Kenmerken
Conditie
Zo goed als nieuw
Aantal auteurs
Eén auteur
Jaar (oorspr.)
2010
Auteur
zie beschrijving
Beschrijving
||boek: Kleine Dagen|Novelle (bekroond met de Libris Literatuurprijs 2010)|Atlas
||door: Bernard Dewulf
||taal: nl
||jaar: 2010
||druk: 6e druk
||pag.: 186p
||opm.: paperback|zo goed als nieuw
||isbn: 978-90-450-1579-8
||code: 1:000500
--- Over het boek (foto 1): Kleine Dagen ---
Er groeit een vrouw in mijn huis. Een-twee-drie is ze vijf geworden. Op een ochtend kwam ze de keuken binnen. Ze zei dag en het was anders.
Dichter en essayist Bernard Dewulf (1960) kijkt naar zijn dagelijkse omgeving: het huis, de kinderen, de vrouw, de tuin, het licht - een kleine wereld waarin soms grootse dingen gebeuren, ook al gebeurt er schijnbaar niets. Zo kijkend en schrijvend ontstaat stukje bij beetje Kleine dagen: een kroniek in miniaturen van de gloed van het gewone. Kleine dagen won in 2010 de Libris Literatuur Prijs en in 2011 De Inktaap.
'Het zijn de beste schrijvers die geen kosmische thematiek nodig hebben om te schitteren, en om door te dringen tot de essentie van ons bestaan. Bernard Dewulf is zo'n voortreffelijke schrijver. Kleine dagen is een fascinerende schildering van de evolutie van het samenleven in een gezin, met de allure van een getijdenboek met schitterende miniaturen. Voor dit stilistische kroonjuweel bekronen wij dan ook graag en van harte Bernard Dewulf met de Libris Literatuur Prijs 2010.' --Jury Libris Literatuur Prijs 2010
[bron: https--www.bol.com]
Je moet het maar durven. Schrijven over het aller, allergewoonste, dat tegelijkertijd het meest dierbare is: je eigen kinderen. Maar zo gewoon is het niet als je er met je neus bovenop zit. Het is wonderlijk en fascinerend, als je rust neemt om het groeiproces van kinderen scherp en met liefde te observeren. Dat deed Bernard Dewulf met zijn jonge kinderen, een meisje en een jongen. Hij keek, overwoog en legde vast: 'hun kleine schommelingen, de schokjes in hun ontwikkeling; ze wikkelen zich af onder mijn ogen'. De bundel miniaturen met de simpele titel Kleine dagen is er het resultaat van.
Uit de hulpeloze baby groeit de ene keer een vrouw van vijf, koket en zelfbewust, die blikken wisselt met andere kleine vrouwen, 'een verstandhouding van gewapend suikerglas'. De volgende keer is het een mannetje dat zich een hanenkam boetseert, zich een Viking waant of Michael Jordan, en wil geloven dat zijn vader van beroep bankovervaller is. Dan vormt zich voor het eerst het woord 'cool' in zijn kleine hersenpan.
In deze chronologisch gerangschikte verhaaltjes ontluiken niet alleen twee mensen in kinderlichamen, we zijn ook getuige van het ontpoppen van een vader. De kinderen slagen erin papa, de sceptische intellectueel die liefst achter zijn bureau zit, te 'ontstuderen'. Hij gedoogt zelfs kerstbomen met flikkerlichtjes, en lelijk speelgoed dat lawaai maakt. Als hij zijn dochter en haar vriendinnetje van school haalt, probeert hij mee te huppelen, 'een hinde in het diepst van zijn houterige gedachten', maar hij hobbelt als een nijlpaard. Hij is bereid tot kneuterige gezelligheid, alleen omdat zijn kinderen zeggen: 'Gezellig hè, papa?'
Hij laat niet altijd over zich lopen. Als hij zijn zoon verslaat met tafeltennis voelt hij 'zelfzuchtige vreugde'. Waarover hij zich later schaamt. Hij bekijkt zijn zoons schoolrapport en mompelt 'Dat kan beter', zoals vaders betaamt. Dan beseft hij dat zo'n vader een lege huls is. Ooit sloeg de zoon de vader tot ridder. Maar niemand sloeg hem tot vader, hij blijft een amateur.
Het gezinsleven is niet louter een idylle. Over sommige dagen hangt een deken van verveling. Hemelvaartsdag bijvoorbeeld. Op zo'n landerige dag bijt hij zijn dochter toe: 'Doe-iets. Verzin -iets.' Maar ook verveling leent zich voor analyse. 'Verveling is als een muggensteek,' denkt hij. 'Je weet dat hij overgaat en krabt je toch kapot. Je krabt aan een onbepaalde droefenis, die (...) als een requiem over het ontbijt hangt.'
Deze verhalen zijn niet zomaar 'ontroerend' of 'herkenbaar', ook al zijn ze dat. De schoonheid van deze notities zit hem in de stijl, in de precisie en elegantie van de verwoording. Dewulf is met huid en haar betrokken, maar neemt afstand om zijn verwondering voelbaar te maken voor anderen. Zijn stijl is niet alledaags. In zijn observaties verraadt zich de dichter die hij ook is. In zijn kinderen schuilen trouwens ook dichtertjes. Dochter weet dat heks rijmt op seks. Zoons examinator op school rijmt op de alligator uit zijn 'plastic prehistorie'.
Bij Dewulf zit de diepzinnigheid aan de oppervlakte. Voor wie de moeite neemt goed te kijken is die diep genoeg.
Amsterdam, 22 maart 2010
De jury: Hans Wijers, voorzitter - Joris Gerits - Joke Hermsen - Susan Smit - Aleid Truijens
[bron: https--librisprijs.nl/bernard-dewulf-kleine-dagen]
Kindergekeutel
Novelle staat er op het omslag van Kleine dagen van Bernard Dewulf. Dat is vast bedacht door een redacteur die niet goed zat op te letten, want het boek is een verzameling korte stukjes, columns, over het gezinsleven van Bernard Dewulf. De schrijver heeft twee kinderen, een jongen en een meisje en over elk groeistuipje, het eerste schooldagje, de eerste rekensom, het eerste schoolkampje, over echt alles en alles heeft Dewulf een stukje geschreven. Vroeger had het vrouwenmagazine Margriet een rubriek die 'Goud voor uw brief' heette, misschien bestaat het nog steeds, waar elk vertederend huiselijk voorval door de lezeressen werd overgebriefd. De ontroerendste brief kreeg een gouden tientje. Dat is in het kort de 'novelle' Kleine dagen: honderdvijftig o zo ontroerende stukjes.
Je vraagt je af hoe zo'n boek op de shortlist is terechtgekomen en wie hier een vriendendienst heeft bewezen, welk pas vader of moeder geworden jurylid zich zand in de ogen heeft laten strooien door de vermeend poëtische passages. Los van de taalfouten zoals 'iets dat' (maar liefst zes keer) en Vlaamse constructies ('Er is ook een groot.' 'Wij wonen met vier.' 'Intussen slaapt normaal de vrouw naast mij.') is Dewulf een liefhebber van herhaling, een poëtisch stijlkenmerk weliswaar, maar zo overvloedig gebruikt dat je er naar van wordt. Elk stukje is ongeveer een bladzijde lang. Binnen zo'n bladzijde wordt stelselmatig een woord drie, vier keer herhaald, het liefst aan het begin van de zin. Dan zie je dus op zo'n bladzijde zes keer een zin met 'Hoe' beginnen en op dezelfde bladzijde zes keer een zin met 'Nog altijd'. Vier keer 'Voor het eerst', vier keer 'Dan', zes keer 'En', achttien keer 'En', tien keer 'Wat'. Dat is geen poëtisch taalgebruik, dat is een gebrek aan woordenschat.
Naast het woordje 'En' heeft Dewulf een voorliefde voor het woordje 'Nu', niet alleen aan het begin van de zin, ook binnen de zin. Op elke bladzijde staat ergens het woordje 'nu', soms twee keer, of vijf keer, of zeven keer. Inhoudelijk komen de stukjes steeds neer op huiselijke filosofietjes over het verglijden van de tijd, maar dan behoorlijk poëtisch opgeschreven natuurlijk. 'Zijn verleden is een erwt onder de matrassen van de toekomst.' Na het plakken van een band: 'We keren zijn fiets weer om, aan de haak van mijn geheugen rijdt hij zonder lek de toekomst van zijn straat in.' 'De wellust van het springen, waar is de tijd.' De vergankelijkheid komt je op den duur de strot uit en die kinderen en het gezinsgeluk evenzeer.
Het kan zijn dat ik niet van kinderen houd en niet van 'novelles' over gezinsgeluk. Het kan zijn dat ik niet van boeken houd waarin zinnen steeds met dezelfde woorden beginnen. Het kan zijn dat ik niet van al te nadrukkelijk poëtische zinnen houd. Ik citeer nog een paar zinnen. Als die bevallen, dan moet u het boek vooral kopen.
Mocht Dewulf straks toch de Libris Literatuur Prijs mee mogen nemen, dan zou dat een grote vergissing zijn.
Coen Peppelenbos [bron: https--www.tzum.info/2010/05/recensie-bernard-dewulf-kleine-dagen]
--- Over (foto 2): Bernard Dewulf ---
Bernard Dewulf (Brussel, 30 januari 1960) is een Vlaams dichter, essayist, toneelauteur, en columnist.
Bernard Dewulf volgde een studie Germaanse filologie. Reeds voor het verschijnen van Waar de egel gaat waren er gedichten van Dewulf gepubliceerd, onder meer in verschillende literaire tijdschriften. Publieke bekendheid verwierf hij voor het eerst in 1987, toen de collectieve dichtbundel Twist met ons verscheen, met daarin gedichten van Dewulf zelf, Dirk van Bastelaere, Charles Ducal en Erik Spinoy. In 2006 werd de dichtbundel Blauwziek gepubliceerd.
In 2001 verscheen de essaybundel Bijlichtingen: kijken naar schilders. In dit boek is een aantal beschouwingen over beeldende kunstenaars gebundeld. De auteur wil op toegankelijke wijze de betovering bij het kijken naar schilderijen bijlichten. Hij poogt telkens weer de verleiding onder woorden te brengen die kan uitgaan van schilderijen en tekeningen van onder meer Xavier Mellery, Léon Spilliaert, Pierre Bonnard, Edgar Degas, Rik Wouters, Frits Van den Berghe, Jean Rustin, Luc Tuymans, Marlene Dumas, Thierry De Cordier, Raoul De Keyser, Vincent Geyskens en anderen. Later volgde een tweede kunstbundel, met de titel Naderingen. Kijken en zoeken naar schilders (2007) met teksten over plastische kunst.
Dewulf werkte als redacteur bij het Nieuw Wereldtijdschrift en later als columnist voor De Morgen. In 2006 werd onder de titel Loerhoek een selectie van de columns van Dewulf gepubliceerd. In 2009 werd Dewulf samen met 12 andere medewerkers van De Morgen ontslagen in het kader van bezuinigingsmaatregelen. Dit collectieve ontslag leidde tot veel protesten van lezers en een staking onder het personeel, waardoor de krant op 19 mei 2009 een dag niet verscheen.
Hij werkte jaren voor NTGent, is columnist voor het Weekblad van de krant De Standaard. Van januari 2012 tot januari 2014 was hij officiële stadsdichter van Antwerpen. Sinds januari 2017 is hij writer-in-residence van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen.
Dewulf was getrouwd en had een zoon en dochter. Op 23 december 2021 overleed Dewulf onverwacht op 61-jarige leeftijd.
Bibliografie
Toneel
Onderscheidingen
[bron: wikipedia]
Bernard Dewulf in zijn werkkamer
DSL - [2011-07-22] - De ingeving
'Elke ochtend om een uur of zeven ben ik in mijn bureau. Niet dat ik daar veel doe, ik kijk gewoon naar buiten, en af en toe komt er een zin of zo. Maar voor dat gebeurt, zit ik misschien al twee uur door het raam te staren. Daarom is mijn werkkamer zo belangrijk; daarbuiten heb ik die beschikbaarheid gewoon niet. Ik krijg zelden een idee op een terras of in de winkel, dat is een ander leven. Alleen hier heb ik het recht om uren te verkwanselen, omdat ik weet dat dat geen nutteloze tijd is, al overvalt mij soms een lichte paniek van wat heb ik nu in godsnaam zitten doen. Intussen is er toch wel een kleine zekerheid dat daar iets uit zal komen.'
'Je moet jezelf echt het recht toekennen om tijd te verlummelen. Kijk maar naar schilders, die kunnen dagen in hun atelier hangen en geen fluit uitsteken. Francis Bacon heeft daar prachtige dingen over gezegd, over hoe hij uren en dagen niks zat te doen, behalve zuipen, tot het ineens begon te broeien, en dan was het gedaan met drinken. Dan was hij bloednuchter en kreeg je ineens drie, vier schilderijen na elkaar. Ik snap dat perfect.'
'Dat gelummel is misschien zoiets als verveling bij kinderen; ook dat is een noodzakelijke fase, omdat ze voor de rest zo intens bezig zijn. Schrijven is intensief; als ik twee, drie uur bezig ben, heb ik gezweet als een beest. Ik zag onlangs nog een pianist spelen in een wit linnen pak; aan het eind stond hij op en heel zijn rug was kletsnat. Dat ken ik. En nadien, na het schrijven, komt er weer een leegte, iets post-orgastisch bijna.'
TAAL AN SICH
'Ik ga dat nooit vergeten dat ik een stukje begon te maken voor de krant, zonder te weten waarover het moest gaan, en ineens zat de zin in mijn hoofd 'Een twee drie is ze vijf geworden'. Met die zin was ik echt blij. Maar waar dat nu vandaan komt, of waarom het ineens over mijn dochter ging, die inderdaad net vijf was, dat kan ik niet zeggen. Waarschijnlijk was ik onbewust met de uitdrukking 'een twee drie' bezig geweest, en was de werkelijkheid dan ingevallen. Maar ik wist meteen, nu ben ik vertrokken. Want in die zin zit een gat, de vier die ervantussen is gevallen, en dat maakt er een razendsnelle zin van, en plots schrijf je over de snelheid waarmee kinderen opgroeien. Dat is een soort geschenk van de taal. Zo beginnen bijna alle gedichten; ik heb nog nooit een gedicht geschreven dat op voorhand ergens over zou gaan.'
'Ik denk dat zo'n zin een eerste gefilterde neerslag is van alles waar je over hebt zitten denken; dat daar een heel proces aan vooraf is gegaan, waar ik niks zinnigs over kan zeggen. Waarschijnlijk gebeurt dat in een hersenfase zoals die tussen dommelen en inslapen; op dat moment verdwijnt de werkelijkheid en komt er een soort rust, en daarin vind je wat je echt wil zeggen. In die fase heb ik duizenden briljante gedichten geschreven, maar ik ben ze allemaal vergeten.'
KAMERMUZIEK
'Op mijn bureau ligt altijd een kunstboek van Edward Hopper. Gewoon zodat ik het uit mijn ooghoek zie. Zijn werk is mijn stemvork om het mijne licht te houden, want ik heb anders de neiging om zwaar te gaan schrijven en somber te gaan denken, en dat moet ik vermijden.'
'Ik word een beetje getypecast als de man die schrijft over zijn kinderen en zijn gezin, maar voor mij is het logisch dat ik schrijf over wat dicht bij mij is. En in tegenstelling tot wat veel mensen denken, maakt dat het extra moeilijk. Iedereen heeft een huis en kinderen, en toch moet je dat zo brengen dat mensen er anders naar gaan kijken.'
'Doordat mijn onderwerpen redelijk beperkt zijn, is er altijd het gevaar om in herhaling te vallen. Het is een soort carrousel in je hoofd die alsmaar ronddraait en waar je steeds weer variaties op probeert te vinden. Daarin zit het genot, in het ontdekken van weer een andere zin over hetzelfde, die toch een nuance aanbrengt. Misschien hou ik daarom ook zoveel van kamermuziek, dat is ook vaak hetzelfde met kleine variaties.'
'Volgens mij zie ik niet meer dan andere mensen. Alleen denk ik die dingen gewoon weer wegwaaien als je je niet tot doel hebt gesteld om te schrijven. Ik moet dat gewoon vasthouden, want ik heb mezelf dat opgelegd. En ik heb ook de luxe om daar aandachtig voor te kunnen zijn, ik heb dat jarenlang mogen en kunnen doen.'
DELETE!
'De paniek van het grote niets heb ik ontmoet toen ik met die stukjes voor de krant moest stoppen. Dat was een gruwelijke periode; opeens kwam er niets meer in mijn hoofd. Weken, maanden niets. Omdat het gedaan was, er was geen dwang meer. Het is een beetje een boutade, maar de inspiratie zit grotendeels in de deadline. Op mijn vijftigste ben ik daar wel achter. De dwang, jezelf verplichten om het te doen, is echt een bepalende factor.'
'Gelukkig heb ik ook een hoofd waarin vrij makkelijk taal ontstaat; dat is geen verdienste, maar het helpt. Ik deed het zo vaak voor de kinderen vroeger: 'wat een weertje zei het beertje tegen het heertje en hij zei het nog een keertje...' Dat soort associaties en woordspelletjes vliegt er gewoon uit, met alle gevolgen vandien, want dat zijn de darlings die ik onmiddellijk moet killen. Daar schiet je niet zo heel veel mee op. Maar je blijft wel bezig met taal.'
'Gelukkig ben ik goed in deleten, dat is echt mijn lievelingsknop. Dat is zo fijn aan schrijven op computer, je bent meteen voorgoed van de zever af. Tabula rasa. Alles weg.'
Meester-stilist Bernard Dewulf (1960) debuteerde in 1996 met 'Waar de egel gaat', meteen goed voor een Debuutprijs. Daarna moest de dichter even wijken voor de kunstkenner; er volgden twee verzamelingen essays over schilderkunst, 'Bijlichtingen: kijken naar schilders' en 'Naderingen: kijken en zoeken naar schilders'. De columnist in hem kreeg in 2010 voor de bundel 'Kleine dagen' de Libris Literatuurprijs. Momenteel werkt hij als dramaturg voor het NTGent.
[bron: https--www.gaeaschoeters.be/krant/bernard-dewulf-in-zijn-werkkamer]
Bernard Dewulf studeerde Germaanse filologie en werkt als journalist. Voor het dagblad De Morgen coördineerde hij jarenlang de cultuur- en boekenbijlage Café des Arts, en schrijft hij over literatuur en beeldende kunsten. Hij is ook medewerker van de Nederlandse krant NRC-Handelsblad. Van 1998 tot 2001 was hij, met Frank Albers, hoofdredacteur van het Nieuw Wereldtijdschrift. Hij debuteerde in 1987 met negen gedichten in de bloemlezing 'Twist met ons' en werd samen met Dirk van Bastelaere, Charles Ducal en Erik Spinoy ingehaald als de belangrijkste vertegenwoordigers van een nieuwe dichtersgeneratie. Een eerste eigen bundel kwam er pas in 1995: 'Waar de egel gaat'. Naast poëzie verschenen van Dewulf ook essays in boekvorm over Belgische kunst en kunstenaars.
[bron: https--www.auteurslezingen.be/author/16692]
Bernard Dewulf (1960) studeerde Germaanse filologie. Hij publiceerde onder meer Waar de egel gaat (bekroond met ASLK-prijs voor het literaire debuut 1995) en Bijlichtingen. Ook vertaalde hij het klassieke toneelstuk Alcestis, in de bewerking van Ted Hughes. Met Kleine dagen won Dewulf de Libris Literatuur Prijs 2010. Op bol.com vind je alle boeken van Bernard Dewulf, waaronder het nieuwste boek van Bernard Dewulf. [bron: https--www.bol.com]
Bernard Dewulf (1960) studeerde Germaanse filologie. Hij publiceerde onder meer 'Waar de egel gaat' (bekroond met ASLK-prijs voor het literaire debuut 1995) en 'Bijlichtingen'. Ook vertaalde hij het klassieke toneelstuk 'Alcestis', in de bewerking van Ted Hughes. Met 'Kleine dagen' won Dewulf de Libris Literatuur Prijs 2010. In 2018 verscheen zijn bundel 'Naar het gras' en in 2020 verscheen 'Tuimelingen'.
[bron: https--www.atlascontact.nl/auteur/bernard-dewulf]
Bernard Dewulf (1960) is dichter, essayist, columnist, vertaler en theaterauteur. Zijn teksten over Oostende en over de schilders van de zee zijn opgenomen in de verzamelbundel Toewijdingen (2014). Zijn werk werd meerdere malen bekroond: de Debuutprijs 1996 voor Waar de egel gaat, de Dirk Martensprijs 2008 voor Naderingen, de Librisprijs 2010 en de Inktaap 2011 voor Kleine dagen en de Toneelschrijfprijs 2013 voor Een lolita. In 2018 verscheen zijn laatste dichtbundel Naar het gras.
[bron: https--www.consciencebibliotheek.be/nl/activiteit/nottebohmlezing-bernard-dewulf]
||door: Bernard Dewulf
||taal: nl
||jaar: 2010
||druk: 6e druk
||pag.: 186p
||opm.: paperback|zo goed als nieuw
||isbn: 978-90-450-1579-8
||code: 1:000500
--- Over het boek (foto 1): Kleine Dagen ---
Er groeit een vrouw in mijn huis. Een-twee-drie is ze vijf geworden. Op een ochtend kwam ze de keuken binnen. Ze zei dag en het was anders.
Dichter en essayist Bernard Dewulf (1960) kijkt naar zijn dagelijkse omgeving: het huis, de kinderen, de vrouw, de tuin, het licht - een kleine wereld waarin soms grootse dingen gebeuren, ook al gebeurt er schijnbaar niets. Zo kijkend en schrijvend ontstaat stukje bij beetje Kleine dagen: een kroniek in miniaturen van de gloed van het gewone. Kleine dagen won in 2010 de Libris Literatuur Prijs en in 2011 De Inktaap.
'Het zijn de beste schrijvers die geen kosmische thematiek nodig hebben om te schitteren, en om door te dringen tot de essentie van ons bestaan. Bernard Dewulf is zo'n voortreffelijke schrijver. Kleine dagen is een fascinerende schildering van de evolutie van het samenleven in een gezin, met de allure van een getijdenboek met schitterende miniaturen. Voor dit stilistische kroonjuweel bekronen wij dan ook graag en van harte Bernard Dewulf met de Libris Literatuur Prijs 2010.' --Jury Libris Literatuur Prijs 2010
[bron: https--www.bol.com]
Je moet het maar durven. Schrijven over het aller, allergewoonste, dat tegelijkertijd het meest dierbare is: je eigen kinderen. Maar zo gewoon is het niet als je er met je neus bovenop zit. Het is wonderlijk en fascinerend, als je rust neemt om het groeiproces van kinderen scherp en met liefde te observeren. Dat deed Bernard Dewulf met zijn jonge kinderen, een meisje en een jongen. Hij keek, overwoog en legde vast: 'hun kleine schommelingen, de schokjes in hun ontwikkeling; ze wikkelen zich af onder mijn ogen'. De bundel miniaturen met de simpele titel Kleine dagen is er het resultaat van.
Uit de hulpeloze baby groeit de ene keer een vrouw van vijf, koket en zelfbewust, die blikken wisselt met andere kleine vrouwen, 'een verstandhouding van gewapend suikerglas'. De volgende keer is het een mannetje dat zich een hanenkam boetseert, zich een Viking waant of Michael Jordan, en wil geloven dat zijn vader van beroep bankovervaller is. Dan vormt zich voor het eerst het woord 'cool' in zijn kleine hersenpan.
In deze chronologisch gerangschikte verhaaltjes ontluiken niet alleen twee mensen in kinderlichamen, we zijn ook getuige van het ontpoppen van een vader. De kinderen slagen erin papa, de sceptische intellectueel die liefst achter zijn bureau zit, te 'ontstuderen'. Hij gedoogt zelfs kerstbomen met flikkerlichtjes, en lelijk speelgoed dat lawaai maakt. Als hij zijn dochter en haar vriendinnetje van school haalt, probeert hij mee te huppelen, 'een hinde in het diepst van zijn houterige gedachten', maar hij hobbelt als een nijlpaard. Hij is bereid tot kneuterige gezelligheid, alleen omdat zijn kinderen zeggen: 'Gezellig hè, papa?'
Hij laat niet altijd over zich lopen. Als hij zijn zoon verslaat met tafeltennis voelt hij 'zelfzuchtige vreugde'. Waarover hij zich later schaamt. Hij bekijkt zijn zoons schoolrapport en mompelt 'Dat kan beter', zoals vaders betaamt. Dan beseft hij dat zo'n vader een lege huls is. Ooit sloeg de zoon de vader tot ridder. Maar niemand sloeg hem tot vader, hij blijft een amateur.
Het gezinsleven is niet louter een idylle. Over sommige dagen hangt een deken van verveling. Hemelvaartsdag bijvoorbeeld. Op zo'n landerige dag bijt hij zijn dochter toe: 'Doe-iets. Verzin -iets.' Maar ook verveling leent zich voor analyse. 'Verveling is als een muggensteek,' denkt hij. 'Je weet dat hij overgaat en krabt je toch kapot. Je krabt aan een onbepaalde droefenis, die (...) als een requiem over het ontbijt hangt.'
Deze verhalen zijn niet zomaar 'ontroerend' of 'herkenbaar', ook al zijn ze dat. De schoonheid van deze notities zit hem in de stijl, in de precisie en elegantie van de verwoording. Dewulf is met huid en haar betrokken, maar neemt afstand om zijn verwondering voelbaar te maken voor anderen. Zijn stijl is niet alledaags. In zijn observaties verraadt zich de dichter die hij ook is. In zijn kinderen schuilen trouwens ook dichtertjes. Dochter weet dat heks rijmt op seks. Zoons examinator op school rijmt op de alligator uit zijn 'plastic prehistorie'.
Bij Dewulf zit de diepzinnigheid aan de oppervlakte. Voor wie de moeite neemt goed te kijken is die diep genoeg.
Amsterdam, 22 maart 2010
De jury: Hans Wijers, voorzitter - Joris Gerits - Joke Hermsen - Susan Smit - Aleid Truijens
[bron: https--librisprijs.nl/bernard-dewulf-kleine-dagen]
Kindergekeutel
Novelle staat er op het omslag van Kleine dagen van Bernard Dewulf. Dat is vast bedacht door een redacteur die niet goed zat op te letten, want het boek is een verzameling korte stukjes, columns, over het gezinsleven van Bernard Dewulf. De schrijver heeft twee kinderen, een jongen en een meisje en over elk groeistuipje, het eerste schooldagje, de eerste rekensom, het eerste schoolkampje, over echt alles en alles heeft Dewulf een stukje geschreven. Vroeger had het vrouwenmagazine Margriet een rubriek die 'Goud voor uw brief' heette, misschien bestaat het nog steeds, waar elk vertederend huiselijk voorval door de lezeressen werd overgebriefd. De ontroerendste brief kreeg een gouden tientje. Dat is in het kort de 'novelle' Kleine dagen: honderdvijftig o zo ontroerende stukjes.
Je vraagt je af hoe zo'n boek op de shortlist is terechtgekomen en wie hier een vriendendienst heeft bewezen, welk pas vader of moeder geworden jurylid zich zand in de ogen heeft laten strooien door de vermeend poëtische passages. Los van de taalfouten zoals 'iets dat' (maar liefst zes keer) en Vlaamse constructies ('Er is ook een groot.' 'Wij wonen met vier.' 'Intussen slaapt normaal de vrouw naast mij.') is Dewulf een liefhebber van herhaling, een poëtisch stijlkenmerk weliswaar, maar zo overvloedig gebruikt dat je er naar van wordt. Elk stukje is ongeveer een bladzijde lang. Binnen zo'n bladzijde wordt stelselmatig een woord drie, vier keer herhaald, het liefst aan het begin van de zin. Dan zie je dus op zo'n bladzijde zes keer een zin met 'Hoe' beginnen en op dezelfde bladzijde zes keer een zin met 'Nog altijd'. Vier keer 'Voor het eerst', vier keer 'Dan', zes keer 'En', achttien keer 'En', tien keer 'Wat'. Dat is geen poëtisch taalgebruik, dat is een gebrek aan woordenschat.
Naast het woordje 'En' heeft Dewulf een voorliefde voor het woordje 'Nu', niet alleen aan het begin van de zin, ook binnen de zin. Op elke bladzijde staat ergens het woordje 'nu', soms twee keer, of vijf keer, of zeven keer. Inhoudelijk komen de stukjes steeds neer op huiselijke filosofietjes over het verglijden van de tijd, maar dan behoorlijk poëtisch opgeschreven natuurlijk. 'Zijn verleden is een erwt onder de matrassen van de toekomst.' Na het plakken van een band: 'We keren zijn fiets weer om, aan de haak van mijn geheugen rijdt hij zonder lek de toekomst van zijn straat in.' 'De wellust van het springen, waar is de tijd.' De vergankelijkheid komt je op den duur de strot uit en die kinderen en het gezinsgeluk evenzeer.
Het kan zijn dat ik niet van kinderen houd en niet van 'novelles' over gezinsgeluk. Het kan zijn dat ik niet van boeken houd waarin zinnen steeds met dezelfde woorden beginnen. Het kan zijn dat ik niet van al te nadrukkelijk poëtische zinnen houd. Ik citeer nog een paar zinnen. Als die bevallen, dan moet u het boek vooral kopen.
- 'Verveling is de sneeuwlucht van de verbeelding.'
- 'Her en der staan groepjes puistjes en lage stemmen eigentijds samen te zweren, op zoek naar een ruggengraat.'
- 'Stappend groeit ook aarzelend zijn hand.'
- 'Als stilte vrolijk kan lijken, dan hier.'
- 'Stiller dan hun afwezigheid is hun achtergebleven geur. De stilte van geur.'
- 'Hoe zou het leven zijn geweest in deze kinderloze stilte? (...) Misschien is dit de stilte van straks.'
Mocht Dewulf straks toch de Libris Literatuur Prijs mee mogen nemen, dan zou dat een grote vergissing zijn.
Coen Peppelenbos [bron: https--www.tzum.info/2010/05/recensie-bernard-dewulf-kleine-dagen]
--- Over (foto 2): Bernard Dewulf ---
Bernard Dewulf (Brussel, 30 januari 1960) is een Vlaams dichter, essayist, toneelauteur, en columnist.
Bernard Dewulf volgde een studie Germaanse filologie. Reeds voor het verschijnen van Waar de egel gaat waren er gedichten van Dewulf gepubliceerd, onder meer in verschillende literaire tijdschriften. Publieke bekendheid verwierf hij voor het eerst in 1987, toen de collectieve dichtbundel Twist met ons verscheen, met daarin gedichten van Dewulf zelf, Dirk van Bastelaere, Charles Ducal en Erik Spinoy. In 2006 werd de dichtbundel Blauwziek gepubliceerd.
In 2001 verscheen de essaybundel Bijlichtingen: kijken naar schilders. In dit boek is een aantal beschouwingen over beeldende kunstenaars gebundeld. De auteur wil op toegankelijke wijze de betovering bij het kijken naar schilderijen bijlichten. Hij poogt telkens weer de verleiding onder woorden te brengen die kan uitgaan van schilderijen en tekeningen van onder meer Xavier Mellery, Léon Spilliaert, Pierre Bonnard, Edgar Degas, Rik Wouters, Frits Van den Berghe, Jean Rustin, Luc Tuymans, Marlene Dumas, Thierry De Cordier, Raoul De Keyser, Vincent Geyskens en anderen. Later volgde een tweede kunstbundel, met de titel Naderingen. Kijken en zoeken naar schilders (2007) met teksten over plastische kunst.
Dewulf werkte als redacteur bij het Nieuw Wereldtijdschrift en later als columnist voor De Morgen. In 2006 werd onder de titel Loerhoek een selectie van de columns van Dewulf gepubliceerd. In 2009 werd Dewulf samen met 12 andere medewerkers van De Morgen ontslagen in het kader van bezuinigingsmaatregelen. Dit collectieve ontslag leidde tot veel protesten van lezers en een staking onder het personeel, waardoor de krant op 19 mei 2009 een dag niet verscheen.
Hij werkte jaren voor NTGent, is columnist voor het Weekblad van de krant De Standaard. Van januari 2012 tot januari 2014 was hij officiële stadsdichter van Antwerpen. Sinds januari 2017 is hij writer-in-residence van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen.
Dewulf was getrouwd en had een zoon en dochter. Op 23 december 2021 overleed Dewulf onverwacht op 61-jarige leeftijd.
Bibliografie
- 1995 - Waar de egel gaat. Gedichten. - 52 p. ISBN 9789025412036. (bekroond met de debuutprijs 1996
- 2001 - Bijlichtingen. Kijken naar schilders. - 199 p. ISBN 9789045005935 (904500593X). Inhoud: Beschouwingen over beeldende kunstenaars, voornamelijk schilders. Met illustraties.
- 2002 - De wijnjaren (over Thierry De Cordier, Ludion, Gent, 2002)
- 2006 - Blauwziek. Gedichten. - 62 p. ISBN 9789045015958.
- 2006 - Loerhoek. - 224 p. ISBN 9789045013817.
- 2007 - Naderingen. Kijken & zoeken naar schilders. - 224 p. ISBN 9789045000213. Inhoud: Essays, beschouwingen en gesprekken over schilderijen en kunstenaars. Met illustraties.
- 2008 - De wijdere blik (essay, ISKA-cahier, Gent, 2008)
- 2009 - Zeedrift (proza, Lecomte, 2009)
- 2009 - Kleine dagen. (Atlas, Amsterdam)
- 2012 - Trekvogels in de mist. De Nieuwjaarslezingen van filosofiehuis 'Het zoekend hert' - editie 2011. - 48 p. ISBN 9789460580970. INHOUD: In zijn Nieuwjaarslezing reflecteert Bernard Dewulf over het jaar dat zich aandient en de verdere toekomst - maar vooral met aandacht voor het kleine, het kwetsbare, het illusoire. De kleine radeloosheid en de minieme hoop in de wirwar van ons mensenbestaan.
- 2012 - Verstrooiingen (beschouwingen, AtlasContact, Amsterdam)
- 2014 - Stadsgedichten (Antwerpen Boekenstad, 2014)
- 2014 - Toewijdingen. Verzamelde beschouwingen (AtlasContact, Amsterdam)
- 2016 - Late dagen (proza, AtlasContact, Amsterdam)
- 2017 - Carrousel (Toneeltekst, De Nieuwe Toneelbibliotheek)
Toneel
- Alkestis (vertaling/bewerking, uitgave: Atlas, Amsterdam, 2006), voor De Roovers, 2006.
- Oresteia (vertaling/bewerking), voor De Roovers, 2011.
- De bittere tranen van Petra von Kant (vertaling/bewerking), voor NTGent en Nationaal Toneel, 2011.
- Drie monniken (oorspronkelijk stuk), voor Artemis, regie Floor Huygen, 2012.
- Het meisje dat te veel van lucifers hield (bewerking), NTGent, Regie Julie Van den Berghe, 2011.
- Een lolita (oorspronkelijke tekst, uitgave bij Voetnoot, 2013), NTGent, regie Julie Van den Berghe, 2012.
- Kleine dagen (oorspronkelijke tekst), theatrale lezing, NTGent, regie Julie Van den Berghe.
- Cyrano (vertaling en bewerking), NTGent, regie Julie Van den Berghe, 2014.
- Elektra (hertaling/bewerking van de Oresteia), NTGent, regie Julie Van den Berghe, 2014.
- Carrousel (oorspronkelijke tekst), Noord Nederlands Toneel, regie Guy Weizman, 2017.
Onderscheidingen
- In 1996 werd zijn dichtbundel Waar de egel gaat bekroond met de Vlaamse Debuutprijs.
- In 2007 kreeg hij de Saint Amourprijs voor Goede Seks, voor het beste seks-fragment.
- In 2008 ontving hij voor Naderingen de Dirk Martensprijs (genre essay).
- In 2010 won hij de Libris Literatuur Prijs voor Kleine dagen.
- In 2011 ontving hij de De Inktaap voor Kleine Dagen.
- In 2013 ontving hij de Taalunie Toneelschrijfprijs voor de toneeltekst Een Lolita.
- In 2013 ontving hij, samen met Julie Van den Berghe, de Cutting Edge Award voor de voorstelling Een loilita.
[bron: wikipedia]
Bernard Dewulf in zijn werkkamer
DSL - [2011-07-22] - De ingeving
'Elke ochtend om een uur of zeven ben ik in mijn bureau. Niet dat ik daar veel doe, ik kijk gewoon naar buiten, en af en toe komt er een zin of zo. Maar voor dat gebeurt, zit ik misschien al twee uur door het raam te staren. Daarom is mijn werkkamer zo belangrijk; daarbuiten heb ik die beschikbaarheid gewoon niet. Ik krijg zelden een idee op een terras of in de winkel, dat is een ander leven. Alleen hier heb ik het recht om uren te verkwanselen, omdat ik weet dat dat geen nutteloze tijd is, al overvalt mij soms een lichte paniek van wat heb ik nu in godsnaam zitten doen. Intussen is er toch wel een kleine zekerheid dat daar iets uit zal komen.'
'Je moet jezelf echt het recht toekennen om tijd te verlummelen. Kijk maar naar schilders, die kunnen dagen in hun atelier hangen en geen fluit uitsteken. Francis Bacon heeft daar prachtige dingen over gezegd, over hoe hij uren en dagen niks zat te doen, behalve zuipen, tot het ineens begon te broeien, en dan was het gedaan met drinken. Dan was hij bloednuchter en kreeg je ineens drie, vier schilderijen na elkaar. Ik snap dat perfect.'
'Dat gelummel is misschien zoiets als verveling bij kinderen; ook dat is een noodzakelijke fase, omdat ze voor de rest zo intens bezig zijn. Schrijven is intensief; als ik twee, drie uur bezig ben, heb ik gezweet als een beest. Ik zag onlangs nog een pianist spelen in een wit linnen pak; aan het eind stond hij op en heel zijn rug was kletsnat. Dat ken ik. En nadien, na het schrijven, komt er weer een leegte, iets post-orgastisch bijna.'
TAAL AN SICH
'Ik ga dat nooit vergeten dat ik een stukje begon te maken voor de krant, zonder te weten waarover het moest gaan, en ineens zat de zin in mijn hoofd 'Een twee drie is ze vijf geworden'. Met die zin was ik echt blij. Maar waar dat nu vandaan komt, of waarom het ineens over mijn dochter ging, die inderdaad net vijf was, dat kan ik niet zeggen. Waarschijnlijk was ik onbewust met de uitdrukking 'een twee drie' bezig geweest, en was de werkelijkheid dan ingevallen. Maar ik wist meteen, nu ben ik vertrokken. Want in die zin zit een gat, de vier die ervantussen is gevallen, en dat maakt er een razendsnelle zin van, en plots schrijf je over de snelheid waarmee kinderen opgroeien. Dat is een soort geschenk van de taal. Zo beginnen bijna alle gedichten; ik heb nog nooit een gedicht geschreven dat op voorhand ergens over zou gaan.'
'Ik denk dat zo'n zin een eerste gefilterde neerslag is van alles waar je over hebt zitten denken; dat daar een heel proces aan vooraf is gegaan, waar ik niks zinnigs over kan zeggen. Waarschijnlijk gebeurt dat in een hersenfase zoals die tussen dommelen en inslapen; op dat moment verdwijnt de werkelijkheid en komt er een soort rust, en daarin vind je wat je echt wil zeggen. In die fase heb ik duizenden briljante gedichten geschreven, maar ik ben ze allemaal vergeten.'
KAMERMUZIEK
'Op mijn bureau ligt altijd een kunstboek van Edward Hopper. Gewoon zodat ik het uit mijn ooghoek zie. Zijn werk is mijn stemvork om het mijne licht te houden, want ik heb anders de neiging om zwaar te gaan schrijven en somber te gaan denken, en dat moet ik vermijden.'
'Ik word een beetje getypecast als de man die schrijft over zijn kinderen en zijn gezin, maar voor mij is het logisch dat ik schrijf over wat dicht bij mij is. En in tegenstelling tot wat veel mensen denken, maakt dat het extra moeilijk. Iedereen heeft een huis en kinderen, en toch moet je dat zo brengen dat mensen er anders naar gaan kijken.'
'Doordat mijn onderwerpen redelijk beperkt zijn, is er altijd het gevaar om in herhaling te vallen. Het is een soort carrousel in je hoofd die alsmaar ronddraait en waar je steeds weer variaties op probeert te vinden. Daarin zit het genot, in het ontdekken van weer een andere zin over hetzelfde, die toch een nuance aanbrengt. Misschien hou ik daarom ook zoveel van kamermuziek, dat is ook vaak hetzelfde met kleine variaties.'
'Volgens mij zie ik niet meer dan andere mensen. Alleen denk ik die dingen gewoon weer wegwaaien als je je niet tot doel hebt gesteld om te schrijven. Ik moet dat gewoon vasthouden, want ik heb mezelf dat opgelegd. En ik heb ook de luxe om daar aandachtig voor te kunnen zijn, ik heb dat jarenlang mogen en kunnen doen.'
DELETE!
'De paniek van het grote niets heb ik ontmoet toen ik met die stukjes voor de krant moest stoppen. Dat was een gruwelijke periode; opeens kwam er niets meer in mijn hoofd. Weken, maanden niets. Omdat het gedaan was, er was geen dwang meer. Het is een beetje een boutade, maar de inspiratie zit grotendeels in de deadline. Op mijn vijftigste ben ik daar wel achter. De dwang, jezelf verplichten om het te doen, is echt een bepalende factor.'
'Gelukkig heb ik ook een hoofd waarin vrij makkelijk taal ontstaat; dat is geen verdienste, maar het helpt. Ik deed het zo vaak voor de kinderen vroeger: 'wat een weertje zei het beertje tegen het heertje en hij zei het nog een keertje...' Dat soort associaties en woordspelletjes vliegt er gewoon uit, met alle gevolgen vandien, want dat zijn de darlings die ik onmiddellijk moet killen. Daar schiet je niet zo heel veel mee op. Maar je blijft wel bezig met taal.'
'Gelukkig ben ik goed in deleten, dat is echt mijn lievelingsknop. Dat is zo fijn aan schrijven op computer, je bent meteen voorgoed van de zever af. Tabula rasa. Alles weg.'
Meester-stilist Bernard Dewulf (1960) debuteerde in 1996 met 'Waar de egel gaat', meteen goed voor een Debuutprijs. Daarna moest de dichter even wijken voor de kunstkenner; er volgden twee verzamelingen essays over schilderkunst, 'Bijlichtingen: kijken naar schilders' en 'Naderingen: kijken en zoeken naar schilders'. De columnist in hem kreeg in 2010 voor de bundel 'Kleine dagen' de Libris Literatuurprijs. Momenteel werkt hij als dramaturg voor het NTGent.
[bron: https--www.gaeaschoeters.be/krant/bernard-dewulf-in-zijn-werkkamer]
Bernard Dewulf studeerde Germaanse filologie en werkt als journalist. Voor het dagblad De Morgen coördineerde hij jarenlang de cultuur- en boekenbijlage Café des Arts, en schrijft hij over literatuur en beeldende kunsten. Hij is ook medewerker van de Nederlandse krant NRC-Handelsblad. Van 1998 tot 2001 was hij, met Frank Albers, hoofdredacteur van het Nieuw Wereldtijdschrift. Hij debuteerde in 1987 met negen gedichten in de bloemlezing 'Twist met ons' en werd samen met Dirk van Bastelaere, Charles Ducal en Erik Spinoy ingehaald als de belangrijkste vertegenwoordigers van een nieuwe dichtersgeneratie. Een eerste eigen bundel kwam er pas in 1995: 'Waar de egel gaat'. Naast poëzie verschenen van Dewulf ook essays in boekvorm over Belgische kunst en kunstenaars.
[bron: https--www.auteurslezingen.be/author/16692]
Bernard Dewulf (1960) studeerde Germaanse filologie. Hij publiceerde onder meer Waar de egel gaat (bekroond met ASLK-prijs voor het literaire debuut 1995) en Bijlichtingen. Ook vertaalde hij het klassieke toneelstuk Alcestis, in de bewerking van Ted Hughes. Met Kleine dagen won Dewulf de Libris Literatuur Prijs 2010. Op bol.com vind je alle boeken van Bernard Dewulf, waaronder het nieuwste boek van Bernard Dewulf. [bron: https--www.bol.com]
Bernard Dewulf (1960) studeerde Germaanse filologie. Hij publiceerde onder meer 'Waar de egel gaat' (bekroond met ASLK-prijs voor het literaire debuut 1995) en 'Bijlichtingen'. Ook vertaalde hij het klassieke toneelstuk 'Alcestis', in de bewerking van Ted Hughes. Met 'Kleine dagen' won Dewulf de Libris Literatuur Prijs 2010. In 2018 verscheen zijn bundel 'Naar het gras' en in 2020 verscheen 'Tuimelingen'.
[bron: https--www.atlascontact.nl/auteur/bernard-dewulf]
Bernard Dewulf (1960) is dichter, essayist, columnist, vertaler en theaterauteur. Zijn teksten over Oostende en over de schilders van de zee zijn opgenomen in de verzamelbundel Toewijdingen (2014). Zijn werk werd meerdere malen bekroond: de Debuutprijs 1996 voor Waar de egel gaat, de Dirk Martensprijs 2008 voor Naderingen, de Librisprijs 2010 en de Inktaap 2011 voor Kleine dagen en de Toneelschrijfprijs 2013 voor Een lolita. In 2018 verscheen zijn laatste dichtbundel Naar het gras.
[bron: https--www.consciencebibliotheek.be/nl/activiteit/nottebohmlezing-bernard-dewulf]
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
Nieuwpoort+Deel Westende
12x bekeken
0x bewaard
Sinds 4 mar '25
Zoekertjesnummer: m2241722480
Populaire zoektermen
de kleine zeppelin in Schoolboekenkleine winkler prins in Encyclopedie�nde kleine dokter a vogel in Gezondheid, Dieet en Voedingkleine leon in Romanstien kleine negertjes in Detectiveskleine nerds in Romansplantyn kleine wereldatlas in Atlassen en Landkaartengrote panda en kleine draak in Overige Boekendagen van zand in Romansluk dewulf in Economie, Management en Marketingde kleine prins in Romans365 dagen weight watchers in KookboekenGedichten en Po�zie in Gedichten en Po�ziedewulf in Psychologiekapaza in Bureau-accessoiresford fiesta in Fordrolstoel onderdelen in Rolstoelenstuurslot mercedes in Elektronica en Kabelsbruin lederen zetel in Zetels | Zetelsschuifslot in Curiosa en Brocantekunststof kast in Overige Tuin en Terrasfeestartikelen huwelijk in Feestartikelenmagazijn kast in Kantoor en Winkelinrichting | Magazijn, Stelling en Opslagtuinman tuinonderhoud in Tuinmannen en Stratenmakers