Beschrijving

Marc Dessauvage studeert architectuur aan het Hoger Architectuurinstituut Sint-Lucas Gent (1952-1957). Daarnaast volgt hij in de jaren 1957-1961 zowel aan het Hoger Architectuurinstituut Sint-Lucas Gent als aan het architectuurinstituut (NHIBS) Antwerpen lessen 'Stedebouw'. Tijdens zijn opleiding wordt zijn grafische vaardigheid reeds bekroond met de 'Prijs Kan. De Gheyn voor Opmeting van Historische gebouwen' (1953) en de 'Prijs Broeder Inspecteur-Generaal Alfred Maurice voor Natuurschetsen met de Vrije Hand' (1954). In 1959 neemt hij deel aan de wedstrijd Pro Arte Christiana (Vaalbeek) voor het ontwerp van een kerk in Mortsel. Met zijn vernieuwend ontwerp dat een manifest is voor een nieuwe kerkelijke architectuur, behaalt hij de eerste prijs. Vanaf dat moment start zijn loopbaan als zelfstandig architect.

In de jaren 1960 wordt hij een eminent kerkenbouwer. Hij realiseert een aantal opvallende parochiekerken, uitgewerkt volgens de nieuwe postconciliaire opvattingen. Zijn kerkontwerpen zijn gereduceerd tot de architectonische essentie waarbij de elementaire constructieve opbouw van vloer, dak, wand duidelijk leesbaar blijft. Hij noemt het zelf 'woonkerken' en zoekt in zijn ontwerpen naar een functionele organisatie waarbij de verhouding van de gelovigen tot het altaar erg belangrijk is. Voor de uitvoering maakt hij gebruik van 'natuurlijke' materialen zoals baksteen, zichtbeton en houten schrijnwerk. Mooie voorbeelden zijn o.m. Ezemaal (Sint-Aldegondiskerk, 1962), Holsbeek (Sint-Caroluskerk, 1962), Herne-Kokejane (O.-L.-Vrouwkerk, 1963) en Westmalle (Sint-Pauluskerk, 1964).

In de tweede helft van de jaren zestig verruimt Dessauvage zijn visie over het kerkgebouw als "woning voor de gemeenschap". Zijn kerkgebouwen krijgen een grotere diversiteit aan maatschappelijke functies en overschrijden het zuiver liturgische. Het worden polyvalente gemeenschapscentra, uitgewerkt binnen een stedebouwkundige context. Interessante voorbeelden hiervan zijn het parochiecentrum Don Bosco in Kessel-Lo (1965-1970) en het Gemeenschapscentrum Onze-Lieve-Vrouw-Termuilen in Liedekerke (1972-1974).

In dezelfde geest realiseert hij voor de Leuvense universiteit het Erasmusgebouw voor de faculteit Letteren (1971-1972). In Westmalle bouwt hij het klooster Magnificat (1966-1970), in Hasselt het ontmoetingscentrum Godsheide (1969), allebei centra waar mensen samenwonen in een natuurlijke omgeving.

Dessauvage is ook de ontwerper van een aantal privé-woningen, doorgaans vrijstaande eengezinswoningen die hij zelf 'tuinwoningen' noemt. Net zoals bij zijn kerken zijn ook zijn woningen gekenmerkt door de integratie van het gebouw in de natuur, het gebruik van baksteenmetselwerk en beton zowel binnen als buiten en de nauwgezette aandacht voor het grondplan met betrekking tot het interne functioneren. Enkele interessante voorbeelden zijn o.m. de tuinwoning Verbeeck in Pellenberg (1965), de woningen Uytterhoeven in Meensel-Kiezegem (1966) en Geerts in Kessel-Lo (1967) en natuurlijk zijn eigen woning in Loppem (1980).

Na een periode van zes jaar inactiviteit krijgt Dessauvage in 1982 van de Katholieke Universiteit Leuven de opdracht een uitbreiding te ontwerpen voor het psychiatrisch centrum Salve Mater in Lovenjoel. Wanneer hij een jaar later ook gevraagd wordt voor een ontwerp van stadsvernieuwing in Brugge, namelijk de verbouwing van het negentiende-eeuwse Sint-Janshospitaal tot hotelcomplex Sheraton, lijkt zijn carrière een nieuwe glansrijke weg op te gaan. De architect overlijdt echter plots op 12 december 1984.

95 pagina's. Boek, in uitstekende staat. Paperback met binnenflappen.
ISBN 90 5035 105 0
Den Gulden Engel en De Singel, Antwerpen 1987

Ophaling of verzending is mogelijk
Verzending met bpost naar een postpunt of postkantoor bedraagt 5,40 euro, naar een privéadres 7,10 euro
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
Borgerhout
215x bekeken
3x bewaard
Sinds 11 jan '26
Zoekertjesnummer: m2354585643