeebroeck is een beeldend kunstenaar. Zijn zoon heet Godfried.
  • Tierenteyn is een verzetsstrijder.
  • Michèle is een doktersvrouw.

Stijl en thematiek

Het verdriet van België vertoont kenmerken van verschillende genres: sleutelroman, bildungsroman, familieroman en historische roman. Het is het verhaal van Louis die als individu probeert te ontsnappen aan de bekrompenheid van zijn omgeving en zich tot schrijver ontpopt. Dit speelt zich af tegen de achtergrond van de historische gebeurtenissen in die periode: de oorlog, de collaboratie en de repressie.

De titel komt meermaals in de tekst voor. In hoofdstuk 23 vertelt Meerke Bossuyt dat ze haar kinderen soms sloeg als ze hun bord niet leegaten: "Het was schreien of kletsen geven in die tijd, en in die tijd kon ik niet schreien, het was lijk dat ik al het verdriet van België over mij liet komen." In het tweede deel noemt Meerke Louis zelf het verdriet van België wanneer hij betrapt is op het stelen van 25 frank van tante Violet.

In de dialogen suggereert Claus dat de meeste personages West-Vlaams spreken. Hij gebruikt geen letterlijke fonetische weergave, maar wel typische woorden en uitdrukkingen. Vb.: En heeft zij haar eigen zeer gedaan? (En heeft ze zich bezeerd?), koleire (woede), gazet (krant), beenhouwer (slager), complimenten (groeten), gediscuteerd (gediscussieerd), gejaagd (gehaast), helegans (helemaal), binst (tijdens). Claus zegt over dit taalgebruik: "Ik ben in Het verdriet van België zeer bewust Vlaams gaan gebruiken. Hoewel, 'Vlaams' bestaat niet - het is een reeks van dialecten. Maar mijn syntaxis en woordkeuze heb ik wel geënt op het Zuidwest-Vlaams, het is niet het quasi-naturalistisch nadoen van het Vlaams zoals Cyriel Buysse en Stijn Streuvels schreven. In die zin is het in mijn boek een artificiële taal, die niemand echt zo spreekt, want zelf al zou je het fonetisch exact kunnen opschrijven, dan nog moet je dingen kiezen, het is opereren en castreren."

Claus beweerde dat het laatste woord, "toch", gekozen is door zijn toenmalige maîtresse. Welk woord ze ook gezegd zou hebben, hij zou het geschreven hebben. In de Franse vertaling hebben ze daar tot zijn ergernis "oui" van gemaakt.

Autobiografisch

Er zijn heel wat gelijkenissen tussen Louis Seynaeve en Hugo Claus zelf. Claus is naar het nonneninternaat geweest, zijn vader was drukker en speelde bij het amateurtoneel, de familie had een zaak in schoolbenodigdheden enz. Er zijn echter ook verschillen: Louis is één jaar ouder (1928 in plaats van 1929) en heeft geen levende broers of zussen.

De locaties in de roman verwijzen naar bestaande plaatsen. Haarbeke staat voor Aalbeke (nu een deelgemeente van Kortrijk) waar Claus van 1933 tot 1939 op het Pensionnat Saint-Joseph zat bij de Zusters van Liefde. Kortrijk krijgt in de roman de naam Walle, een bestaand gehucht. Genoemd worden onder andere de Oudenaardse Steenweg, de volkse "Toontjesstraat" (Sint-Antoniusstraat), de Sint-Rochuskerk in de Doorniksewijk en de Onze-Lieve-Vrouwekerk. Het College is het Sint-Amandscollege waar Claus vanaf 1940 school liep. Bastegem komt overeen met Astene, een deelgemeente van Deinze. De Kouter (straat) en de Leie worden genoemd.

Sommige personages zijn gebaseerd op bestaande personen. Zo verwijst Marnix de Puydt naar de schrijver Willem Putman en Dolf Zeebroeck naar beeldend kunstenaar Jos Speybroeck. Veel bestaande personen uit de periode worden bij naam genoemd. Enerzijds zijn dat beroemdheden uit entertainment en sport, zoals Astrid van Zweden, Félicien Vervaecke, Django Reinhardt, The Ramblers, Jean Harlow, Shirley Temple, George Bernard Shaw, Charles Trenet en Zarah Leander. Anderzijds betreft het historische figuren uit de Tweede Wereldoorlog zoals Adolf Hitler, Joseph Goebbels, Alexander von Falkenhausen, Reinhard Heydrich, Winston Churchill, Pius XII, Leopold III van België, Léon Degrelle, Joris Van Severen, Staf de Clercq, Edgar Lehembre en Reimond Tollenaere.

Receptie

In september 1981 werd met In Walrijk een fragment van 14 pagina's gepubliceerd als bijlage bij Avenue. Direct na verschijning in 1983 groeide Het verdriet van België uit tot een bestseller. De kritiek was meestal lovend, al hadden sommige recensenten het moeilijk met de structuur.

Wim Hazeu in Hervormd Nederland: "Na Claus zal waarschijnlijk niemand in ons taalgebied ooit nog zo'n groot en in menig opzicht groots boek over België in oorlogstijd schrijven. Hij is de enige die zo'n onderwerp aankan en hij heeft het gedaan."

Hans Warren in de Provinciale Zeeuwse Courant: "Het wreekt zich dat Claus geen kans heeft gezien tot een synthese van losse flarden verhaal te komen."

Na de dood van Hugo Claus in maart 2008, vijfentwintig jaar na het verschijnen, dook het boek opnieuw op in verschillende bestsellerslijsten.

Prijzen

Het verdriet van België is bekroond met verschillende prijzen:

  • 1984: Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Proza
  • 1987: Prijs van de Vlaamse Lezer
  • 1989: Humo's Gouden Bladwijzer
  • 2000: Premio Nonino

Verfilming

  • In 1994 maakte de BRTN een tv-serie van Het verdriet van België. Claus schreef zelf het scenario.[6]

[bron: wikipedia]

Het verdriet van België (1983) wordt het magnum opus genoemd van een duivelskunstenaar: de vijf eeuwen te laat geboren renaissanceman Hugo Claus (1929-1983), die in alle mogelijke en onmogelijke literaire genres probeerde uit te munten en voorts schilderde, films maakte en theaterstukken regisseerde.

In zijn oeuvre neemt Het verdriet van België een centrale plaats in als het boek dat Claus naar eigen zeggen wel moest schrijven, alsof hij iets wilde bekennen. Toch is deze roman geen literaire biecht geworden. Het verdriet van België is een poging om een onverwerkt stuk Vlaams verleden uit de persoonlijke sfeer van schuld en boete te halen, kritisch onder ogen te zien en er bovendien op zo'n manier vorm en betekenis aan te geven dat lezers met een heel andere achtergrond en geschiedenis dan de schrijver er veel aan zullen hebben.

Hugo Claus (c) Michiel Hendryckx

In het voorjaar van 1941 sloot de net geen twaalfjarige Hugo Claus zich aan bij een soort Vlaamse Hitlerjeugd die enkele maanden later opging in de Nationaal Socialistische Jeugd Vlaanderen (NSJV). Hij droomde ervan als een soldaat van de Godmens Hitler naar het oostfront te trekken; gelukkig was hij nog veel te jong om op die manier zichzelf te mogen bewijzen. Na 'Stalingrad' verloor hij het geloof in het Teutoonse heldenvolk en zijn onsterfelijke Leider, maar daarmee bleek hij nog lang niet bevrijd te zijn van het verlangen naar een wondermiddel tegen de nietigheid van het bestaan.

Zo kon het gebeuren dat de prille twintiger Claus in achtereenvolgens Parijs en Italië op zoek ging naar internationale artistieke erkenning: kon hij niet aan zijn nietigheid ontstijgen als heroïsche krijger, dan misschien wel als geniale modernist. Aanvankelijk ging hij daarbij de confrontatie met zijn recente verleden uit de weg. Het duurde echter niet lang voordat dat oorlogsverleden zich onherroepelijk aan hem opdrong, onder meer in De Oostakkerse gedichten (1955), waarin poëtisch verzet wordt aangetekend tegen het taboe dat in Vlaanderen op de collaboratie was komen te liggen, en in de roman De verwondering (1962), die de naïveteit hekelt waarmee België even snel met het landverraad van velen afgerekend meende te hebben.

Het in De verwondering begonnen onderzoek naar de mechanismen van de totalitaire verleiding heeft Claus voortgezet in de roman Het verlangen (1978). Het bereikte een climax in Het verdriet van België, het op de biografie van de schrijver geënte verhaal over een jongen die geen priester wil worden omdat priesters in zijn ogen geen échte mannen zijn, die geen Oostfrontvrijwilliger kan worden omdat hij daarvoor te jong en bij nader inzien ook te weinig mans is, en die dan maar kiest voor het kunstenaarschap. Daarin blijkt zijn redding te liggen, maar pas wanneer hij tot het inzicht komt dat literatuur meer kan zijn dan een louter esthetische compensatie voor een onvolkomen leven. Literatuur kan met name ook iets leren over de vele valstrikken die dat leven spant.

Het verdriet van België leert ons dat de mens, als hij zich bedreigd voelt, gegrepen kan worden door een verlangen naar absolute zuiverheid en coherentie. Dat in wezen infantiele verlangen vervreemdt ons van de altijd minstens een beetje incoherente, constant veranderende werkelijkheid en leidt al snel tot geweld. In het eerste deel van Claus' roman, de zogenaamd door de hoofdpersoon geschreven novelle 'Het verdriet', steekt het verlangen in kwestie eerst de kop op binnen de veilige muren van een kostschool om vervolgens in een tweede deel, 'Van België', zijn destructieve effecten ten volle te tonen in de grote wereld. De protagonist slaagt erin dit gevaarlijke verlangen te beheersen als hij aan het slot het boek uitwandelt, klaar om na het subliem geordende 'Het verdriet', waarmee hij als beginnend schrijver inmiddels lauweren oogst, het gewild fragmentarische 'Van België' te schrijven. De infantiele fantasieën, onnozele rituelen en onschuldige spelletjes uit 'Het verdriet' keren in 'Van België' terug in de vorm van racistische ideologieën en een maar al te reële geweldpolitiek.

Het verdriet van België is een ingenieus mechaniek. Maar het is ook een meeslepend geschreven, nu eens heerlijk melancholische en dan weer onweerstaanbaar grappige roman - zoals het onderstaande fragment mag illustreren. De jonge held meldt zich aan bij de Nationaal Socialistische Jeugd Vlaanderen, in de hoop weldra zijn mannelijkheid te kunnen bewijzen als Germaanse ridder in de strijd tegen de bolsjewistische draak.

[bron: https--literairecanon.be/nl/werken/het-verdriet-van-belgi%C3%AB]

--- Over (foto 2): Hugo Claus ---

Hugo Maurice Julien Claus (Brugge, 5 april 1929 - Antwerpen, 19 maart 2008) was een Vlaams dichter, schrijver, kunstschilder en filmmaker. Hij was de meest bekroonde auteur uit het Nederlandse taalgebied. In de loop van zijn lange carrière schreef Claus duizenden gedichten, tientallen toneelstukken en diverse romans, waarvan de bekendste zijn meesterwerk Het verdriet van België uit 1983 is.

Het werk van Claus is divers van karakter. De auteur mengt het tragische, verhevene, klassieke met het banale, burleske en obscene. Terugkerende thema's zijn: de liefde voor de moeder, de haat tegen de (afwezige) vader, seksualiteit, het schuldgevoel door het katholieke geloof en Vlaanderen in en na de oorlog.

Claus publiceerde onder het pseudoniem Dorothea van Male de roman Schola nostra (1971). Hij gebruikte ook de pseudoniemen hugo c. van astene, Anatole Ghekiere, Jan Hyoens, Thea Streiner en mogelijk ook Conny Couperus.

In 1983 publiceerde hij Het verdriet van België, waarin hij in de vorm van een familiekroniek vol autobiografische feiten, zoals steeds gelardeerd met surrealistische toetsen, de politiek-sociale verhoudingen in België beschrijft en op zoek is naar de wortels van de collaboratie van kleinburgers in een provincienest tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tegelijk is de roman een Bildungsroman van een literair begaafde en vroegrijpe jongen en een sleutelroman over een Vlaamse middenstand uit de beschreven periode. Claus was een speler, zowel letterlijk bij kaartspel, poker en pietjesbak, als met zijn medium literatuur en zijn lezer. Hoe toegankelijk en ogenschijnlijk simpel zijn werk ook is, schepte hij er verhuld plezier in om dubbele bodems en cryptische verwijzingen in zijn werk te verweven. Hij was opgetogen toen hij mocht ondervinden dat een universitair geschoold literatuurwetenschapper hem hierbij op de hielen zat: Paul Claes, die met zijn essays 'De Mot zit in de mythe' en 'Claus-reading' (1984) aandacht besteedde aan dit gegeven en daarmee een dimensie toevoegde aan de Claus-studie.

Hugo werd geboren als oudste zoon van drukker Jozef (Joseph) Claus en Germaine Vanderlinden te Brugge. In februari 1931 kwam zijn broer Guido ter wereld (overleden op 9 november 1991), later gevolgd door Odo (januari 1934) en Johan (november 1938, overleden op 13 februari 2009). Drie maanden later - vader Claus was ondertussen ook handelaar in schoolbenodigdheden geworden en actief in het amateurtoneel - verhuisde het gezin naar Astene (Deinze), het dorp waar moeder Germaine opgroeide. Jozef begon er drukkerij 'De Lindekens'.

Zoon Hugo bracht de grootste tijd van zijn jeugd op de kostschool door, onder meer te Eke. Van 1933 tot 1939 verbleef Claus bij de zusters van het Pensionat Saint-Joseph in Aalbeke. In het schooljaar 1939-1944 volgde hij zijn lager middelbaar onderwijs aan het Sint-Amandscollege in Kortrijk en later te Astene.

In 1946 verliet hij het ouderlijk huis en ging samen met kunstschilder Antoon De Clerck in Sint-Martens-Leerne wonen. Hij volgde er naar verluidt beeldhouwlessen aan Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Gent en schreef gedichten, schilderde en had ambities om acteur te worden.

Hij voorzag in zijn levensonderhoud als boekillustrator en als schilder van landschapjes en gevels. Op achttienjarige leeftijd publiceerde hij zijn eerste dichtbundel. In 1947, het jaar waarin hij met de bundel experimentele poëzie Kleine reeks debuteerde, werkte hij van oktober tot december als seizoenarbeider in een suikerfabriek te Chevrières in Noord-Frankrijk. In 1948 brengt Claus drie dagen door in Parijs; in de Bar Vert in Saint-Germain-des-Prés ziet hij schielijk de reeds afgetakelde auteur, acteur en theatertheoreticus Antonin Artaud zitten, die hij als zijn geestelijke vader zal gaan beschouwen. De confrontatie met deze auteur van het 'théâtre de la cruauté' zal hem drijven tot de studie van Seneca en de Elizabethanen.

Vanaf 1 april 1949 vervulde hij zijn dienstplicht, gedeeltelijk als redacteur van het tijdschrift Soldatenpost (zijn sergeant was Herman Liebaers). Intussen had hij samen met enkele gelijkgezinden (Jan Walravens, Louis Paul Boon, Tone Brulin, Ben Cami, Marcel Wauters e.a.) het avant-gardetijdschrift Tijd en Mens opgericht en in 1949 hield hij zijn eerste expositie als schilder in de boekhandel van de Franstalige dichter Henri Vandeputte in Oostende.

Zijn eerste roman, De Metsiers (gepubliceerd in 1950), schreef hij in slechts één maand naar aanleiding van een weddenschap reeds in 1948. De Metsiers was aanvankelijk getiteld De eendenjacht, achteraf vertaald als La Chasse aux Canards en Sister of Earth. Hij zond het manuscript in voor de Leo J. Krynprijs en kreeg meteen een bekroning voor het gebruik van het meervoudige vertelperspectief. Toch vond hij zichzelf in de eerste plaats nog schilder. Hoewel zijn literaire talent werd erkend, kwamen er ook negatieve reacties op de thema's incest en inteelt in zijn werk.

Van 1950 tot 1953 woonde hij in Parijs, waar hij in contact kwam met het surrealisme, het existentialisme en het Cobramodernisme. Hij woonde er samen met Karel Appel, Hans Andreus, Rudy Kousbroek, Simon Vinkenoog e.a.

In 1953 vestigde Claus zijn naam als prozaschrijver met het boek De Hondsdagen en schreef zijn eerste avondvullende toneelstuk, Een bruid in de morgen, waarin de incestueuze relatie tussen broer en zus centraal staat. In 1955 werd het stuk voor het eerst opgevoerd; in Nederland onder regie van Ton Lutz, het begin van een jarenlange samenwerking en vriendschap. De meningen over het stuk waren verdeeld. Sommigen vonden het vulgair, anderen erkenden zijn meesterschap.

Claus en Elly Overzier (1961)

Van februari 1953 tot begin 1955 verbleef hij in Italië, waar zijn vriendin Elly Overzier (1928-2010) probeerde, onder de pseudoniem Elly Norden, actrice en model te worden). Zij was de dochter van een Nederlands reder. Hij woonde twee jaar in Rome en legde via haar contacten in het filmmilieu. Hij trouwde met haar op 26 mei 1955 in Gent; de bruiloft werd vijf dagen later gevierd in het Brusselse café La Fleur en Papier Doré, Het Goudblommeke in Papier van surrealist-schilder-poëet-galerist Geert (Gérald) van Bruaene, ooit nog vriend van Paul van Ostaijen, in aanwezigheid van kunstvrienden als Jan Walravens, de schilders Roger Raveel en Jan Saverijs, broer Guido, Simon Vinkenoog en Louis Paul Boon. De surrealistische eloge van Jan Walravens werd afgebroken door Elly met de legendarische woorden: "Assez de méchancetés".

De Italiaanse filmervaringen van Claus waren stof voor de roman De koele minnaar.

Van april 1955 tot november 1964 woonde hij met Overzier in Gent, waar hij ooit aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten en de 'Koninklijke Toneelschool' lessen volgde. In 1959 voerde een beurs van Ford Foundation hem naar de Verenigde Staten samen met onder andere Fernando Arrabal, Claude Simon en Italo Calvino.

In 1962 verscheen De Verwondering, een complexe roman over de nasleep van de collaboratie.

Op 7 oktober 1963 werd hun enige zoon, Thomas Pieter Achilles, geboren. Begin 1964 solliciteerde Claus tevergeefs naar de functie van directeur van het op te richten Nederlands Toneel Gent. Gekrenkt door de afwijzing van de Raad van Beheer, waarin een toneelauteur zetelde, verbood hij dat zijn stukken in Gent zouden worden opgevoerd. Later, met een nieuwe directie, zou het conflict worden gladgestreken; en nog later zou hij door bemiddeling van vriend acteur Hugo Van den Berghe gedurende enkele jaren huisauteur van het NTG worden. In 1965 verhuisde hij met Elly en Thomas naar het landelijke Nukerke, in een boerderij, gerestaureerd door dichter-architect Albert Bontridder.

Veelzijdigheid

In de daaropvolgende jaren liet Claus van zich horen. Als sociaal geëngageerde kwamen politieke thema's in zijn werk meer tot uiting, zoals in de opera Morituri waarin hij zich tegen het Amerikaanse imperialisme afzet, of in de multimedia-opera Reconstructie over de bevrijdingsstrijd in Zuid-Amerika, waarin in de loop van de voorstelling een standbeeld voor Che Guevara wordt opgericht. Hij schreef romans, verhalen, gedichten en toneelstukken. Ook genoot hij bekendheid als filmregisseur, scenarioschrijver en beeldend kunstenaar. In 1965 regisseerde hij zijn eerste film, De vijanden: over de door omstandigheden gedwongen vriendschap tussen een Amerikaanse G.I. (Del Negro), een Duitse Wehrmachtsoldaat (zijn oude vriend Fons Rademakers) en een Antwerpse piot (Robbe De Hert). In 1966 volgde de artistiek schokkende toneelregie van zijn Thyestes, in co-regie met oude vriend en acteur Ton Lutz, naar het theatercredo van Antonin Artaud en Jerzy Grotowski, wat hem een uitnodiging opleverde bij Jean Louis Barrault in het Festival du Thèâtre des Nations in Parijs. In 1969 ging zijn toneelstuk Vrijdag met Kitty Courbois in de hoofdrol in Amsterdam in première. Dit was het eerste toneelstuk waarin zijn mengtaal van dialect en Standaardnederlands naar voren kwam. Het was alsof Claus tegenover zijn Hollandse fans een Vlaamse identiteit wilde affirmeren. En de 'Hollanders' spraken in zijn regie onberispelijk 'Vlaams'.

Tussendoor reisde hij naar onder meer Italië, Griekenland, Spanje, Turkije, de Verenigde Staten (van november 1959 tot april 1960), Mexico en met onder andere Harry Mulisch naar Fidel Castro's Cuba. Terug in België oordeelde een rechtbank (met scheiding der machten onder socialistisch minister van Justitie Alfons Vranckx) dat zijn theaterproductie Masscheroen in strijd was met de openbare zeden en legde hem vier maanden gevangenisstraf op. Het vonnis werd na publiek protest (de 'Anti-Censuur Protest Read-in') in een voorwaardelijke gevangenisstraf en een onvoorwaardelijke boete omgezet. Hij had zijn vrienden-dichters Hugues C. Pernath, Bob Cobbing en boezemvriend Freddy de Vree in naakten lijve opgevoerd als Heilige Drievuldigheid, wat voor de katholieke rechter van Brugge niet zozeer zedenschennend dan wel ongeregeld blasfemisch geweest zal zijn. De dichter heeft achteraf aan zijn vervolger een puntig gedicht gewijd.

Nadat hij vijf jaar op een 250 jaar oude boerderij in Tenhole, Nukerke (Vlaamse Ardennen) en even in Knokke had gewoond, verhuisde Claus in maart 1970 naar Amsterdam, waar hij in 1971 actrice Kitty Courbois leerde kennen. Hun relatie inspireerde hem tot de roman Het jaar van de kreeft.

De veerkracht van zijn levensstijl liep parallel met de beweeglijkheid van zijn artistieke productie. Een relatie leidde tot een bundel gedichten, Dag, jij (1971), die bol stond van seksueel expliciete scènes en emotionele hevigheid.

Van 1974 tot 1978 verbleef Claus in Parijs met de actrice Sylvia Kristel. Ze kregen op 10 februari 1975 een zoon, Arthur. Uiteindelijk verhuisde hij in 1977 alleen terug naar Gent, waar zijn broer Guido, samen met zijn echtgenote Motte Claus sinds 1973 de 'Hotsy Totsy' uitbaatte, de artistieke privéclub, waar Claus en broer kind aan huis was. Met zijn vriend Freddy de Vree, producer van BRT 3, ondernam hij in 1981 een reis naar Mexico, verslagen in 'Mexico vandaag, land van Posada'. Naar zijn toneelstuk draaide hij zijn film Vrijdag, waarna hij werkte aan zijn roman Het verdriet van België, die in 1983 verscheen. Het werd in 1994, niet gans volgens zijn verwachtingen, verfilmd door de Zwitserse regisseur Claude Goretta.

Zijn moeder en vader stierven respectievelijk in 1984 en 1986 in Gent. Op 12 juni 1993 trad Claus te Antwerpen voor de tweede maal in het huwelijk met zijn vriendin Veerle de Wit. Ze hielden een tijdlang verblijf in onder andere Cavaillon (Zuid-Frankrijk), Caromb en Croagnes. In 1996 werd aan de Universiteit Antwerpen het 'Studie- en Documentatiecentrum Hugo Claus' opgericht. Het was het eerste studie- en documentatiecentrum dat werd gewijd aan een nog levende schrijver.

Zijn eerste vrouw en moeder van hun zoon Thomas, Elly Overzier, stierf op 26 december 2010 op 82-jarige leeftijd aan hartproblemen. Sylvia Kristel, zijn voormalige geliefde en moeder van hun zoon Arthur Kristel, stierf op 17 oktober 2012 aan de gevolgen van slokdarmkanker.

Claus overleed op woensdag 19 maart 2008, kort voor zijn 79ste verjaardag in het Middelheim-ziekenhuis te Antwerpen. De schrijver leed zo'n twee jaar aan de ziekte van Alzheimer en koos daarom zelf het moment van zijn dood door middel van euthanasie via de organisatie Recht op Waardig Sterven. Kort voor zijn overlijden gaf de filosoof Etienne Vermeersch Claus nog advies over euthanasie.

Volledige voorpagina's van kranten werden ingenomen door het overlijden van Claus. Ook Claus' euthanasiebeslissing werd uitvoerig belicht en geduid. In katholieke kringen reageerde men afwijzend met deze 'mediatisering van de euthanasie'. René Stockman, hoofd van de organisatie Broeders van Liefde, verklaarde op de katholieke nieuwssite Kerknet: "De wijze waarop sommigen deze daad niet alleen proberen goed te praten maar zelfs als het summum van edelmoedigheid de hemel in prijzen, stoot tegen de borst. Dit is pas het echte verdriet van België." Hij werd gevolgd in zijn kritiek door Wouter Beke, interim-voorzitter van CD&V. Kardinaal Danneels sprak er in zijn paaspreek: "Door zomaar uit het leven te stappen, antwoordt men niet op het probleem van lijden en dood. Men loopt er in een boog omheen en omzeilt het. Omzeilen is geen heldendaad, geen voer voor frontpaginanieuws."

Professor aan de VUB Wim Distelmans, medebestuurder van Recht op Waardig Sterven, vond de kritiek "zeer verregaand": "Zo'n beslissing wordt niet licht genomen en niemand velt een oordeel over mensen die niet kiezen voor euthanasie."

19 maart is de naamdag van Sint Jozef, onder andere patroonheilige van een zalige (of zachte) dood. De kardinaal was zich daar net als Claus bijna zeker van bewust.

De woordvoerder van de kardinaal reageerde hierop: "De homilie was niet tegen Hugo Claus gericht. De naam van de schrijver werd niet eens vermeld in de homilie. De kardinaal reageert wel tegen de mediatisering van euthanasie zoals we die de laatste tijd waarnemen. Dat werd opnieuw duidelijk door de euthanasie van Claus. In sommige algemene media ging er haast meer aandacht uit naar de euthanasie van Claus dan naar zijn literair talent."

Op zaterdag 29 maart 2008 werd een afscheidsplechtigheid met uitvaart gehouden in de Antwerpse Bourlaschouwburg, georganiseerd door Luc Coorevits (van Behoud de Begeerte, vzw) en aan elkaar gepraat door Piet Piryns, journalist, vriend en biograaf. Acteurs Jan Decleir, Josse De Pauw, Hilde Van Mieghem en Gilda De Bal lazen gedichten voor uit het werk van Claus. Vrienden Erwin Mortier, Suzanne Holtzer, Jef Lambrecht en Cees Nooteboom schetsten een beeld van Claus. Hij besloot ontspannend met een laatste verzoek aan de overledene: "Hugo, kom vooral spoken!".

De afscheidsplechtigheid werd bijgewoond door artistiek Vlaanderen en Nederland en Vlaamse politici. Onder anderen Harry Mulisch, Connie Palmen, Adriaan van Dis, Dimitri Verhulst, Pierre Alechinsky, Walter van den Broeck passeerden de revue. Vanuit de politieke wereld tekende onder andere Guy Verhofstadt, vriend en gewezen federaal premier present.

De bijdrage van Erwin Mortier bevatte een kritiek naar kardinaal Danneels: "Het is een bittere ironie dat de man die ons uitsprak als wezens die zich nimmer volkomen kunnen beschaven, postuum nog de les wordt gespeld door lieden waarvoor hij steeds een heilzaam gebrek aan ontzag heeft vertoond: prinsen van allerlei slag, kerkvorsten (...), het slag volk dat hem al van in zijn prilste jaren heeft willen kleineren. Louter en alleen omdat de keuze van zijn levenseinde niet de hunne is, komen ze weer van onder de plaveien gekropen en spuien hun laffe gal. De eigen morele superioriteit celebreren boven het lichaam van een geliefde dode is geen heldendaad. Meneer de kardinaal, schaam je."

Na de plechtigheid werd het stoffelijk overschot gecremeerd. Later wordt de as voor de kust van Oostende verstrooid, op uitdrukkelijke wens van Claus.

Op 13 april 2008 vond in de Antwerpse Bourlaschouwburg een hommage aan Hugo Claus plaats, georganiseerd door Behoud de Begeerte en Toneelhuis. De band Absynthe Minded bracht met hun single 'Envoi' (2009) een hommage aan Hugo Claus. De Belgische Post bracht in 2009 een reeks postzegels uit met als thema literatuur. Op de reeks zijn Hugo Claus, Amélie Nothomb, Tom Lanoye, Anne Provoost en Henri Vernes afgebeeld.

In 2009 maakte documentairemaker John Albert Jansen over Claus de filmdocumentaire Wreed geluk.

Oeuvre

In het begin van de jaren vijftig verraste en choqueerde Claus met realistische romans waarin met niets ontziende oprechtheid de mens tot in het uiterste ontluisterd werd. De stijl is krachtig, het taalgebruik bruisend-expressionistisch en de toon fel, cynisch en geladen. Later werd zijn proza soberder, maar de toon blijft hard.

Claus is een belangrijke en heel productieve naoorlogse kunstenaar: in ruim een halve eeuw publiceerde hij meer dan 150 afzonderlijke titels. Er verschenen van zijn werk meer dan honderd vertalingen in een twintigtal talen.

Naast de invloeden van de Nouveau roman is er de invloed van James Joyce (Finnegans Wake) te bespeuren. Is Het Verdriet van België (1983) een roman over zijn jeugdjaren in Kortrijk, dan is de roman De verwondering (1962), die zich te Oostende afspeelt, waar zijn vader een uitgeverij had in de Karel Janssenslaan, een cryptische sleutelroman met verwijzingen naar de klassieken.

Net als zijn levensstijl is Claus' artistieke productie gevarieerd en grillig. Sinds 1947 werkte hij aan een relatief groot en eigenzinnig oeuvre: hij schreef gedichten, verhalen, romans, toneelstukken, operalibretto's en scenario's voor film, televisie en stripverhalen. Hij vertaalde, schilderde en regisseerde.

Hij was medeoprichter van Tijd en Mens (1949), redacteur van De Gids en het Nieuw Vlaams Tijdschrift en medewerker van Arsenaal, Avenue, Snoecks, Blurb, Braak, Cobra, Podium en De Vlaamse Gids.

In 1962 richtte hij het tijdschrift Randstad op, samen met Harry Mulisch, Ivo Michiels en Simon Vinkenoog.

Hij schreef chansons voor zangeres Liesbeth List en eenmaal een vrijwillige inzending voor het Eurosongfestival, samen met componist Frederic Devreese, voor all-round-operazangeres Mireille Capelle. Het lied werd geweigerd door de BRT-directie, helaas niet met gunstiger resultaat.

Poëzie

Zijn experimenteel getinte, antirationalistische poëzie heeft een sterk visueel element en ontwikkelde zich van vrij klassieke belijdenislyriek in Kleine reeks (1947) naar explosief modernisme in de jaren vijftig, zodat hij naast Lucebert als de belangrijkste dichter van de Vijftigers wordt ervaren.

'De Oostakkerse gedichten (1955), zetten de toon voor het hele werk: de spanning tussen animaal en seksueel vitalisme en een scherpe en erudiete intelligentie, die met motieven en citaten uit onder meer de klassieke literatuur speelt.

Zijn poëzie is divers: van sociaal geëngageerd via experimenteel en associatief tot zeer persoonlijke liefdeslyriek. In de latere poëzie (onder andere De sporen, 1993) slaat Claus een meer abstracte en postmodernistische richting in.

Samen met Remco Campert, Gerrit Kouwenaar, Simon Vinkenoog en Lucebert bevindt hij zich intussen in de voorste gelederen van de nieuwe generatie Nederlandstalige dichters. Die generatie van de Vijftigers drukt haar stempel door een antitraditionele, antirationele, anti-esthetische, experimentele kunstvorm te omhelzen die ontvankelijk is voor invloeden uit de Nieuwe Wereld. Na 1960 valt de groep uiteen en gaan de leden elk hun eigen weg.

Theater

Rob de Graaf noemt Claus in Toneel Theatraal: "de godfather van de moderne Nederlandstalige toneelschrijfkunst". Het toneeloeuvre van Claus is zeer omvangrijk: 35 oorspronkelijke stukken en nog eens 38 vertalingen en bewerkingen van Engelse, Griekse, Latijnse, Franse, Spaanse en Nederlandse toneelstukken en romans.

Het eerste stuk, De getuigen, dateert uit 1952. In dat eerste stuk bepaalt hij het thema waaraan hij meer dan veertig jaar trouw blijft en dat als een rode draad door al zijn stukken loopt: begeerte. Het is een natuurlijke impuls die eeuwenlang aan de teugels van geloof en moraal is gelegd. De lichamelijke begeerte werd aan de voortplanting gekoppeld, terwijl begeerte buiten het huwelijk verboden werd.

Aanvankelijk verwijst Claus naar het katholicisme, later voegt hij hieraan verwijzingen naar de Griekse en Romeinse mythologie toe.

Tot het beste van Claus' oeuvre behoren met name die stukken waarin zijn gespannen verhouding tot Vlaanderen tot uiting wordt gebracht. Dat gebeurt in Een bruid in de morgen (1955), een klassieker inmiddels die door Tennessee Williams beïnvloed is en verder ook in Suiker (1958), Vrijdag (1969) en Interieur (1971).

Film

"Mensen van mijn leeftijd zijn nu eenmaal enorm door de film beïnvloed. Ik wilde zo dicht mogelijk bij die wereld komen. De droom, daar ging het om. De droom heeft de allures van de film, van het beeld" --Hugo Claus, 1978

Van 1953 tot 1955 werkte Claus tijdens zijn verblijf in Italië sporadisch mee aan films van onder andere Alberto Lattuada en Luigi Malerba.

Claus schreef zijn eerste filmscenario Dorp aan de rivier (1958), naar de roman van Anton Coolen. Dorp aan de rivier wordt geregisseerd door Fons Rademakers, voor wie Claus ook Mira of De teloorgang van de Waterhoek (1971, naar Stijn Streuvels) en Het mes (1960) bewerkte.

Hij schreef meer dan twintig filmscenario's, waaronder: Het jaar van de kreeft (verfilmd door Herbert Curiel, 1975), Pallieter (naar Felix Timmermans, 1976) en Het gezin van Paemel (1986), naar Cyriel Buysse.

In 1968 gingen de eerste twee films van Claus als regisseur in première: De vijanden en Het speelmeisje. Bijna twaalf jaar later, in 1980, regisseerde Claus de filmbewerking Vrijdag van zijn bekroond toneelstuk Vrijdag.

Claus was midden jaren 80 de drijvende kracht achter de verfilming van Hendrik Consciences De leeuw van Vlaanderen met Jan Decleir en Julien Schoenaerts.

In 1990 volgde Het sacrament met Frank Aendenboom, Carl Ridders, Hugo Van den Berghe en Ann Petersen. Het sacrament is de filmadaptatie van Omtrent Deedee.

Zijn laatste film, De verlossing, dateert uit 2001.

Plastische kunst

Claus' werk als kunstschilder is minder bekend. Hij was bevriend met verschillende plastische kunstenaars, waaronder de Cobra-groep, waar hij deel van uitmaakte en schilders als Roger Raveel, die ettelijke literaire werken van Claus verluchtte. Zelf nam hij geregeld op persoonlijke wijze het penseel ter hand. In 2005 gaf Hugo Claus zijn allerlaatste interview ooit aan zijn vriend radiojournalist Jef Lambrecht. In Amstelveen liep op dat moment in het Cobra-museum een tentoonstelling met zijn beeldend werk. In 1956 hield Claus zijn eerste eenmanstentoonstelling in Galerie Taptoe te Brussel. In maart 1959 bekwam hij zijn tweede solotentoonstelling in het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel.

Nalatenschap

In 2015 verwierf het Letterenhuis in Antwerpen, via een aankoop door het Erfgoedfonds, de nalatenschap van Hugo Claus. Het betreft een aanzienlijk deel van zijn archief. De nalatenschap bevat, aldus het Erfgoedfonds, "correspondentie, manuscripten, typoschriften en drukproeven van poëzie, prozaals theater- en filmstukken, notitieboekjes en persoonlijke documenten".

Prijzen en onderscheidingen

Claus ontving tijdens zijn leven verschillende bekroningen voor zijn boeken. De belangrijkste hieruit zijn vier Staatsprijzen voor Toneelliteratuur, een Staatsprijs voor Poëzie en een Staatsprijs voor Proza; de Prijs der Nederlandse Letteren, de hoogste onderscheiding voor een Nederlandstalig auteur; de driejaarlijkse Henriette Roland Holst-prijs voor zijn gehele toneeloeuvre; de Cultuurprijs van de Stad Gent (1978); de Constantijn Huygens-prijs en de Aristeionprijs, de hoogste Europese literaire onderscheiding.

Claus was sinds 1957 Ridder in de Orde van Leopold II, sinds 1971 Ridder in de Kroonorde en ook drager van de 'Bronzen Medaille van de stad Gent'. In 1986 ontving Hugo Claus de Prijs der Nederlandse Letteren, de hoogste onderscheiding voor een Nederlandstalig auteur. De auteur gold sinds jaren als een kandidaat-winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur.

Volgens een enquête (1999) van het weekblad Knack en de Vereniging ter Bevordering van het Vlaamse Boekwezen is de roman Het verdriet van België het Nederlandstalige boek van de 20e eeuw.

In 2005 eindigde hij op nr. 30 in de Vlaamse versie van De Grootste Belg.

Een belangrijke Belgische bankinstelling weigerde ooit sponsoring aan een belangrijke toneelinstelling wegens een opdracht aan Hugo Claus ter gelegenheid van Europalia.

Niet-gebundelde jeugdgedichten

  • In mei 2008 doken zeven onbekende gedichten op, die volgens Claus-kenners toebehoren aan De Oostakkerse gedichten en van een onschatbaar literair belang zouden zijn. De manuscripten werden op 10 mei 2008 geveild in het veilinghuis De Vuyst in Lokeren. Het nagelaten materiaal documenteert omstandig het ontstaan en de ontwikkeling van De Oostakkerse gedichten. Daarover was tot dan zo goed als niets bekend. Het meeste materiaal stamt uit de periode vóór de publicatie in Tijd en Mens. Zo blijkt hoe ook nog in de drukproef voor de tijdschriftuitgave de eerste cyclus de titel Mythologisch droeg (en nog niet De ingewijde) en de tweede cyclus Een liefde (en niet Een vrouw).
  • In december 2008 werd wat Claus' eerste gedicht zou zijn geveild voor 2400 euro bij Veilinghuis De Wit in Oostende. Hij schreef het als 13-jarige scholier voor klasgenote Miriam Soetaert op een bladzijde van een schoolschrift en noemde het 'Grauwvuur'. De eigenaresse maakte het bestaan van het gedicht pas na Claus' overlijden bekend, omdat hij op de andere kant van het papier had geschreven "aan niemand tonen a.u.b.".

Lijst met onderscheidingen en prijzen

...

Bibliografie

Gedichten

...

Toneelstukken

...

Verhalen

...

Romans

...

Essays

...

Filmscenario's

...

Libretti

...

Novellen

...

Overige

...

Literatuur

...

[bron: wikipedia]

Toen Hugo Claus per keizersnede werd geboren (5 april 1929 - 19 maart 2008) kwam zijn vader toeterend bij het ziekenhuis voorrijden om de aandacht van de dokters op zijn nieuwe Chenard Walker te vestigen, een automobiel van het type waarin Al Capone rondreed. 'Als ik me melancholiek voel, schrijf ik dat op rekening van mijn moeder, die me niet eens normaal ter wereld kon brengen,' zei de zoon daar later over. Hij zou er ook over dichten: 'Mijn moeder laat haar vrucht - haar prooi - niet los. / Men moet in haar zoeken.'

Met achttien maanden werd Claus al naar een klooster gebracht, waar het leven voor hem van een grote raadselachtigheid bleef: 'Ik begreep nergens iets van, alleen maar dat je gevangen zat en je wist niet waarom. Die mysterieuze regels hadden je in een greep; een van die regels was dat je Frans moest spreken op donderdag en zaterdag, en Vlaams op de andere dagen. De week daarop was het andersom. Je moest ook zwarte wollen kousen dragen tot boven de knie, en God zat in elke hoek. God zit, geloof ik, heel veel in kostscholen. Op de speelplaats zat hij ook, en als de zuster, wanneer we speelden, één keer floot, dan bleef je helemaal onbeweeglijk stilstaan als een trillende jachthond.'

Het zijn onder andere deze belevenissen die Claus hebben geïnspireerd tot het schrijven van zijn opus magnum Het verdriet van België (1983), waarin de kostschool wordt beschreven als plek van ressentimenten en trauma's waaruit de jonge hoofdfiguur Louis Seynaeve alleen kan ontsnappen door te fantaseren en de werkelijkheid geweld aan te doen. Bovendien wilde Claus laten zien hoe er in de oorlogsjaren werd gedacht: 'Toen de Duitsers bij ons binnenvielen was dat een feest voor het oog. In Kortrijk hadden we te maken gehad met Engelse, Franse en Marokkaanse militairen. Tuig. Ze waren doorlopend dronken, ze vergrepen zich aan de vrouwen en als ze brood haalden bij de bakker liepen ze weg zonder te betalen. De komst van de Duitsers in hun zwart glimmende uniformen met het doodshoofd op hun baret was beeldschoon voor een jongen van elf. België gedroeg zich toen als een jongen van elf.'

Vanaf 1949 heeft Hugo Claus veel gereisd. Zijn langdurige verblijf in Parijs in het begin van de jaren vijftig en zijn aansluiting bij Cobra zijn indringend beschreven in de roman Een zachte vernieling (1987). Hij kwam in de ateliers van Karel Appel en Corneille, ging voor het eerst schilderen. Ook ontmoette hij er toneelschrijver Antonin Artaud, die hem in aanraking bracht met het surrealisme. Midden jaren vijftig woonde hij enige jaren in Rome. Hij werkte aan enkele films mee en besloot dat hij op een dag ook zelf filmer zou worden - uiteindelijk zou hij meer dan twintig scenario's schrijven en vijf films regisseren. 'Mensen van mijn leeftijd zijn nu eenmaal enorm door de film beïnvloed. Ik wilde zo dicht mogelijk bij die wereld komen. De droom, daar ging het om. De droom heeft de allures van de film, van het beeld.'

Toen Claus in de jaren zestig terugkeerde naar zijn geboorteland was hij al een gevierd schrijver en dichter. Zijn productiviteit ging gelijk op met zijn veelzijdigheid: hij schreef romans, verhalen, gedichten en toneelstukken. Ook genoot hij bekendheid als filmregisseur, scenarioschrijver en beeldend kunstenaar. Een constante bleef zijn aversie tegen het politiek gezag en het katholieke geloof. Soms beleed hij dat op speelse wijze: hij noemde zijn in 1963 geboren zoon naar de ongelovige Thomas. Maar in 1968 kreeg hij enkele maanden voorwaardelijke gevangenisstraf wegens het beledigen van de Heilige Drievuldigheid, die hij als naakte personages in een door hem geschreven en geregisseerd toneelstuk had opgevoerd.

In de jaren zeventig haalde Claus veelvuldig de pers vanwege zijn relaties met de actrices Kitty Courbois - met wie hij rond 1970 in Amsterdam samenwoonde en die de inspiratie vormde voor de tragische liefdesroman Het jaar van de kreeft (1974) - en Sylvia Kristel, met wie hij opnieuw naar Parijs verhuisde en in 1975 een tweede zoon kreeg, Arthur. Nadat hun relatie ten einde kwam keerde hij alleen terug naar Gent, waar hij eindelijk de roman voltooide waar hij al zijn hele leven op broedde, Het verdriet van België.

Met zijn vrouw Veerle de Wit verhuisde Claus onder andere naar Zuid-Frankrijk - het verlangen om steeds een nieuwe woonstede op te zoeken heeft hij waarschijnlijk van zijn vader, die meer dan vijftig keer verhuisde. Hij bleef romans, verhalen, toneelwerk en gedichten publiceren, waaronder De Sporen (1993), Gedichten 1947-1994 (1994), Wreed geluk (1999) en In geval van nood (2004). In de compactheid en de afwisseling van zijn gelaagde poëzie kon Claus zich naar eigen zeggen het best uitdrukken: 'Poëzie is wat mij beweegt, dat is de kern van wat ik doe. Ik schrijf romans die ik dichterlijk noem, en mijn schilderijen zijn poëtische schilderijen.'

Zijn laatste prozawerken na het met de Libris Literatuurprijs bekroonde roman De Geruchten (1997) zijn de novellen Het laatste bed (1998) en Een slaapwandeling (2000), die zich laten lezen als lyrische preludes op zijn ziekte. Claus leed aan de ziekte van Alzheimer en heeft zelf het moment van zijn overlijden op 19 maart 2008 bepaald.

Hugo Claus publiceerde in totaal meer dan honderdvijftig afzonderlijke titels. Er verschenen van zijn werk meer dan honderd vertalingen in een twintigtal talen. Hij ontving tientallen literaire prijzen in binnen- en buitenland, waaronder de Staatsprijs voor Toneel (meerdere keren), de Staatsprijs voor Poëzie en de Staatsprijs voor Proza; de Prijs der Nederlandse Letteren; de Henriëtte Roland Holst-prijs voor zijn toneeloeuvre; de Cultuurprijs van de Stad Gent; de Constantijn Huygensprijs en in 1998 voor De Geruchten de Aristeion Literatuurprijs, de hoogste Europese literaire onderscheiding.

In 2018, tien jaar na zijn overlijden, eerde De Bezige Bij Hugo Claus schitterende bloemlezingen van zijn proza en poëzie. Daarnaast verschenen vier van zijn belangrijkste romans, De Metsiers (1950), De verwondering (1962), Het verdriet van België (1983) en De geruchten (1996), in schitterende nieuwe edities. Ook werden er talrijke exposities en literaire avonden georganiseerd om deze uitzonderlijke en onvergetelijke kunstenaar te eren.
In het najaar van 2019 verschijnt Alle verhalen, een ruim achthonderd pagina dikke uitgave die de rijkdom van Claus' kortere proza toont.

[bron: https--www.debezigebij.nl/auteurs/hugo-claus]
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
Nieuwpoort+Deel Westende
71x bekeken
0x bewaard
Sinds 4 feb '25
Zoekertjesnummer: m2231246929