Kenmerken
Conditie
Zo goed als nieuw
Periode
17e en 18e eeuw
Jaar (oorspr.)
1948
Auteur
zie beschrijving
Beschrijving
||boek: De Boerenkrijg 1798 "Voor Outer en Heerd"||Davidsfonds Volksreeks [358]
||door: Arthur De Bruyne
||taal: nl
||jaar: 1948
||druk: ?
||pag.: 198p
||opm.: hardcover|zo goed als nieuw
||isbn: N/A
||code: 1:001644
--- Over het boek (foto 1): De Boerenkrijg 1798 "Voor Outer en Heerd" ---
DE BRUYNE, Arthur
De Boerenkrijg
...
De Boerenkrijg was ook een echte volksbeweging, in de zin hier van: een beweging van de "kleine man", en dan is het negatieve wachtwoord het diepst gevoelde en het best begrepene. De Boerenkrijg was een gewelddadige uiting van vaderlandsliefde tegen vreemde verdrukking, van gehechtheid aan de godsdienst en aan de oude gebruiken tegenover het tactloos optreden van volksvreemde hervormers, àlles bezield door een diepbewustzijn van nationale eigenheid. Een verzet tegen de vreemde verdrukkers, een beweging voor het herstel van de oude instellingen, hetzij binnen het kader van een onafhankelijke Zuid-Nederlandse, Belgische republiek, hetzij in een nader te omschrijven vereniging met de Noordelijke Nederlanden, onder de Stadhouder, of ook nog in een nieuwe verhouding tot Oostenrijk, met aartshertog Karel als stadhouder. Om het even, als het maar de oude staatsinrichting was, met haar diep ontzag voor de godsdienst, haar gewestelijke autonomie en standen-privileges.
...
Op 20 Oktober 1798 was er te Sint-Amands reeds een groep Brigands uit het Land van Waas aangekomen. Dezelfde dag hadden enige durvers te Bornem de Franse vrijheidsboom omvergehaald, en 's anderen daags overrompelde een bende van vierhonderd rebellen het dorp en bevrijdde de gevangenen, op bevel van de vrederechter aangehouden. De 22e, een zondag, doet Rollier zijn intrede in Bornem en spreekt er tot de honderden strijdlustigen en nieuwsgierigen. Tijdens die geestdriftige samenkomst doet zich ook een bijna komische gebeurtenis voor. Aan het hoofd van een twintigtal vrouwen komt er, tot groot jolijt en onder de spottend-goedkeurende toejuichingen van de omstanders, een jonge boerin naar voren gedrongen. Eeen hooivork zwaaiend, verklaart ze dat zij en haar gezellinnen er mee willen op uittrekken en dat ze alle Fransen zullen vermoorden. Het kost Rollier enig geduld en behendigheid om de Bornemse amazones aan het verstand te brengen, zonder ze te kwetsen, dat ze zich thuis heel wat verdienstelijker kunnen maken voor de vaderlandse zaak dan in de strijd te midden der mannen.
...
Herentals is voor de vaderlandse zaak verloren. Een zestigtal huizen zijn platgelegd, driehonderd Brigands gesneuveld, en twaalf krijgsgevangenen worden naar Antwerpen gebracht. Maar de Fransen, die twee veroverde vlaggen triomfantelijk meevoeren en aan het departementaal bestuur te Antwerpen schenken, - dat beslist dat die vlaggen bestendig in de raadszaal van het gebouw der schoenmarkt zouden prijken, vergissen zich wanneer ze opstand gedempt menen.
...
Charlepoeng poogde daarop zijn geweer te schouderen, maar kreeg een bajonetsteek in de zijde, waarna een ruiter hem met zijn sabel het hoofd afhakte. Als een bloedig zegeteken werd dit hoofd op een puntige paal gestoken, en zo meegenomen naar Brussel, waar het 's anderen daags door de municipaliteit en andere personen erkend werd als zijnde wel degelijk het hoofd van Jacquemin, bijgenaamd kozijn Karel van Loupoigne. Gedurende drie dagen bleef het grijnzende masker op de Grote Markt tentoongesteld, maar toch waren er nog velen die, zoals altijd in dergelijke omstandigheden, weigerden te geloven dat het nu wel degelijk gedaan was met Charlepoeng.
...
[bron: https--www.lezenswaard.be/view/2478/de-bruyne-arthur]
Boerenkrijg
Met een opmerkelijke aandacht, verering, toewijding, geestdrift en eensgezindheid, bereidt het Vlaamse volk de herdenking voor van den Boerenkrijg: van den opstand namelijk der Vlaamse, Brabantse, Antwerpse en Limburgse dorpelingen, in 1798, tegen de Franse verdrukking, afpersing, opeising en vervolging. Het Davidsfonds treedt vooraan met voordrachtgevers en schrijvers; met het pas verschenen boek De Boerenkrijg, door Arthur de Bruyne, dat veel meer zou verdienen dan een vluchtige vermelding. Zijn jaarvergadering overigens, op Zondag 19 September te Mechelen, zal gepaard gaan met een 'algemene landelijke Boerenkrijgherdenking', en van nu af roept het al zijn leden op tot een 'Massa-hulde aan onze Brigands'. - Volgt de Belgische Boerenbond, met het toneelspel Zo streden onze boeren, door niemand minder dan door Kanunnik L. Engelen, Algemeen Proost van de B.J.B.: een eenvoudig, gemakkelijk, aangrijpend en ontroerend propaganda-spel, te Leuven reeds gecreëerd en wie weet door hoeveel jeugdkringen nog op te voeren. - Maar het toneel heeft een nog ruimer aandeel. 'Het Antwerps Volkstoneel' zal Het spel der Brigands, door Paul Hardy, ronddragen, en 'Het reizend Volkstheater' heeft als nummer één op zijn repertorium, Edele Brigands door Lode van Hertbrugge. - Voeg daar de stoeten en optochten bij, in bijna al de dorpen waar de boeren streden: in het Waasland en Oost-Vlaanderen, in Klein-Brabant en omheen Mechelen, in de grote dorpen van de Antwerpse Kempen, te Hasselt en in het Hageland. Zondag na Zondag volgen de feesten elkander op, altijd nieuw en altijd dezelfde; tot het grote Mechelse het beste van alom samenvoegt en verenigt. - Intussen zullen de oudere en nieuwere boeken worden gelezen: naast dat van De Bruyne, de rustig bezonken roman De harde weg van Van Hemeldonck, de ruige en driftige Jan Tervaert van De Pillecijn, het diep-menselijke moeder-verhaal Niet wanhopen, Maria-Christina van F.R. Boschvogel, van Albe de nieuwe Boerenkrijgverbeelding die eerstdaags het licht ziet.
De wrede Boerenkrijg en de heldhaftige Brigands horen bij onze Vlaamse, bij onze katholieke traditie. Zonder den politieken godsdienststrijd in het vrije België der negentiende eeuw, had men ze minder opgemerkt; want Van Gansen en Rollier, twee van de grootste aanvoerders der boeren, stierven roemloos in 1841 en in 1852. Maar in 1853 schreef Conscience zijn Boerenkrijg; in 1868 en in 1871 bracht ons August Smeders Op den toren en De voetbranders. Sedertdien vond de Boerenkrijg, van geslacht tot geslacht, bewonderaars en herauten: Muyldermans, Gebruers, Staes, Van Caeneghem, Claes, Verachtert, Demedts, Langens... Sedertdien is die opstand ondergebracht - een minder glansrijk dan innig-treffend episode - bij de ontembare verbetenheid, waarmede ons volk sinds de zestiende eeuw het katholiek geloof handhaafde, sinds 1302 de eigen zelfstandigheid steeds herstelde. Historisch gezien en voor buitenstaanders, komen deze lokale feiten wel onbelangrijk voor; onze strijdbare trouw aan aard en geloof maakt ze tot een allerdierbaarst symbool: de onvervangbaar prachtige leuze 'Outer en Heerd'. voelen we aan als een verren, een minder betwisten voorloper van 'Vlaanderen voor Christus'.
Ziehier dan de betekenis en rol van deze zo algemeen aanvaarde en verwachte herdenking. Vlamingen van. allerlei slag vinden elkander weer: hopelijk vergeven en vergeten zij, in een grootmoedige en rechtvaardige verzoening, de zo verderfelijke verdeeldheid der laatste jaren, jammerlijk levend gehouden door gemeenschappelijke vijanden. Katholieken vinden elkander weer; zij beseffen dat hun eerste taak en plicht niet de bedrieglijke cultuur gelden, maar de ware cultuur met godsdienst doordrongen. Katholieken en Vlamingen vinden elkander: idealisten en realisten, clerikalen en gelalciseerden, jongeren en ouderen; want alleen de onderlinge waardering, naastenlief de, behulpzaamheid en harmoniëring waarborgen de toekomst... Er zijn, te midden van onze veelvuldige verwarring, ook verblijdende tekenen; één daarvan is de spontane bezieling van allen, bij de aloude leuze die zo modern klinkt, bij het verre voorbeeld met zijn veelvuldige toepassing.
Strijden, misschien sneuvelen, ook in de nederlaag triomferen, voor kinderen en kleinkinderen de vrijheid en vroomheid bewaren, de cultuur en de Kerk: deze heldhaftige taak van onze eenvoudig-getrouwe en dieplevende voorouders der (ach! zo gesmade) achttiende eeuw, is thans zoveel méér dringend en dwingend geworden.
E.J. [bron: https--www.dbnl.org/tekst/_str005194701_01/_str005194701_01_0134.php]
De Boerenkrijg
Voorgeschiedenis:
Wanneer we het hebben over de Boerenkrijg, zullen we eerst moeten stilstaan bij de Franse Revolutie.
Door de onthoofding van Lodewijk XVI op 21 januari 1793, wou men voorgoed afrekenen met het "oubollige" verleden.
Samen met Lodewijk XVI werd dit alles begraven.
Ook buiten de grenzen was Frankrijk in oorlog verwikkeld, want Fransen zijn altijd al Imperialistisch volk geweest.
Reeds in 1792 voerden Oostenrijk en Frankrijk oorlog om de Zuidelijke Nederlanden.
Het lot zou beslissen dat Frankrijk de strijd van Oostenrijk won en zo kwamen de Zuidelijke Nederlanden onder Frans bestuur.
Het Franse leger werd aangevoerd door Generaal Dumoeriez die met zijn leger de strijd beslechtte bij Jemappes.
Het is dan 6 november 1792. De geest van de Brabantse omwenteling (1789-1790) laaide terug op.
Nog hetzelfde jaar werd het 'Decreet der Conventie", waarin stond dat de Schelde en Maas vrijgemaakt moesten worden, van kracht. Dit in het belang van "de Rechten van de Mens en de Gelijkheid der Volkeren". In de grondwet van 1791 lezen we: "De Franse Natie neemt zich voor in de toekomst geen veroveringsoorlog meer te voeren en zal nooit gewapenderhand de vrijheid van enig Volk bestrijden".
Generaal Dumouriez was voorstander van de stichting van de Belgische Republiek en hij vond bijgevolg dat de benamingen Vlamingen, Henegouwers en Brabanders moesten verdwijnen. "Wees een Volk van broeders onder één naam".
Op 15 december 1792 werden de Zuidelijke Nederlanden volledig bij Frankrijk ingelijfd. Op 18 maart 1793 kwam het echter weer tot zware veldslagen tussen Oostenrijk en Frankrijk. Het leger van Generaal Dumouriez werd in de val gelokt. De Zuidelijke Nederlanden stelden hun hoop op Oostenrijk om een eigen vrij volksbestaan te kunnen verwerven.
Twee Franse legers zetten de aanval opnieuw in, en op 17 oktober 1797 deed de keizer afstand van de Zuidelijke Nederlanden nadat Generaal Bonaparte hen grote territoriale voordelen beloofd had.
Herentals 28 oktober 1798:
In de nacht van 27 op 28 oktober verzamelde het boerenleger zich in Herentals. Het bestond voornamelijk uit boeren van Turnhout en omgeving, die op de vlucht waren voor Generaal Bonardy en zijn 700 man sterk leger met zwaar geschut. Ook het boerenleger van Geel had zich bij de andere boeren aangesloten tot een leger van 2000 man, onder leiding van Corbeels, Van Gansen en Van Dijck.
De Boeren wisten dat het Franse leger langs Turnhout over Kasterlee naar Herentals kwam.
Het slecht bewapende boerenleger zette een hinderlaag op en wachtte geduldig af. Toen op 29 oktober de Franse troepen de stad naderden, werden ze verrast door een aanval van het boerenleger, maar tevergeefs. Het boerenleger werd terug gedrongen tot binnen de stadsmuren.
Generaal Bonardy stuurde een onderhandelaar naar de stad maar deze werd door de boeren neergeschoten.
Na deze inbreuk op het oorlogsrecht, stuurde Genraal Bonardy zes ruiters naar de stadspoort, maar ook zij werden neergekogeld.
De Franse troepen zetten woedend de aanval in.
De verliezen aan Franse zijde waren enorm, zo werd de terugtocht van het Franse leger ingeblazen.
Na deze terugtocht werden de Franse kanonnen opgesteld voor de stadspoorten. Hiertegen was het boerenleger niet opgewassen. Herentals werd vernield en er vielen enorm veel slachtoffers. De boeren bliezen de aftocht.
Toen de strijd gestreden was, plunderden de Fransen Herentals twee uur lang. Door deze actie van het Franse leger kreeg de verfranste burgerij nog meer het gevoel dat de boerenstrijd een vijandelijke strijd was en zagen ze de echte vijand (de Fransen) als vrienden.
Op de dag van vandaag herinnert een standbeeld op de Grote Markt in Herentals de Heldenmoed van de Boerenkrijg.
De slag om Diest
Diest was een kleine Franse garnizoensstad die niet al te veel boeren telden. Het was er betrekkelijk rustig en de bevolking bood weinig weerstand.
Er waren dan ook slechts een kleine groep van 50 soldaten en 1 Franse officier gekazerneerd. Op maandag 12 november 1798 werd 's morgens om 6 uur de wacht aan de stadspoort gewisseld; Toen de vier Franse soldaten bij de stadspoort aankwamen, zagen ze dat hun kameraden gekneveld en van hun wapens beroofd waren.
Spoedig ondergingen ze hetzelfde lot. De boeren waren in de stad!
Het was de jonge boerenleider Elens, Kapitein van Scherpenheuvel, die met zijn manschappen hiervoor verantwoordelijk waren. Hier en daar binnen in de stad kwam het tot schermutselingen en de Franse soldaten vluchten naar Leuven. Diest was nu in handen van de boeren. De 20 achtergebleven soldaten en de officier werden verborgen door Fransgezinde burgers.
De boeren maakten zich op voor een grote strijd tegen het Franse leger. Van overal trokken boeren naar Diest, ondermeer Corbeels en Van Gansen met hun manschappen.
Alle wapens werden opgeëist door het Boerenleger, invalswegen werden versperd en ze bewaakten de stadsingangen.
Op 13 november werd een aanval van 50 Franse soldaten dan ook snel afgeslagen.
De Franse krijgsheren met heel wat oorlogservaring stelden zich op hoogte op, om de stad te omringen. Nu werd de toestand plots ernstig en in de namiddag brak de strijd los. De Fransen rukten met hun zwaar geschut op en de boeren moesten stellingen prijsgeven. De verliezen aan de Franse zijde waren zo hoog dat de Fransen vroegen om wapenstilstand. Zo konden zij hun doden weghalen. De Franse bevelhebber Jardon die verbaasd was over de vastberadenheid van de boeren en die zo veel mogelijk levens wou sparen, vroeg om te onderhandelen met de boerenleiders over de overgave van de stad.
Van Gansen, Meulemans en Stolman kregen vrijgeleide en werden ontboden bij Bevelhebber Jardon.
Die stelde voor het boerenleger vrije aftocht te geven indien alle boerenleiders zich aangaven. Met deze boodschap keerden de boerenleiders terug. Het voorstel werd echter op luid gejouw onthaald. Iedereen of niemand moest de vrije aftocht krijgen.
De strijd laaide spoedig weer op en duurde tot zonsondergang. Niemand kon toen voorspellen wat er de volgende ochtend zou gebeuren. Bij zonsopgang dreunden de Franse kanonnen en Van Gansen besloot een uitbraak te doen op de Allerheiligenberg om hun stelling opnieuw in te nemen.
Een groep onder leiding van Van Gansen ging over tot de aanval en de Franse troepen trokken zich terug. Pas aangekomen Franse reserve-eenheden drongen de boeren terug tot aan de voet van de berg. Ook nu moest heldenmoed wijken voor de overmacht. De verliezen aan boerenzijde zijn talrijk. Van Gansen wou echter een tweede aanval inzetten om de gevechtslinie naar de hoogvlakte te kunnen verplaatsen en zo kanonnen te kunnen buitmaken.
Van Gansen was de drijvende kracht achter de troepen. Toen een kogel hem in het aangezicht trof, verzwakte de geest van het boerenleger. Van Gansen werd zwaargewond de stad binnen gedragen. Het boerenleger zou enkel nog de stad verdedigen, hun moed zakte in hun schoenen.
Leven onder Frans bevel
Het volk "in de Lage Landen" geraakte het komen en gaan van vreemde troepen stilaan gewend. De Franse soldaten waren oppermachtig. Ze eisten huizen op, legden beslag op goederen en etenswaren voor hun leger. Men maakte hier ook voor het eerst kennis met het Franse "papieren geld". De ellende was enorm, het volk leefde in erbarmelijke omstandigheden. Kloosters en kerken werden leeggeroofd en onze kunstschatten verdwenen richting Parijs.
Rond 1796 begon ook de vervolging van de Rooms-Katholieke kerk, natuurlijk was dit een zeer gevoelig punt onder de bevolking. Kloostergemeenten werden afgeschaft, abdijen verbeurd verklaard. Monniken, priesters en zusters werden met veel machtsvertoon uit hun gebouwen verdreven. De geestelijken leefden nu ondergedoken, vermomd als boeren of ambachtslui gingen ze het volk dopen of mensen begraven en huwelijken voltrekken.
Door verraad werden ze opgespoord, vervolgd en gevangen gezet of verbannen. Wanneer men families betrapte die een geestelijke verborgen hadden, stak men zelfs hun huis in brand.
Zo probeerden ze de bevolking te ontmoedigen om geestelijken te laten schuilen bij hen. Ontelbare maatregelen vernederde de bevolking. Op 5 september 1798 werd het genoeg! Het Franse gouvernement voerde een wet in die alle jonge mannen tussen de 20 en de 25 jaar dwong dienst te nemen in het Franse leger. Door het uitvoeringsdecreet van 24 september 1798 werden meer dan 200.000 jongelingen onder de wapens geroepen. Nu was de maat vol. Daadwerkelijk verzet was het gevolg. Mensen van alle standen schaarden zich achter dezelfde vlag: een wit banier met een bloedrood kruis op. De Boerenkrijg was geboren.
Aanvang van de strijd
De storm ontbrandde in het waasland, toen op 10 oktober in Dendermonde de Conscriptiewet afgekondigd werd en er tegelijkertijd in Sint-Niklaas aanplakbiljetten verschenen om deze wet niet te volgen. Op 12 oktober vielen Franse ambtenaren Overmere binnen om de goederen van een onwillige belastingbetaler te verkopen. De sfeer was duidelijk gespannen en verzet bleef niet uit.
De meer dan 600 opstandelingen hielden natuurlijk rekening met een vergeldingsactie en trokken zich daarom terug in de bossen. De Fransen dachten het verzet de kop ingedrukt te hebben, maar niets is minder waar. Toen ze de aftocht bliezen, kwamen de strijders terug uit de bossen. Ze trokken naar de dorpskerk en braken de verzegelde deur open. Mannen en vrouwen, jong en oud verdrongen zich in de kerk, het orgel werd bespeeld en de klokken werden geluid. Al spoedig droeg de dorpspriester (die al die tijd ondergedoken geleefd had) een mis op. Het Franse juk moest afgeschud worden. De menigte vernielde de gehate vrijheidsboom op het dorpsplein en rukte op naar het gemeentehuis, dat stormenderhand ingenomen werd. De registers van militie en schatplichtigen belandden op de brandstapel. Overmere was bevrijd.
Nu nog kan men op het dorpsplein van Overmere het standbeeld ter herinnering aan deze dag bewonderen.
Voor Outer en Heerd
Geen roekeloze wagers:
Stil volk dat zich beraadt
Aleer het zijn belagers
Manheft te lijve gaat
Zij wisten wat zij wilden,
Toen zij tot stout verweer
De pik of zeis optilden
of grepen naar 't geweer
Refrein:
Voor vrijheid en recht.
ongeknecht, onverveerd
Voor Outer en Heerd!
Zij steunden op oranje's:
De Nederlanden één!
En juichten toen Brittannië's
Beloofde vloot verscheen
Koekmoedig in de gouwen
Van Diets Zuid - Nederland
Zijn allen sterk en trouwe
Gesprongen in de brand.
Roliers, Corbeels, Van Gansen
Bevochten onverveerd
Met wisselende kansen,
De vijand van hun heerd.
Zij kampten koen als leeuwen,7
En werden z'overmand,7
Hun namen staan voor eeuwen
In 't hart van 't volk gebrand
Lied: Voor Outer en Heerd - Armand Preud'homme
Geraadpleegde bronnen:
Rolf Waegeman [bron: https--vlaams-historisch-archief.org/gebeurtenissen/index]
--- Over (foto 2): Arthur De Bruyne ---
Arthur De Bruyne (Kruibeke, 14 maart 1912 - Mortsel, 9 oktober 1992) was een Vlaams historicus.
Hij schreef geschiedkundige werken over de Guldensporenslag, de Boerenkrijg, de Ierse vrijheidsstrijd en het Vlaams-nationalisme. Voor de Tweede Wereldoorlog was De Bruyne actief in de Vlaamsnationalistische jeugdbeweging en werd hij hoofdredacteur van De Blauwvoet.
Na de oorlog leverde hij bijdragen voor het naoorlogse weekblad Rommelpot en het weekblad De Vlaamse Linie. Hij schreef de biografieën Joris van Severen: Droom en daad (1961) en Lodewijk Dosfel: Kultuurflamingant, aktivist, nationalist (1967).
Bijdragen die hij leverde voor het satirisch weekblad 't Pallieterke werden achteraf gebundeld in onder meer Hendrik de Man - Cyriel Verschaeve (1969), Trouw (1973) en in De kwade jaren (in vijf delen, 1971-1976).
Na zijn loopbaan als leraar voor doven en spraakgestoorden in Antwerpen was hij medewerker van Kerk in Nood/Oostpriesterhulp.
Hij was ook de schrijver van o.a. Eamon de Valera en de Ierse republiek (1954) en van Sinn Féin (1969, Davidsfonds Leuven).
Onder velerlei schuilnamen schreef hij ook artikels voor de kranten De Standaard en de Gazet van Antwerpen.
Arthur De Bruyne was de vader van zeven kinderen, waaronder kunstschilder Joost De Bruyne (1944-1976), componist en pianist Koen De Bruyne (1946-1977) en zanger en liedjesschrijver Kris De Bruyne (1950-2021). Een broer van hem was VU-politicus Hector De Bruyne.
[bron: wikipedia]
DE BRUYNE Arthur
Kruibeke, 14 maart 1912 - Mortsel, 9 oktober 1992
Romancier, historicus
Onderwijzer die als pure hobby geschiedenisboeken schreef, gespecialiseerd in de Eerste en de Tweede Wereldoorlog en de repressie.
Hij schreef geschiedkundige werken over de Guldensporenslag, de Boerenkrijg, de Ierse vrijheidsstrijd en het Vlaams-nationalisme.
BIOGRAFIE
14 maart 1912: Geboren in Kruibeke.
Oktober 1914: Het gezin vlucht voor de oorlogsellende naar Nederland.
22 januari 1919: Het gezin keert terug naar Kruibeke. Op 7 februari gaat vader De Bruyne terug aan de slag als gemeenteonderwijzer.
Arthur studeert voor onderwijzer aan de Normaalschool van de Broeders van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes te Oostakker. Het zijn de geschiedenislessen van broeder dr. Denijs die de jonge Arthur blijvend beïnvloeden.
1928: Op een Rodenbachherdenking in Sint-Niklaas ziet de toen 16-jarige Arthur voor het eerst Wies Moens in levende lijve een voordracht geven. Hij zal een levenslange sympathisant en volgeling worden. Pas in 1936 zal hij persoonlijk met de dichter/auteur kennis maken. Het leidt tot een hechte vriendschap tussen beide.
1929: Ook Joris van Severen kan hem boeien. Maar wanneer in 1934 de 'nieuwe marsrichting' wordt aangenomen, breekt hij met het Verdinaso. Overigens is Arthur de Bruyne nooit lid geweest van het Verdinaso.
1931: Studeert af als onderwijzer.
1 oktober 1931: Kan aan de slag als leraar aan het Instituut voor Doofstommen en Spraakgebrekkigen in Antwerpen. Hij blijft er tot eind 1963.
1936: Debuteert in de reeks Vlaamse Filmkes als nr 282 met een jeugdverhaal De apostel der doofstommen: abbé de l'Epée, dat volledig in de lijn ligt van zijn beroepsbezigheden. De 18de eeuwse Franse pedagoog Michel de l'Epée, wordt ook al eens de "apostel der doofstommen" genoemd.
Er volgen enkele artikels in verband met het onderwijs voor doofstommen in het professorenweekblad Nieuw Vlaanderen.
Het is naar aanleiding van deze publicaties dat de redactie van de Blauwvoet (priesters Rik de Backer en Willem Noë) hem om zijn medewerking vragen.
In De Blauwvoet - hij is er een tijd hoofdredacteur - publiceert hij bij voorkeur bijdragen over Ierland en Zuid-Afrika (zie bibliografie achteraan). Het nationaliteitenprobleem ligt hem nauw aan het hart.
1938: Woont als waarnemer de landdagen van het Verdinaso bij. Publiceert hierover een scherp verslag in het VNV-dagblad Volk en Staat. Ook in Gudrun publiceert hij meerdere bijdragen.
WERELDOORLOG II
Mei 1940: Zoals vele anderen krijgt de 28-jarige De Bruyne het bevel om naar West-Vlaanderen te gaan en daar op nieuwe orders te wachten. De chaos en paniek die ze onderweg ervaren doet hen rechtsomkeer maken. Eind mei zijn ze terug thuis.
Juli 1941: Onder impuls van de Duitse bezetter wordt de Nationaal Socialistische Jeugd Vlaanderen opgericht, waardoor het Dietsch Jeugdverbond de facto ophield te bestaan. De Bruyne neemt definitief afscheid uit de jeugdbeweging.
Mei 1941-begin 1943: Lid van de Eenheidsbeweging VNV. Wordt lesgever (o.a. over de Ierse kwestie, Zuid-Afrika en de Boerenkrijg) aan de hogere kaderschool van het VNV en werkt mee aan een aantal bladen (Volk en Staat, De Dag, Het Algemeen Nieuws, De Nationaalsocialist ...) het weekblad Volk en Kultuur. Meestal schrijft hij over cultuur-historische onderwerpen. Een overzicht van deze publicaties vindt u achteraan de chronologische bibliografie.
1941-1942: Op vraag van Wies Moens - die intussen directeur bij Zender Brussel is geworden, zal hij een zestiental luisterspelen verzorgen met als thema's: de Frontbeweging (juni 1941), De Geuzen (zomer 1941), priester Daens (november 1941), liederen uit de Boerenkrijg (1942) en over "De levende Rodenbach" (18 september 1942)
1942: Publicatie van zijn eerste historische roman De Boerenkrijg.
2 juni 1942: Treedt in het huwelijk met Gabriëlle van Broeck uit Kruibeke, eveneens onderwijzeres van vorming.
NA WERELDOORLOG II
Ontplooit een bijzonder drukke journalistieke bedrijvigheid met boekbesprekingen en geschiedkundige kronieken in o a het satirische weekblad Rommelpot en het weekblad De Vlaamse Linie, Het Handelsblad en vooral 't Pallieterke waar hij decennialang de rubriek op de middenpagina "Uit het dossier van 't Pallieterke" zal verzorgen, steeds ondertekend met E. de V.
1945: Redacteur van het satirische anti-repressie weekblad Rommelpot (december 1945-december 1949).
1949: Medewerking aan het jezuïetenweekblad De Vlaamse Linie
1949-1966: Verbonden als recensent van pedagogische en historische werken aan het katholieke bibliotheektijdschrift Boekengids.
1953: Een eerste boekje over de Ierse vrijheidsstrijd verschijnt Ch. St. Parnell (over de charismatische Charles Stewart Parnell (1846-1891)), in de reeks Verhandelingen van de Katholieke Vlaamse Hogeschooluitbreiding.
1954: In dezelfde reeks verschijnt een tweede Ierland-boek over de rebel en staatsman Eamon de Valera: Eamon de Valera en de Ierse Republiek. Het wordt bekroond met de Prof. J. Persynprijs.
1 maart 1956: Eerste bijdrage in 't Pallieterke onder het pseudoniem E.d.V.
1959-1960: Heeft zitting in de algemene vergadering van het IJzerbedevaartcomité.
1961: Publicatie van de biografie Joris van Severen: Droom en daad (Uitg. Oranje)
1964: Na 32 jaar onderwijzer te zijn geweest besluit hij met vervroegd pensioen te gaan.
1965-1978: Aanvaardt het aanbod van Werenfried van Straaten, ook gekend als de Spekpater, om zijn persmedewerker in België te worden op het pers- en documentatiecentrum van Kerk in Nood/Oostpriesterhulp in Tongerlo.
1967: Er verschijnt een tweede succesvolle biografie: Lodewijk Dosfel 1881-1925: Kultuurflamingant, aktivist, nationalist
1968 tot 1989: Ondervoorzitter van Beweging voor de Verenigde Staten van Europa (BVSE). een beweging die vooral in de jaren 1960 en 1970 een begrip was binnen de Vlaamse beweging, maar langzaamaan in de vergetelheid raakte.
1968-1973: In afzonderlijk uitgegeven West-Pockets worden een aantal bijdragen gebundeld die hij leverde voor het satirisch weekblad 't Pallieterke: Petits vicaires...(1968), Hendrik de Man - Cyriel Verschaeve (1969), Trouw (1973)
1969: Tussen twee golven van uitgave van gebundelde bijdragen in, verschijnt De Bruynes derde en meest bekende Ierland-boek: Sinn Féin: van Paasopstand tot republiek.
1971-1976: Bij de Kempische uitgeverij De Roerdomp verschijnen vijf boekdelen De kwade jaren. Het bevat lichtjes herwerkte en aangevulde reeksen artikels die eerder in 'Pallieterke waren verschenen.
1978 - 1981: Werd Abteilungsleiter van de Internationaler Informationsdienst, het hoofdkwartier van de Oostpriesterhulp gevestigd in het Duitse Königstein in het Taunusgebergte.
1984: Eerste symptomen van zijn ziekte, die hem langzaam maar zeker uitput.
3 oktober 1987: Grootse viering naar aanleiding van zijn 75ste verjaardag door vrienden en lezers. Hij wordt door Clem de Ridder, Edgar Boonen, Karel van Isacker, Renaat de Muyt, Ludo Simons en Werenfried van Straaten in de bloemetjes gezet.
30 juni 1988: Allerlaatste artikel over professor Reimond Speleers in 't Pallieterke.
1989: Zijn laatste boek Jules Charpentier: afgezant van de frontbeweging vergt het uiterste van zijn krachten.
9 oktober 1992: Arthur de Bruyne overlijdt in Mortsel.
Arthur De Bruyne is de vader van zanger Kris De Bruyne, van kunstschilder Joost De Bruyne en van componist en pianist Koen De Bruyne; en broer van VU-politicus Hector De Bruyne. Hector De Bruyne was minister van Buitenlandse Handel en was voordien korte tijd directeur van de krant De Financieel Economische Tijd.
Het archief van Arthur De Bruyne bevindt zich in het ADNV
GERAADPLEEGDE BRONNEN
Website
Referentie
BEKRONINGEN
1953 Prof. J. Persynprijs voor Eamon de Valera en de Ierse Republiek
1963 Prijs voor het Essay van de Provincie Antwerpen voor Joris van Severen. Droom en Daad.
1990 Jozef Simonsprijs voor zijn gehele werk
BIBLIOGRAFIE
Woordje vooraf
De bibliografie valt uiteen in twee delen:
De bibliografische gegevens werden onder meer nagekeken bij
Chronologisch overzicht
Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1936 De apostel der doofstommen: abbé de l'Epée. (jeugdverhaal) Averbode: De Goede Pers. -32p; Reeks: Vlaamsche filmkens. - Averbode, 1931 - 1947; vol. 282
1939 Een volk wil leven (pamflet); Onder de pseudoniem JOOST VAN DE AA; 1941: Heruitgave door Wiek op! Brugge -32p. Onder eigen naam; Uitgegeven Door het Dietsche Jeugdverbond Antwerpen - 1939 - Amsterdam. -31p.
1941 De boerenkrijg (roman); Onder eigen naam ARTHUR DE BRUYNE; Brugge: Uitgave "Wiek op". -63p.
1944 Usselincx de Onvermoeibare; 1987: 2de druk onder de titel 'Usselincx en de Westindische Compagnie' in: Hulde Arthur de Bruyne 75. p. 21-85. Uitgave: Boek & Vorm Guido Sijs, Winksele. -96p; Brugge/Utrecht: Uitgave " Wiek op ". -78p.
1946 De IJzertoren, de IJzerbedevaarten: een historisch overzicht. (historische schets); Onder de pseudoniem G DE DEYCKER; Antwerpen: N.V. Ontspanningslectuur. -45p.
1948 De boerenkrijg (1798 "Voor outer en heerd") (roman); Bandversiering: Renaat Demoen; Leuven: Davidsfonds. -199p; Reeks: Volksreeks nr 358* 1948-1
1948 Het proces Borginon. (documentair verslag); Onder pseudoniem W de Rode; Woord vooraf W. de Rode (pp 7-14); Geïllustreerd met foto's en tekeningen; Antwerpen: N.V. Uitgaven Luctor. -263p.
1950 Dosfel en de jeugd: toespraak gehouden op de Dosfel-herdenking te Sint-Gillis-bij-Dendermonde, 29 mei 1950 (voordracht); Antwerpen: Pennoen. -11p.
1952 De Guldensporenslag (11 juli 1302) (roman); Leuven: Davidsfonds. -232p; Reeks: Volksreeks nr 399* 1952-2
1953 Ch. St. Parnell. (essay over Iers politicus); Antwerpen/Brussel/Gent/Leuven: Uitgeversmij. N. V.; Standaard-Boekhandel. -72p; Reeks: Verhandelingen van de Katholieke Vlaamse Hogeschooluitbreiding. - Antwerpen, Jaarg. XLVII ; nr 1. vol. 426
1954 Eamon de Valera en de Ierse Republiek.; Bekroond met de Prof. J. Persynprijs 1953; Antwerpen/Brussel/Gent/Leuven: Uitgeversmij. N. V. Standaard-Boekhandel. -93p; Reeks: Verhandelingen van de Katholieke Vlaamse Hogeschooluitbreiding. - Antwerpen, 1924 - 1966; vol. 434
1955 Drie Westvlamingen: Dr. A. Depla, Mr. Dr. J. Leuridan, Dr. J.A. Spincemaille (brochure); Toespraak gehouden ter gelegenheid van de IVde dodenherdenking te Roeselare op 22 mei 1955; Zellik: L. Van Calck, J. -17p.
1961 Joris van Severen: droom en daad. (biografie); 1983: 2de druk bij: Uitgeverij De Roerdomp, Brecht. -344p; Zulte: Oranje-uitgaven. -341p
1963 Stefaan Bandera, 1909-1959 (brochure); Zulte:Oranje uitgaven, Ill. -10p.
1965 Oostpriesterhulp, avontuur der naastenliefde. (brochure); Tongerlo: Oostpriesterhulp. -32p.
1966 Jan van Boendale: de schepenklerk van Antwerpen in de 14de eeuw. (historisch jeugdverhaal); Antwerpen: De Sikkel. Ill. -32p; Reeks: Historische verhalen voor de jeugd.
1967 Lodewijk Dosfel, 1881-1925. Kultuurflamingant, aktivist, nationalist. (biografie); 1984: 2de druk bij Walter Soethoudt, Antwerpen; Wilrijk: Oranje-uitgaven. -509p.; Reeks: Bibliotheca Belgica. - vol. 1; Colofon: Aanvang 1967 in opdracht van de Oranje-Uitgaven gedrukt op de persen van de N.V. Vonksteen te Langemark. De clichés werden afgewerkt door de fotogravuur N.V. Deckmyn & C° te Roeselare. Van deze uitgave werden 400 genummerde eksemplaren gedrukt ten behoeve van de intekenaars van de handtekening van de schrijver voorzien. Dit is nummer ...
1968 Petits vicaires ...: priester Daens, dom Modest Van Assche, rektor Jan Bernaerts, pater Callewaert. (bundeling); Ingeleid door Jan Nuyts, hoofdredacteur van 't Pallieterke; Herwerking van de artikelenreeksen van E. de V. "Uit het dossier van 't Pallieterke"; Verantw. Uitgever: Maurits Coppieters; De Panne: Vlaamse Vrienden van de Westhoek. -164p; Reeks: West-pocket; vol. 2- 3 (dubbelpocket)
1969 Sinn Féin: Ierland: van paasopstand tot republiek.; Aangevuld met enkele foto's van Sinn Féin politici.; Leuven: Davidsfonds. -186p.; Reeks: Keurreeks / Davidsfonds. - Leuven; vol. 111 (1969-2)
1969 Hendrik De Man, Cyriel Verschaeve; Herwerking van de artikelenreeksen van E. de V. "uit het dossier van 't Pallieterke"; Uitgave, opmaak, spelling: Vlaamse Vrienden van de Westhoek, Maskenslaan, 33, De Panne; De Panne: Vlaamse Vrienden van de Westhoek. -300p; Reeks: West-pocket; vol. 4-5.
1971 Jozef van Overstraeten: hulde bij zijn 75e verjaardag. (gelegenheidspublikatie); Brussel: Bogaert. -24p.
1971 De kwade jaren. Deel 1; Vijf artikelenreeksen onder de schuilnaam E. de V. verschenen in het weekblad 't Pallierterke , bewerkt en aangepast voor deze publikatie.; Deel 1: Oostfronters (1 januari - 2 april 1970.; Vindevogel (30 september - 14 oktober 1965); Leopold III graaf Capelle en Robert Poulet (14 mei -2 juli 1970); José Streel (26 juni - 10 juli 1958); P.-H. Spaak (27 augustus - 29 Oktober 1970); Brecht/Antwerpen: Uitgeverij De Roerdomp. -320p.
1971 De kwade jaren. Deel 2; Artikelenreeksen onder de schuilnaam E. de V. verschenen in het weekblad 't Pallieterke, bewerkt en gedeeltelijk aangevuld voor deze publicatie.; Deel 2: Geweld tegen Leopold III, Romsée, Kolonel Van Coppenolle, Maarschalk Pétain; Brecht/Antwerpen: Uitgeverij De Roerdomp. -317p.
1972 De kwade jaren. Deel 3; Vier artikelenreeksen onder het pseudoniem E. de V., Emiel de Volder, verschenen in het weekblad "'t Pallieterke": Theo Brouns (9 artikelen van 6 januari tot 3 maart 1966), Jef Van Extergem,Socialist - aktivist - kommunist (6,13 en 20 december 1962) Het geval Delwaide (16,23,30 november en 7 december 1967), Mgr. Tiso. Een prelaat aan de galg (15 artikelen, van 15 maart tot 26 juni 1962) .Bewerkt en aangevuld voor deze publicatie in boekvorm; Brecht/Antwerpen: Uitgeverij De Roerdomp. -311p.
1973 De kwade jaren. Deel 4; Zeven artikelenreeksen onder het pseudoniem onder het pseudoniem E. de V. verschenen in het weekblad " 't Pallieterke ", bewerkt en aangevuld voor de publicatie in boekvorm; Deel 4: Rommelpot (8, 15, 22 & 29 oktober;5 & 12 november 1964); Hendrik Elias: (11, 18 & 25 september; 2, 9, 16 & 23 oktober 1969)
Professor Geyl (25 februari; 2, 9, 16, 23 & 30 maart; 6 april 1967); Leon Degrelle en het rexisme (18 & 25 juni; 2, 9, 16, en 23 juli 1959); Walter Boucherij (17 &v24 augustus 1961); Schuind 'drama van het misverstand' (24 april, 1 & 8 mei 1958); Schuind, secretaris-generaal (17 & 24 maart 1966); Brecht/Antwerpen: Uitgeverij De Roerdomp. -318p.
1973 Trouw: pater Stracke, Borms, Staf De Clercq, Leuridan, Tollenaere, Wim Maes; Bestaat in hoofdzaak uit artikelen onder de schuilnaam E. de V. (Emiel de Volder) verschenen in "'t Pallieterke" 1966=1970, aangepast en bijgewerkt voor deze publicatie in boekvorm; Lay-out en omslag: Paul vanden Dorpe; Tekeningen: 't Pallieterke; De Panne: Nieuw Vlaanderen. -155p; Reeks: West-pocket nr. 6-7 . Nieuw Vlaanderen ; 6e jaarg., 1973, juli, speciaal nummer; Bevat: Pater Stracke (pp 7-38); Borms (pp 39-82); Staf de Clercq (pp 53-104); Leuridan (pp 105-126); Tollenaere (pp 127-144); Wim Maes (pp145-155).
1976 De kwade jaren. Deel 5; Bevat de artikelenreeksen - verschenen in het weekblad 't Pallieterke' - over:
Robert Brasillach, "facist" (zes artikelen: 24 maart - 28 april 1960); Waarom werd Prof. Daels ter dood veroordeeld? (26 december 1974); Gesprekken met Degrelle (zeven artikelen: 18 oktober-19 november 1962); Dr. Edgard Muylle (drie artikelen: 19 oktober - 2 november 1961); Edmond Borms vetelt over zijn vader (twee atikelen: 18 en 25 aprl 1971)
Elias als leider van het V.N.V.: interview met Jan Brans; Brecht/Antwerpen: Uitgeverij De Roerdomp. -272p.
1982 Lodewijk Dosfel: een levensbeeld. (monografie); Bevat op pag. 34 het gedicht van Van Wilderode 'Dorsvloer van het verdriet'; Antwerpen: Uitgeverij De Nederlanden vzw. -34p.
1983 Joris van Severen (monografie); Antwerpen: Were Di. -64p.
1984 Lodewijk Dosfel: een levensverhaal; Heruitgave van de uitgave in 1961; Omslag Studio Soethoudt; Antwerpen: Soethoudt & Co nv -513p; Reeks: Soethoudt Essay.
1986 25 jaar Europese Eresenaat. Wilrijk: Beweging voor de Verenigde Staten van Europa. Ill. -64p.
1987 Hulde Arthur de Bruyne 75. (liber amicorum); Winksele: Boek & Vorm Guido Sijs. -96p.
1989 Jules Charpentier: afgezant van de frontbeweging; Met inleiding door Lode Jan Wils en Carlos Van Louwe; Antwerpen: De Nederlanden. -240p.
BIJDRAGEN AAN TIJDSCHRIFTEN (selectie)
Arthur de Bruynes bijdragen aan diverse dag- weekbladen en tijdschriften zijn overvloedig. Schrijversgewijs beperkt zich hier tot de bijdragen die geleverd werden in de periode voor en tijdens de tweede wereldoorlog.
Het betreft de bijdragen aan De Blauwvoet, Gudrun, De Jonge Nationaalsocialist en De Nationaalsocialist, Nieuw Vlaanderen (1934-1944), Volk en Cultuur, Volk en Staat (met een aparte oplijsting van de bijdragen in de rubriek 'Gestalten') en Volkskamp.
De bibliografische gegevens zijn ontleend aan Pieter Jan Verstraete, Leven en werk van Arthur de Bruyne. Kortrijk, Eigen Beheer, 1999. Ill., 160p - Nota: In dit werk vind je ook de overige bijdragen in diverse andere dag-, weekbladen en tijdschriften van na de tweede wereldoorlog alsook een secundaire bibliografie terug.
DE BLAUWVOET
GUDRUN
DE JONGE NATIONAALSOCIALIST
DE NATIONAALSOCIALIST
NIEUW VLAANDEREN (1934-1944)
VOLK EN KULTUUR
VOLK EN STAAT
VOLK EN STAAT (BIJDRAGEN IN DE REEKS "GESTALTEN")
VOLKSKAMP
[bron: https--schrijversgewijs.be/schrijvers/de-bruyne-arthur]
De Bruyne, Arthur
(Kruibeke 14 maart 1912 - Mortsel 9 oktober 1992). Broer van Hector de Bruyne.
Was de zoon van een onderwijzer uit Kruibeke die tijdens de Eerste Wereldoorlog les gaf aan een Belgische vluchtelingenschool in Gouda. De Bruyne werd gevormd in de normaalschool van Oostakker en was tot eind 1964 leraar voor doven en spraakgestoorden in Antwerpen. Daarna werd hij het hoofd van de pers- en documentatiedienst van Kerk in Nood-Oostpriesterhulp in Tongerlo, en in de periode 1978-1981 van haar internationale informatiedienst in Königstein.
De Bruyne was actief in de Vlaams-nationalistische jeugdbeweging en werd hoofdredacteur van De Blauwvoet. Tijdens de oorlog was hij lid van het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV), daarna medeoprichter van Rommelpot en medewerker aan Het Handelsblad van Antwerpen, De Vlaamse Linie, Het Pennoen en andere bladen. Zijn talrijke vulgariserende geschiedkundige bijdragen handelden over onderwerpen die hem als nationalist aantrokken: De Boerenkrijg (1948), De Guldensporenslag (1952), de Ierse vrijheidsstrijd en vooral het Vlaams-nationalisme.
De Bruyne maakte vooral naam door de journalistieke kronieken over het Vlaams-nationalisme en de oorlogsjaren die hij sinds 1956 publiceerde in 't Pallieterke onder de schuilnaam van E. de V. Vele daarvan werden gebundeld in boeken die een hoge oplage haalden, zoals "Pétits vicaires" (1968), Hendrik de Man - Cyriel Verschaeve (1969), De kwade jaren (5 dln., 1971-1976) en Trouw (1973). Terecht oordeelde Lode Claes dat dit alles werd geschreven "met andere doeleinden dan de historiografie", namelijk voor "het weerleggen van de repressie". E.H. Kossmann verklaarde in 1991 dat een werk als De kwade jaren, ter rechtvaardiging van de collaboratie, in Nederland onmogelijk was. Door zijn werk heeft De Bruyne in belangrijke mate bijgedragen tot de naoorlogse verspreiding van de Vlaams-nationalistische idee in continuïteit met de fascistische periode van de beweging.
De Bruyne heeft ook twee wetenschappelijke werken van lange adem op zijn naam. Het betreft twee biografieën, het genre dat zijn voorkeur wegdroeg. Joris van Severen, Droom en Daad (1961) was baanbrekend en blijft een waardevolle biografie van de leider van het Verdinaso. Hetzelfde geldt voor Lodewijk Dosfel 1881-1925. Kultuurflamingant, aktivist, nationalist (1967). Beide werken beleefden ongewijzigde heruitgaven. Ze zijn vlot geschreven maar wat wijdlopig, en steunen op een rijke documentatie. Ze bieden levendige portretten dankzij een fijn psychologisch aanvoelen en zin voor het detail en de anekdote. Maar beide missen synthese. De achtergrond van de V.B. en het nationalisme wordt er niet in uitgewerkt, en dus ook niet de invloed die Dosfel en Van Severen daarop uitoefenden.
De Bruyne heeft jarenlang gewerkt aan een derde grote biografie over Jules Charpentier. Afgezant van de Frontbeweging (1989), maar was niet meer in staat om de brokstukken van zijn documentatie te verwerken tot een geheel.
Literatuur
Lode Wils [bron: https--nevb.be/wiki/De_Bruyne,_Arthur]
||door: Arthur De Bruyne
||taal: nl
||jaar: 1948
||druk: ?
||pag.: 198p
||opm.: hardcover|zo goed als nieuw
||isbn: N/A
||code: 1:001644
--- Over het boek (foto 1): De Boerenkrijg 1798 "Voor Outer en Heerd" ---
DE BRUYNE, Arthur
De Boerenkrijg
...
De Boerenkrijg was ook een echte volksbeweging, in de zin hier van: een beweging van de "kleine man", en dan is het negatieve wachtwoord het diepst gevoelde en het best begrepene. De Boerenkrijg was een gewelddadige uiting van vaderlandsliefde tegen vreemde verdrukking, van gehechtheid aan de godsdienst en aan de oude gebruiken tegenover het tactloos optreden van volksvreemde hervormers, àlles bezield door een diepbewustzijn van nationale eigenheid. Een verzet tegen de vreemde verdrukkers, een beweging voor het herstel van de oude instellingen, hetzij binnen het kader van een onafhankelijke Zuid-Nederlandse, Belgische republiek, hetzij in een nader te omschrijven vereniging met de Noordelijke Nederlanden, onder de Stadhouder, of ook nog in een nieuwe verhouding tot Oostenrijk, met aartshertog Karel als stadhouder. Om het even, als het maar de oude staatsinrichting was, met haar diep ontzag voor de godsdienst, haar gewestelijke autonomie en standen-privileges.
...
Op 20 Oktober 1798 was er te Sint-Amands reeds een groep Brigands uit het Land van Waas aangekomen. Dezelfde dag hadden enige durvers te Bornem de Franse vrijheidsboom omvergehaald, en 's anderen daags overrompelde een bende van vierhonderd rebellen het dorp en bevrijdde de gevangenen, op bevel van de vrederechter aangehouden. De 22e, een zondag, doet Rollier zijn intrede in Bornem en spreekt er tot de honderden strijdlustigen en nieuwsgierigen. Tijdens die geestdriftige samenkomst doet zich ook een bijna komische gebeurtenis voor. Aan het hoofd van een twintigtal vrouwen komt er, tot groot jolijt en onder de spottend-goedkeurende toejuichingen van de omstanders, een jonge boerin naar voren gedrongen. Eeen hooivork zwaaiend, verklaart ze dat zij en haar gezellinnen er mee willen op uittrekken en dat ze alle Fransen zullen vermoorden. Het kost Rollier enig geduld en behendigheid om de Bornemse amazones aan het verstand te brengen, zonder ze te kwetsen, dat ze zich thuis heel wat verdienstelijker kunnen maken voor de vaderlandse zaak dan in de strijd te midden der mannen.
...
Herentals is voor de vaderlandse zaak verloren. Een zestigtal huizen zijn platgelegd, driehonderd Brigands gesneuveld, en twaalf krijgsgevangenen worden naar Antwerpen gebracht. Maar de Fransen, die twee veroverde vlaggen triomfantelijk meevoeren en aan het departementaal bestuur te Antwerpen schenken, - dat beslist dat die vlaggen bestendig in de raadszaal van het gebouw der schoenmarkt zouden prijken, vergissen zich wanneer ze opstand gedempt menen.
...
Charlepoeng poogde daarop zijn geweer te schouderen, maar kreeg een bajonetsteek in de zijde, waarna een ruiter hem met zijn sabel het hoofd afhakte. Als een bloedig zegeteken werd dit hoofd op een puntige paal gestoken, en zo meegenomen naar Brussel, waar het 's anderen daags door de municipaliteit en andere personen erkend werd als zijnde wel degelijk het hoofd van Jacquemin, bijgenaamd kozijn Karel van Loupoigne. Gedurende drie dagen bleef het grijnzende masker op de Grote Markt tentoongesteld, maar toch waren er nog velen die, zoals altijd in dergelijke omstandigheden, weigerden te geloven dat het nu wel degelijk gedaan was met Charlepoeng.
...
[bron: https--www.lezenswaard.be/view/2478/de-bruyne-arthur]
Boerenkrijg
Met een opmerkelijke aandacht, verering, toewijding, geestdrift en eensgezindheid, bereidt het Vlaamse volk de herdenking voor van den Boerenkrijg: van den opstand namelijk der Vlaamse, Brabantse, Antwerpse en Limburgse dorpelingen, in 1798, tegen de Franse verdrukking, afpersing, opeising en vervolging. Het Davidsfonds treedt vooraan met voordrachtgevers en schrijvers; met het pas verschenen boek De Boerenkrijg, door Arthur de Bruyne, dat veel meer zou verdienen dan een vluchtige vermelding. Zijn jaarvergadering overigens, op Zondag 19 September te Mechelen, zal gepaard gaan met een 'algemene landelijke Boerenkrijgherdenking', en van nu af roept het al zijn leden op tot een 'Massa-hulde aan onze Brigands'. - Volgt de Belgische Boerenbond, met het toneelspel Zo streden onze boeren, door niemand minder dan door Kanunnik L. Engelen, Algemeen Proost van de B.J.B.: een eenvoudig, gemakkelijk, aangrijpend en ontroerend propaganda-spel, te Leuven reeds gecreëerd en wie weet door hoeveel jeugdkringen nog op te voeren. - Maar het toneel heeft een nog ruimer aandeel. 'Het Antwerps Volkstoneel' zal Het spel der Brigands, door Paul Hardy, ronddragen, en 'Het reizend Volkstheater' heeft als nummer één op zijn repertorium, Edele Brigands door Lode van Hertbrugge. - Voeg daar de stoeten en optochten bij, in bijna al de dorpen waar de boeren streden: in het Waasland en Oost-Vlaanderen, in Klein-Brabant en omheen Mechelen, in de grote dorpen van de Antwerpse Kempen, te Hasselt en in het Hageland. Zondag na Zondag volgen de feesten elkander op, altijd nieuw en altijd dezelfde; tot het grote Mechelse het beste van alom samenvoegt en verenigt. - Intussen zullen de oudere en nieuwere boeken worden gelezen: naast dat van De Bruyne, de rustig bezonken roman De harde weg van Van Hemeldonck, de ruige en driftige Jan Tervaert van De Pillecijn, het diep-menselijke moeder-verhaal Niet wanhopen, Maria-Christina van F.R. Boschvogel, van Albe de nieuwe Boerenkrijgverbeelding die eerstdaags het licht ziet.
De wrede Boerenkrijg en de heldhaftige Brigands horen bij onze Vlaamse, bij onze katholieke traditie. Zonder den politieken godsdienststrijd in het vrije België der negentiende eeuw, had men ze minder opgemerkt; want Van Gansen en Rollier, twee van de grootste aanvoerders der boeren, stierven roemloos in 1841 en in 1852. Maar in 1853 schreef Conscience zijn Boerenkrijg; in 1868 en in 1871 bracht ons August Smeders Op den toren en De voetbranders. Sedertdien vond de Boerenkrijg, van geslacht tot geslacht, bewonderaars en herauten: Muyldermans, Gebruers, Staes, Van Caeneghem, Claes, Verachtert, Demedts, Langens... Sedertdien is die opstand ondergebracht - een minder glansrijk dan innig-treffend episode - bij de ontembare verbetenheid, waarmede ons volk sinds de zestiende eeuw het katholiek geloof handhaafde, sinds 1302 de eigen zelfstandigheid steeds herstelde. Historisch gezien en voor buitenstaanders, komen deze lokale feiten wel onbelangrijk voor; onze strijdbare trouw aan aard en geloof maakt ze tot een allerdierbaarst symbool: de onvervangbaar prachtige leuze 'Outer en Heerd'. voelen we aan als een verren, een minder betwisten voorloper van 'Vlaanderen voor Christus'.
Ziehier dan de betekenis en rol van deze zo algemeen aanvaarde en verwachte herdenking. Vlamingen van. allerlei slag vinden elkander weer: hopelijk vergeven en vergeten zij, in een grootmoedige en rechtvaardige verzoening, de zo verderfelijke verdeeldheid der laatste jaren, jammerlijk levend gehouden door gemeenschappelijke vijanden. Katholieken vinden elkander weer; zij beseffen dat hun eerste taak en plicht niet de bedrieglijke cultuur gelden, maar de ware cultuur met godsdienst doordrongen. Katholieken en Vlamingen vinden elkander: idealisten en realisten, clerikalen en gelalciseerden, jongeren en ouderen; want alleen de onderlinge waardering, naastenlief de, behulpzaamheid en harmoniëring waarborgen de toekomst... Er zijn, te midden van onze veelvuldige verwarring, ook verblijdende tekenen; één daarvan is de spontane bezieling van allen, bij de aloude leuze die zo modern klinkt, bij het verre voorbeeld met zijn veelvuldige toepassing.
Strijden, misschien sneuvelen, ook in de nederlaag triomferen, voor kinderen en kleinkinderen de vrijheid en vroomheid bewaren, de cultuur en de Kerk: deze heldhaftige taak van onze eenvoudig-getrouwe en dieplevende voorouders der (ach! zo gesmade) achttiende eeuw, is thans zoveel méér dringend en dwingend geworden.
E.J. [bron: https--www.dbnl.org/tekst/_str005194701_01/_str005194701_01_0134.php]
De Boerenkrijg
Voorgeschiedenis:
Wanneer we het hebben over de Boerenkrijg, zullen we eerst moeten stilstaan bij de Franse Revolutie.
Door de onthoofding van Lodewijk XVI op 21 januari 1793, wou men voorgoed afrekenen met het "oubollige" verleden.
Samen met Lodewijk XVI werd dit alles begraven.
Ook buiten de grenzen was Frankrijk in oorlog verwikkeld, want Fransen zijn altijd al Imperialistisch volk geweest.
Reeds in 1792 voerden Oostenrijk en Frankrijk oorlog om de Zuidelijke Nederlanden.
Het lot zou beslissen dat Frankrijk de strijd van Oostenrijk won en zo kwamen de Zuidelijke Nederlanden onder Frans bestuur.
Het Franse leger werd aangevoerd door Generaal Dumoeriez die met zijn leger de strijd beslechtte bij Jemappes.
Het is dan 6 november 1792. De geest van de Brabantse omwenteling (1789-1790) laaide terug op.
Nog hetzelfde jaar werd het 'Decreet der Conventie", waarin stond dat de Schelde en Maas vrijgemaakt moesten worden, van kracht. Dit in het belang van "de Rechten van de Mens en de Gelijkheid der Volkeren". In de grondwet van 1791 lezen we: "De Franse Natie neemt zich voor in de toekomst geen veroveringsoorlog meer te voeren en zal nooit gewapenderhand de vrijheid van enig Volk bestrijden".
Generaal Dumouriez was voorstander van de stichting van de Belgische Republiek en hij vond bijgevolg dat de benamingen Vlamingen, Henegouwers en Brabanders moesten verdwijnen. "Wees een Volk van broeders onder één naam".
Op 15 december 1792 werden de Zuidelijke Nederlanden volledig bij Frankrijk ingelijfd. Op 18 maart 1793 kwam het echter weer tot zware veldslagen tussen Oostenrijk en Frankrijk. Het leger van Generaal Dumouriez werd in de val gelokt. De Zuidelijke Nederlanden stelden hun hoop op Oostenrijk om een eigen vrij volksbestaan te kunnen verwerven.
Twee Franse legers zetten de aanval opnieuw in, en op 17 oktober 1797 deed de keizer afstand van de Zuidelijke Nederlanden nadat Generaal Bonaparte hen grote territoriale voordelen beloofd had.
Herentals 28 oktober 1798:
In de nacht van 27 op 28 oktober verzamelde het boerenleger zich in Herentals. Het bestond voornamelijk uit boeren van Turnhout en omgeving, die op de vlucht waren voor Generaal Bonardy en zijn 700 man sterk leger met zwaar geschut. Ook het boerenleger van Geel had zich bij de andere boeren aangesloten tot een leger van 2000 man, onder leiding van Corbeels, Van Gansen en Van Dijck.
De Boeren wisten dat het Franse leger langs Turnhout over Kasterlee naar Herentals kwam.
Het slecht bewapende boerenleger zette een hinderlaag op en wachtte geduldig af. Toen op 29 oktober de Franse troepen de stad naderden, werden ze verrast door een aanval van het boerenleger, maar tevergeefs. Het boerenleger werd terug gedrongen tot binnen de stadsmuren.
Generaal Bonardy stuurde een onderhandelaar naar de stad maar deze werd door de boeren neergeschoten.
Na deze inbreuk op het oorlogsrecht, stuurde Genraal Bonardy zes ruiters naar de stadspoort, maar ook zij werden neergekogeld.
De Franse troepen zetten woedend de aanval in.
De verliezen aan Franse zijde waren enorm, zo werd de terugtocht van het Franse leger ingeblazen.
Na deze terugtocht werden de Franse kanonnen opgesteld voor de stadspoorten. Hiertegen was het boerenleger niet opgewassen. Herentals werd vernield en er vielen enorm veel slachtoffers. De boeren bliezen de aftocht.
Toen de strijd gestreden was, plunderden de Fransen Herentals twee uur lang. Door deze actie van het Franse leger kreeg de verfranste burgerij nog meer het gevoel dat de boerenstrijd een vijandelijke strijd was en zagen ze de echte vijand (de Fransen) als vrienden.
Op de dag van vandaag herinnert een standbeeld op de Grote Markt in Herentals de Heldenmoed van de Boerenkrijg.
De slag om Diest
Diest was een kleine Franse garnizoensstad die niet al te veel boeren telden. Het was er betrekkelijk rustig en de bevolking bood weinig weerstand.
Er waren dan ook slechts een kleine groep van 50 soldaten en 1 Franse officier gekazerneerd. Op maandag 12 november 1798 werd 's morgens om 6 uur de wacht aan de stadspoort gewisseld; Toen de vier Franse soldaten bij de stadspoort aankwamen, zagen ze dat hun kameraden gekneveld en van hun wapens beroofd waren.
Spoedig ondergingen ze hetzelfde lot. De boeren waren in de stad!
Het was de jonge boerenleider Elens, Kapitein van Scherpenheuvel, die met zijn manschappen hiervoor verantwoordelijk waren. Hier en daar binnen in de stad kwam het tot schermutselingen en de Franse soldaten vluchten naar Leuven. Diest was nu in handen van de boeren. De 20 achtergebleven soldaten en de officier werden verborgen door Fransgezinde burgers.
De boeren maakten zich op voor een grote strijd tegen het Franse leger. Van overal trokken boeren naar Diest, ondermeer Corbeels en Van Gansen met hun manschappen.
Alle wapens werden opgeëist door het Boerenleger, invalswegen werden versperd en ze bewaakten de stadsingangen.
Op 13 november werd een aanval van 50 Franse soldaten dan ook snel afgeslagen.
De Franse krijgsheren met heel wat oorlogservaring stelden zich op hoogte op, om de stad te omringen. Nu werd de toestand plots ernstig en in de namiddag brak de strijd los. De Fransen rukten met hun zwaar geschut op en de boeren moesten stellingen prijsgeven. De verliezen aan de Franse zijde waren zo hoog dat de Fransen vroegen om wapenstilstand. Zo konden zij hun doden weghalen. De Franse bevelhebber Jardon die verbaasd was over de vastberadenheid van de boeren en die zo veel mogelijk levens wou sparen, vroeg om te onderhandelen met de boerenleiders over de overgave van de stad.
Van Gansen, Meulemans en Stolman kregen vrijgeleide en werden ontboden bij Bevelhebber Jardon.
Die stelde voor het boerenleger vrije aftocht te geven indien alle boerenleiders zich aangaven. Met deze boodschap keerden de boerenleiders terug. Het voorstel werd echter op luid gejouw onthaald. Iedereen of niemand moest de vrije aftocht krijgen.
De strijd laaide spoedig weer op en duurde tot zonsondergang. Niemand kon toen voorspellen wat er de volgende ochtend zou gebeuren. Bij zonsopgang dreunden de Franse kanonnen en Van Gansen besloot een uitbraak te doen op de Allerheiligenberg om hun stelling opnieuw in te nemen.
Een groep onder leiding van Van Gansen ging over tot de aanval en de Franse troepen trokken zich terug. Pas aangekomen Franse reserve-eenheden drongen de boeren terug tot aan de voet van de berg. Ook nu moest heldenmoed wijken voor de overmacht. De verliezen aan boerenzijde zijn talrijk. Van Gansen wou echter een tweede aanval inzetten om de gevechtslinie naar de hoogvlakte te kunnen verplaatsen en zo kanonnen te kunnen buitmaken.
Van Gansen was de drijvende kracht achter de troepen. Toen een kogel hem in het aangezicht trof, verzwakte de geest van het boerenleger. Van Gansen werd zwaargewond de stad binnen gedragen. Het boerenleger zou enkel nog de stad verdedigen, hun moed zakte in hun schoenen.
Leven onder Frans bevel
Het volk "in de Lage Landen" geraakte het komen en gaan van vreemde troepen stilaan gewend. De Franse soldaten waren oppermachtig. Ze eisten huizen op, legden beslag op goederen en etenswaren voor hun leger. Men maakte hier ook voor het eerst kennis met het Franse "papieren geld". De ellende was enorm, het volk leefde in erbarmelijke omstandigheden. Kloosters en kerken werden leeggeroofd en onze kunstschatten verdwenen richting Parijs.
Rond 1796 begon ook de vervolging van de Rooms-Katholieke kerk, natuurlijk was dit een zeer gevoelig punt onder de bevolking. Kloostergemeenten werden afgeschaft, abdijen verbeurd verklaard. Monniken, priesters en zusters werden met veel machtsvertoon uit hun gebouwen verdreven. De geestelijken leefden nu ondergedoken, vermomd als boeren of ambachtslui gingen ze het volk dopen of mensen begraven en huwelijken voltrekken.
Door verraad werden ze opgespoord, vervolgd en gevangen gezet of verbannen. Wanneer men families betrapte die een geestelijke verborgen hadden, stak men zelfs hun huis in brand.
Zo probeerden ze de bevolking te ontmoedigen om geestelijken te laten schuilen bij hen. Ontelbare maatregelen vernederde de bevolking. Op 5 september 1798 werd het genoeg! Het Franse gouvernement voerde een wet in die alle jonge mannen tussen de 20 en de 25 jaar dwong dienst te nemen in het Franse leger. Door het uitvoeringsdecreet van 24 september 1798 werden meer dan 200.000 jongelingen onder de wapens geroepen. Nu was de maat vol. Daadwerkelijk verzet was het gevolg. Mensen van alle standen schaarden zich achter dezelfde vlag: een wit banier met een bloedrood kruis op. De Boerenkrijg was geboren.
Aanvang van de strijd
De storm ontbrandde in het waasland, toen op 10 oktober in Dendermonde de Conscriptiewet afgekondigd werd en er tegelijkertijd in Sint-Niklaas aanplakbiljetten verschenen om deze wet niet te volgen. Op 12 oktober vielen Franse ambtenaren Overmere binnen om de goederen van een onwillige belastingbetaler te verkopen. De sfeer was duidelijk gespannen en verzet bleef niet uit.
De meer dan 600 opstandelingen hielden natuurlijk rekening met een vergeldingsactie en trokken zich daarom terug in de bossen. De Fransen dachten het verzet de kop ingedrukt te hebben, maar niets is minder waar. Toen ze de aftocht bliezen, kwamen de strijders terug uit de bossen. Ze trokken naar de dorpskerk en braken de verzegelde deur open. Mannen en vrouwen, jong en oud verdrongen zich in de kerk, het orgel werd bespeeld en de klokken werden geluid. Al spoedig droeg de dorpspriester (die al die tijd ondergedoken geleefd had) een mis op. Het Franse juk moest afgeschud worden. De menigte vernielde de gehate vrijheidsboom op het dorpsplein en rukte op naar het gemeentehuis, dat stormenderhand ingenomen werd. De registers van militie en schatplichtigen belandden op de brandstapel. Overmere was bevrijd.
Nu nog kan men op het dorpsplein van Overmere het standbeeld ter herinnering aan deze dag bewonderen.
Voor Outer en Heerd
Geen roekeloze wagers:
Stil volk dat zich beraadt
Aleer het zijn belagers
Manheft te lijve gaat
Zij wisten wat zij wilden,
Toen zij tot stout verweer
De pik of zeis optilden
of grepen naar 't geweer
Refrein:
Voor vrijheid en recht.
ongeknecht, onverveerd
Voor Outer en Heerd!
Zij steunden op oranje's:
De Nederlanden één!
En juichten toen Brittannië's
Beloofde vloot verscheen
Koekmoedig in de gouwen
Van Diets Zuid - Nederland
Zijn allen sterk en trouwe
Gesprongen in de brand.
Roliers, Corbeels, Van Gansen
Bevochten onverveerd
Met wisselende kansen,
De vijand van hun heerd.
Zij kampten koen als leeuwen,7
En werden z'overmand,7
Hun namen staan voor eeuwen
In 't hart van 't volk gebrand
Lied: Voor Outer en Heerd - Armand Preud'homme
Geraadpleegde bronnen:
- De Boerenkrijg van Arthur De Bruyne
- Ons Vaderland tijdens de Franse overheersing op het einde van de XVIII eeuw
- Encyclopedie van de Vlaamse Beweging
Rolf Waegeman [bron: https--vlaams-historisch-archief.org/gebeurtenissen/index]
--- Over (foto 2): Arthur De Bruyne ---
Arthur De Bruyne (Kruibeke, 14 maart 1912 - Mortsel, 9 oktober 1992) was een Vlaams historicus.
Hij schreef geschiedkundige werken over de Guldensporenslag, de Boerenkrijg, de Ierse vrijheidsstrijd en het Vlaams-nationalisme. Voor de Tweede Wereldoorlog was De Bruyne actief in de Vlaamsnationalistische jeugdbeweging en werd hij hoofdredacteur van De Blauwvoet.
Na de oorlog leverde hij bijdragen voor het naoorlogse weekblad Rommelpot en het weekblad De Vlaamse Linie. Hij schreef de biografieën Joris van Severen: Droom en daad (1961) en Lodewijk Dosfel: Kultuurflamingant, aktivist, nationalist (1967).
Bijdragen die hij leverde voor het satirisch weekblad 't Pallieterke werden achteraf gebundeld in onder meer Hendrik de Man - Cyriel Verschaeve (1969), Trouw (1973) en in De kwade jaren (in vijf delen, 1971-1976).
Na zijn loopbaan als leraar voor doven en spraakgestoorden in Antwerpen was hij medewerker van Kerk in Nood/Oostpriesterhulp.
Hij was ook de schrijver van o.a. Eamon de Valera en de Ierse republiek (1954) en van Sinn Féin (1969, Davidsfonds Leuven).
Onder velerlei schuilnamen schreef hij ook artikels voor de kranten De Standaard en de Gazet van Antwerpen.
Arthur De Bruyne was de vader van zeven kinderen, waaronder kunstschilder Joost De Bruyne (1944-1976), componist en pianist Koen De Bruyne (1946-1977) en zanger en liedjesschrijver Kris De Bruyne (1950-2021). Een broer van hem was VU-politicus Hector De Bruyne.
[bron: wikipedia]
DE BRUYNE Arthur
Kruibeke, 14 maart 1912 - Mortsel, 9 oktober 1992
Romancier, historicus
Onderwijzer die als pure hobby geschiedenisboeken schreef, gespecialiseerd in de Eerste en de Tweede Wereldoorlog en de repressie.
Hij schreef geschiedkundige werken over de Guldensporenslag, de Boerenkrijg, de Ierse vrijheidsstrijd en het Vlaams-nationalisme.
BIOGRAFIE
14 maart 1912: Geboren in Kruibeke.
- Zijn Vader Emiel (1873-1942) was gedurende heel zijn loopbaan onderwijzer aan de gemeentelijke jongensschool van Kruibeke. Hij was ook muzikaal bijzonder begaafd, leidde de dorpsfanfare van Kruibeke, speelde verschillende instrumenten en componeerde enkele muziekstukken. Was overtuigd sympathisant van de Vlaamse beweging vooral voor het daensisme en de fronters.
- Emiel huwt in 1909 Maria Blondina de Volder (1882-1968)/ Uit het huwelijk komen 8 kinderen.
Oktober 1914: Het gezin vlucht voor de oorlogsellende naar Nederland.
- Op 8 april krijgt meester Emiel een betrekking als onderwijzer van de Belgische vluchtelingen in Gouda.
- In Nederland behoorde vader De Bruyne tot de aanhangers van Frans van Cauwelaert, die een afwachtende houding aannamen en hervormingen voor na de oorlog zagen.
22 januari 1919: Het gezin keert terug naar Kruibeke. Op 7 februari gaat vader De Bruyne terug aan de slag als gemeenteonderwijzer.
Arthur studeert voor onderwijzer aan de Normaalschool van de Broeders van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes te Oostakker. Het zijn de geschiedenislessen van broeder dr. Denijs die de jonge Arthur blijvend beïnvloeden.
1928: Op een Rodenbachherdenking in Sint-Niklaas ziet de toen 16-jarige Arthur voor het eerst Wies Moens in levende lijve een voordracht geven. Hij zal een levenslange sympathisant en volgeling worden. Pas in 1936 zal hij persoonlijk met de dichter/auteur kennis maken. Het leidt tot een hechte vriendschap tussen beide.
1929: Ook Joris van Severen kan hem boeien. Maar wanneer in 1934 de 'nieuwe marsrichting' wordt aangenomen, breekt hij met het Verdinaso. Overigens is Arthur de Bruyne nooit lid geweest van het Verdinaso.
1931: Studeert af als onderwijzer.
1 oktober 1931: Kan aan de slag als leraar aan het Instituut voor Doofstommen en Spraakgebrekkigen in Antwerpen. Hij blijft er tot eind 1963.
1936: Debuteert in de reeks Vlaamse Filmkes als nr 282 met een jeugdverhaal De apostel der doofstommen: abbé de l'Epée, dat volledig in de lijn ligt van zijn beroepsbezigheden. De 18de eeuwse Franse pedagoog Michel de l'Epée, wordt ook al eens de "apostel der doofstommen" genoemd.
Er volgen enkele artikels in verband met het onderwijs voor doofstommen in het professorenweekblad Nieuw Vlaanderen.
Het is naar aanleiding van deze publicaties dat de redactie van de Blauwvoet (priesters Rik de Backer en Willem Noë) hem om zijn medewerking vragen.
- De Blauwvoet is het orgaan van het Algemeen Katholiek Dietsch Jeugdverbond (AKDS) het vroegere AKVS het latere Dietsch Jeugdverbond (1937). Hij wordt meteen 'dienstoverste' van het persbureau.
In De Blauwvoet - hij is er een tijd hoofdredacteur - publiceert hij bij voorkeur bijdragen over Ierland en Zuid-Afrika (zie bibliografie achteraan). Het nationaliteitenprobleem ligt hem nauw aan het hart.
1938: Woont als waarnemer de landdagen van het Verdinaso bij. Publiceert hierover een scherp verslag in het VNV-dagblad Volk en Staat. Ook in Gudrun publiceert hij meerdere bijdragen.
WERELDOORLOG II
Mei 1940: Zoals vele anderen krijgt de 28-jarige De Bruyne het bevel om naar West-Vlaanderen te gaan en daar op nieuwe orders te wachten. De chaos en paniek die ze onderweg ervaren doet hen rechtsomkeer maken. Eind mei zijn ze terug thuis.
Juli 1941: Onder impuls van de Duitse bezetter wordt de Nationaal Socialistische Jeugd Vlaanderen opgericht, waardoor het Dietsch Jeugdverbond de facto ophield te bestaan. De Bruyne neemt definitief afscheid uit de jeugdbeweging.
Mei 1941-begin 1943: Lid van de Eenheidsbeweging VNV. Wordt lesgever (o.a. over de Ierse kwestie, Zuid-Afrika en de Boerenkrijg) aan de hogere kaderschool van het VNV en werkt mee aan een aantal bladen (Volk en Staat, De Dag, Het Algemeen Nieuws, De Nationaalsocialist ...) het weekblad Volk en Kultuur. Meestal schrijft hij over cultuur-historische onderwerpen. Een overzicht van deze publicaties vindt u achteraan de chronologische bibliografie.
1941-1942: Op vraag van Wies Moens - die intussen directeur bij Zender Brussel is geworden, zal hij een zestiental luisterspelen verzorgen met als thema's: de Frontbeweging (juni 1941), De Geuzen (zomer 1941), priester Daens (november 1941), liederen uit de Boerenkrijg (1942) en over "De levende Rodenbach" (18 september 1942)
- Vanaf 1942 zal Wies Moens in toenemende mate in aanvaring komen met de Duitse bezetter. Zijn weigering om wervingspropaganda te brengen voor het oostfront en te berichten over de oprichting van een Hitlerjeugd Vlaanderen, zal tot zijn ontslag leiden op 31 december 1943.
1942: Publicatie van zijn eerste historische roman De Boerenkrijg.
- Naar aanleiding van een artikel over de Boerenkrijg in Volk en Staat (26 januari 1941), had Wies Moens hem aangespoord om het thema tot een boek om te werken.
- Het wordt een 'ongebreidelde' verering van de Brigands, die strijden voor het behoud en het overleven van het Dietsch karakter van Vlaanderen' (Verstraete p. 40). In de collaboratiepers wordt het goed onthaald.
- In 1948 zal De Bruyne een volledig herwerkte versie schrijven, diepgravender en soberder van stijl, waarin hij de klemtoon legt op de strijd voor het behoud van kerk en vaderland, en waaruit het volkse motief grotendeels verdwenen is.
2 juni 1942: Treedt in het huwelijk met Gabriëlle van Broeck uit Kruibeke, eveneens onderwijzeres van vorming.
NA WERELDOORLOG II
Ontplooit een bijzonder drukke journalistieke bedrijvigheid met boekbesprekingen en geschiedkundige kronieken in o a het satirische weekblad Rommelpot en het weekblad De Vlaamse Linie, Het Handelsblad en vooral 't Pallieterke waar hij decennialang de rubriek op de middenpagina "Uit het dossier van 't Pallieterke" zal verzorgen, steeds ondertekend met E. de V.
1945: Redacteur van het satirische anti-repressie weekblad Rommelpot (december 1945-december 1949).
- De redactie werd gevormd door Arthur de Bruyne, Edgar Boonen, Remi Piryns, Louis Ryckeboer, Renaat Joostens (ps. Decanus) en hoofdredacteur dr. Daniël Merlevede.
- Het blad ageerde tegen de repressiewetten en verspreidde de mening dat niet zozeer de collaboratie dan wel de vlaamsgezindheid werd vervolgd.
- In 1949 publiceerde Rommelpot tot grote consternatie van Willem Elsschot diens gedicht 'Borms'. Dit gedicht was zowel een hommage aan de op 12 april 1946 ter dood gebrachte August Borms, als een aanklacht tegen wat werd gezien als het wraaklustig België en tegen de lafheid van de katholieke Kerk.
- Het blad behaalde op zijn hoogtepunt een oplage van meer dan 10.000 exemplaren.
- Het werd uitgegeven door NV Ontspanningslectuur uit Antwerpen. De titel was geïnspireerd op 'Rommelpot van 't Hanekot', het hekeldicht van Joost van de Vondel. Daniël Merlevede was zowel initiatiefnemer als hoofdredacteur. Marta Doflyn, afgevaardigd bestuurder van Ontspanningslectuur, was de verantwoordelijke uitgever.
1949: Medewerking aan het jezuïetenweekblad De Vlaamse Linie
- In de zomermaanden van 1952 verschijnen er een vijftal bijdragen over de recente geschiedenis onder de rubriektitel Uit het dossier van de jaren 1930-1940.
1949-1966: Verbonden als recensent van pedagogische en historische werken aan het katholieke bibliotheektijdschrift Boekengids.
1953: Een eerste boekje over de Ierse vrijheidsstrijd verschijnt Ch. St. Parnell (over de charismatische Charles Stewart Parnell (1846-1891)), in de reeks Verhandelingen van de Katholieke Vlaamse Hogeschooluitbreiding.
1954: In dezelfde reeks verschijnt een tweede Ierland-boek over de rebel en staatsman Eamon de Valera: Eamon de Valera en de Ierse Republiek. Het wordt bekroond met de Prof. J. Persynprijs.
1 maart 1956: Eerste bijdrage in 't Pallieterke onder het pseudoniem E.d.V.
- De aanvankelijke geplande reeks Van 1939 tot 1945 zou niet meer dan 10 afleveringen tellen maar is zo succesvol dat de teller in september 1958 - wanneer de reeks uiteindelijk wordt afgesloten - op 133 afleveringen staat.
- Onmiddellijk volgt een nieuwe reeks artikels onder de overkoepelende titel 'Uit het dossier van 't Pallieterke'. Deze zal doorlopen tot 1987 wanneer De Bruyne wegens ziekte verplicht wordt het werk stop te zetten.
1959-1960: Heeft zitting in de algemene vergadering van het IJzerbedevaartcomité.
1961: Publicatie van de biografie Joris van Severen: Droom en daad (Uitg. Oranje)
- De directe aanleiding is de vraag van de Utrechtse professor Pieter Geyl om de 16-delige artikelenreeks in 't Pallieterke (van 5 mei tot en met 18 augustus 1960) om te werken tot een voldragen publicatie.
- In 1963 wordt het boek bekroond met de prijs voor het essay van de Provincie Antwerpen.
1964: Na 32 jaar onderwijzer te zijn geweest besluit hij met vervroegd pensioen te gaan.
1965-1978: Aanvaardt het aanbod van Werenfried van Straaten, ook gekend als de Spekpater, om zijn persmedewerker in België te worden op het pers- en documentatiecentrum van Kerk in Nood/Oostpriesterhulp in Tongerlo.
- Hij zal in die functie de pater vergezellen op de meeste van zijn tochten, ook in de Oost-Europese communistische wereld (Polen, Hongarije, Tsjechoslowakije en de DDR)
1967: Er verschijnt een tweede succesvolle biografie: Lodewijk Dosfel 1881-1925: Kultuurflamingant, aktivist, nationalist
- De figuur van Lodewijk Dosfel interesseerde De Bruyne al heel lang. Reeds vanaf 1935 was hij geïnspireerd door de man en zijn werk. Oorspronkelijk had het werk in 1950 - herdenking van het 25ste overlijdensjaar - moeten verschijnen, maar dat lukte niet wegens de complexiteit van het onderwerp. Wel werd toen De Bruynes rede Dosfel en de jeugd in brochurevorm uitgegeven.
- Pas in 1967 - een aantal werkversies verder - rolt het van de persen.
1968 tot 1989: Ondervoorzitter van Beweging voor de Verenigde Staten van Europa (BVSE). een beweging die vooral in de jaren 1960 en 1970 een begrip was binnen de Vlaamse beweging, maar langzaamaan in de vergetelheid raakte.
1968-1973: In afzonderlijk uitgegeven West-Pockets worden een aantal bijdragen gebundeld die hij leverde voor het satirisch weekblad 't Pallieterke: Petits vicaires...(1968), Hendrik de Man - Cyriel Verschaeve (1969), Trouw (1973)
- West-Pockets was een initiatief dat uitging van de redactie van het tijdschrift Nieuw Vlaanderen (oa Willy Kuypers, Walter Luyten, Lionel Vandenberghe en Joos Somers). De sober uitgegeven boekjes haalden een grote oplage en werden hoofdzakelijk buiten het normale handelscircuit verspreid.
1969: Tussen twee golven van uitgave van gebundelde bijdragen in, verschijnt De Bruynes derde en meest bekende Ierland-boek: Sinn Féin: van Paasopstand tot republiek.
- In 1966 bezoekt hij naar aanleiding van de 50ste verjaardag het vrije Ierland.Bij die gelegenheid krijgen hij en zijn echtgenote een korte audiëntie bij president Eamon de Valera (1882-1975)
1971-1976: Bij de Kempische uitgeverij De Roerdomp verschijnen vijf boekdelen De kwade jaren. Het bevat lichtjes herwerkte en aangevulde reeksen artikels die eerder in 'Pallieterke waren verschenen.
1978 - 1981: Werd Abteilungsleiter van de Internationaler Informationsdienst, het hoofdkwartier van de Oostpriesterhulp gevestigd in het Duitse Königstein in het Taunusgebergte.
1984: Eerste symptomen van zijn ziekte, die hem langzaam maar zeker uitput.
3 oktober 1987: Grootse viering naar aanleiding van zijn 75ste verjaardag door vrienden en lezers. Hij wordt door Clem de Ridder, Edgar Boonen, Karel van Isacker, Renaat de Muyt, Ludo Simons en Werenfried van Straaten in de bloemetjes gezet.
30 juni 1988: Allerlaatste artikel over professor Reimond Speleers in 't Pallieterke.
1989: Zijn laatste boek Jules Charpentier: afgezant van de frontbeweging vergt het uiterste van zijn krachten.
9 oktober 1992: Arthur de Bruyne overlijdt in Mortsel.
Arthur De Bruyne is de vader van zanger Kris De Bruyne, van kunstschilder Joost De Bruyne en van componist en pianist Koen De Bruyne; en broer van VU-politicus Hector De Bruyne. Hector De Bruyne was minister van Buitenlandse Handel en was voordien korte tijd directeur van de krant De Financieel Economische Tijd.
Het archief van Arthur De Bruyne bevindt zich in het ADNV
- Vanaf 1986 schonk de archiefvormer reeds enkele bestanddelen van zijn archief aan het ADVN. Zijn erfgenamen gaven eind 1995 (contract van 19 december 1995, effectieve overdracht februari 1996) het grootste deel van het archief in bewaring. In 2002, 2005 en 2009 werd nog restarchief overgemaakt aan het ADVN.
GERAADPLEEGDE BRONNEN
Website
- Arthur De Bruyne - Wikipedia
Referentie
- Pieter Jan Verstraete, Leven en werk van Arthur de Bruyne. Kortrijk, Eigen Beheer, 1999. Ill., 160p.
BEKRONINGEN
1953 Prof. J. Persynprijs voor Eamon de Valera en de Ierse Republiek
1963 Prijs voor het Essay van de Provincie Antwerpen voor Joris van Severen. Droom en Daad.
1990 Jozef Simonsprijs voor zijn gehele werk
BIBLIOGRAFIE
Woordje vooraf
De bibliografie valt uiteen in twee delen:
- De chronologische bibliografie biedt een overzicht van zowel literaire als historische werken uitgegeven in boek- of brochurevorm.
- De bijdragen aan dag- weekbladen en tijdschriften volgen na het chronologisch overzicht en beperken zich tot publicaties van voor of tijdens Wereldoorlog II. Het betreft de bijdragen aan De Blauwvoet, Gudrun, De Jonge Nationaalsocialist en De Nationaalsocialist, Nieuw Vlaanderen (1934-1944), Volk en Cultuur, Volk en Staat (met een aparte oplijsting van de bijdragen in de rubriek 'Getsalten') en
De bibliografische gegevens werden onder meer nagekeken bij
- Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience -Antwerpen.
- Koninklijke Bibliotheek van België - Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique - Bruxelles
- Piet Devos: Van reuzen tot dwergen. Bibliografie - Vlaamse schrijvers in de 20ste eeuw - Eerste drukken. Kortrijk, eigen beheer 2007
- Pieter Jan Verstraete, Leven en werk van Arthur de Bruyne. Kortrijk, Eigen Beheer, 1999. Ill., 160p - Deze publicatie bevat tevens een uitgebreide bibliografie van de bijdragen aan dag-, weekbladen en tijdschriften alsook een secundaire bibliografie. Schitterend werkstuk.
Chronologisch overzicht
Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1936 De apostel der doofstommen: abbé de l'Epée. (jeugdverhaal) Averbode: De Goede Pers. -32p; Reeks: Vlaamsche filmkens. - Averbode, 1931 - 1947; vol. 282
1939 Een volk wil leven (pamflet); Onder de pseudoniem JOOST VAN DE AA; 1941: Heruitgave door Wiek op! Brugge -32p. Onder eigen naam; Uitgegeven Door het Dietsche Jeugdverbond Antwerpen - 1939 - Amsterdam. -31p.
1941 De boerenkrijg (roman); Onder eigen naam ARTHUR DE BRUYNE; Brugge: Uitgave "Wiek op". -63p.
1944 Usselincx de Onvermoeibare; 1987: 2de druk onder de titel 'Usselincx en de Westindische Compagnie' in: Hulde Arthur de Bruyne 75. p. 21-85. Uitgave: Boek & Vorm Guido Sijs, Winksele. -96p; Brugge/Utrecht: Uitgave " Wiek op ". -78p.
1946 De IJzertoren, de IJzerbedevaarten: een historisch overzicht. (historische schets); Onder de pseudoniem G DE DEYCKER; Antwerpen: N.V. Ontspanningslectuur. -45p.
1948 De boerenkrijg (1798 "Voor outer en heerd") (roman); Bandversiering: Renaat Demoen; Leuven: Davidsfonds. -199p; Reeks: Volksreeks nr 358* 1948-1
1948 Het proces Borginon. (documentair verslag); Onder pseudoniem W de Rode; Woord vooraf W. de Rode (pp 7-14); Geïllustreerd met foto's en tekeningen; Antwerpen: N.V. Uitgaven Luctor. -263p.
1950 Dosfel en de jeugd: toespraak gehouden op de Dosfel-herdenking te Sint-Gillis-bij-Dendermonde, 29 mei 1950 (voordracht); Antwerpen: Pennoen. -11p.
1952 De Guldensporenslag (11 juli 1302) (roman); Leuven: Davidsfonds. -232p; Reeks: Volksreeks nr 399* 1952-2
1953 Ch. St. Parnell. (essay over Iers politicus); Antwerpen/Brussel/Gent/Leuven: Uitgeversmij. N. V.; Standaard-Boekhandel. -72p; Reeks: Verhandelingen van de Katholieke Vlaamse Hogeschooluitbreiding. - Antwerpen, Jaarg. XLVII ; nr 1. vol. 426
1954 Eamon de Valera en de Ierse Republiek.; Bekroond met de Prof. J. Persynprijs 1953; Antwerpen/Brussel/Gent/Leuven: Uitgeversmij. N. V. Standaard-Boekhandel. -93p; Reeks: Verhandelingen van de Katholieke Vlaamse Hogeschooluitbreiding. - Antwerpen, 1924 - 1966; vol. 434
1955 Drie Westvlamingen: Dr. A. Depla, Mr. Dr. J. Leuridan, Dr. J.A. Spincemaille (brochure); Toespraak gehouden ter gelegenheid van de IVde dodenherdenking te Roeselare op 22 mei 1955; Zellik: L. Van Calck, J. -17p.
1961 Joris van Severen: droom en daad. (biografie); 1983: 2de druk bij: Uitgeverij De Roerdomp, Brecht. -344p; Zulte: Oranje-uitgaven. -341p
1963 Stefaan Bandera, 1909-1959 (brochure); Zulte:Oranje uitgaven, Ill. -10p.
1965 Oostpriesterhulp, avontuur der naastenliefde. (brochure); Tongerlo: Oostpriesterhulp. -32p.
1966 Jan van Boendale: de schepenklerk van Antwerpen in de 14de eeuw. (historisch jeugdverhaal); Antwerpen: De Sikkel. Ill. -32p; Reeks: Historische verhalen voor de jeugd.
1967 Lodewijk Dosfel, 1881-1925. Kultuurflamingant, aktivist, nationalist. (biografie); 1984: 2de druk bij Walter Soethoudt, Antwerpen; Wilrijk: Oranje-uitgaven. -509p.; Reeks: Bibliotheca Belgica. - vol. 1; Colofon: Aanvang 1967 in opdracht van de Oranje-Uitgaven gedrukt op de persen van de N.V. Vonksteen te Langemark. De clichés werden afgewerkt door de fotogravuur N.V. Deckmyn & C° te Roeselare. Van deze uitgave werden 400 genummerde eksemplaren gedrukt ten behoeve van de intekenaars van de handtekening van de schrijver voorzien. Dit is nummer ...
1968 Petits vicaires ...: priester Daens, dom Modest Van Assche, rektor Jan Bernaerts, pater Callewaert. (bundeling); Ingeleid door Jan Nuyts, hoofdredacteur van 't Pallieterke; Herwerking van de artikelenreeksen van E. de V. "Uit het dossier van 't Pallieterke"; Verantw. Uitgever: Maurits Coppieters; De Panne: Vlaamse Vrienden van de Westhoek. -164p; Reeks: West-pocket; vol. 2- 3 (dubbelpocket)
1969 Sinn Féin: Ierland: van paasopstand tot republiek.; Aangevuld met enkele foto's van Sinn Féin politici.; Leuven: Davidsfonds. -186p.; Reeks: Keurreeks / Davidsfonds. - Leuven; vol. 111 (1969-2)
1969 Hendrik De Man, Cyriel Verschaeve; Herwerking van de artikelenreeksen van E. de V. "uit het dossier van 't Pallieterke"; Uitgave, opmaak, spelling: Vlaamse Vrienden van de Westhoek, Maskenslaan, 33, De Panne; De Panne: Vlaamse Vrienden van de Westhoek. -300p; Reeks: West-pocket; vol. 4-5.
1971 Jozef van Overstraeten: hulde bij zijn 75e verjaardag. (gelegenheidspublikatie); Brussel: Bogaert. -24p.
1971 De kwade jaren. Deel 1; Vijf artikelenreeksen onder de schuilnaam E. de V. verschenen in het weekblad 't Pallierterke , bewerkt en aangepast voor deze publikatie.; Deel 1: Oostfronters (1 januari - 2 april 1970.; Vindevogel (30 september - 14 oktober 1965); Leopold III graaf Capelle en Robert Poulet (14 mei -2 juli 1970); José Streel (26 juni - 10 juli 1958); P.-H. Spaak (27 augustus - 29 Oktober 1970); Brecht/Antwerpen: Uitgeverij De Roerdomp. -320p.
1971 De kwade jaren. Deel 2; Artikelenreeksen onder de schuilnaam E. de V. verschenen in het weekblad 't Pallieterke, bewerkt en gedeeltelijk aangevuld voor deze publicatie.; Deel 2: Geweld tegen Leopold III, Romsée, Kolonel Van Coppenolle, Maarschalk Pétain; Brecht/Antwerpen: Uitgeverij De Roerdomp. -317p.
1972 De kwade jaren. Deel 3; Vier artikelenreeksen onder het pseudoniem E. de V., Emiel de Volder, verschenen in het weekblad "'t Pallieterke": Theo Brouns (9 artikelen van 6 januari tot 3 maart 1966), Jef Van Extergem,Socialist - aktivist - kommunist (6,13 en 20 december 1962) Het geval Delwaide (16,23,30 november en 7 december 1967), Mgr. Tiso. Een prelaat aan de galg (15 artikelen, van 15 maart tot 26 juni 1962) .Bewerkt en aangevuld voor deze publicatie in boekvorm; Brecht/Antwerpen: Uitgeverij De Roerdomp. -311p.
1973 De kwade jaren. Deel 4; Zeven artikelenreeksen onder het pseudoniem onder het pseudoniem E. de V. verschenen in het weekblad " 't Pallieterke ", bewerkt en aangevuld voor de publicatie in boekvorm; Deel 4: Rommelpot (8, 15, 22 & 29 oktober;5 & 12 november 1964); Hendrik Elias: (11, 18 & 25 september; 2, 9, 16 & 23 oktober 1969)
Professor Geyl (25 februari; 2, 9, 16, 23 & 30 maart; 6 april 1967); Leon Degrelle en het rexisme (18 & 25 juni; 2, 9, 16, en 23 juli 1959); Walter Boucherij (17 &v24 augustus 1961); Schuind 'drama van het misverstand' (24 april, 1 & 8 mei 1958); Schuind, secretaris-generaal (17 & 24 maart 1966); Brecht/Antwerpen: Uitgeverij De Roerdomp. -318p.
1973 Trouw: pater Stracke, Borms, Staf De Clercq, Leuridan, Tollenaere, Wim Maes; Bestaat in hoofdzaak uit artikelen onder de schuilnaam E. de V. (Emiel de Volder) verschenen in "'t Pallieterke" 1966=1970, aangepast en bijgewerkt voor deze publicatie in boekvorm; Lay-out en omslag: Paul vanden Dorpe; Tekeningen: 't Pallieterke; De Panne: Nieuw Vlaanderen. -155p; Reeks: West-pocket nr. 6-7 . Nieuw Vlaanderen ; 6e jaarg., 1973, juli, speciaal nummer; Bevat: Pater Stracke (pp 7-38); Borms (pp 39-82); Staf de Clercq (pp 53-104); Leuridan (pp 105-126); Tollenaere (pp 127-144); Wim Maes (pp145-155).
1976 De kwade jaren. Deel 5; Bevat de artikelenreeksen - verschenen in het weekblad 't Pallieterke' - over:
Robert Brasillach, "facist" (zes artikelen: 24 maart - 28 april 1960); Waarom werd Prof. Daels ter dood veroordeeld? (26 december 1974); Gesprekken met Degrelle (zeven artikelen: 18 oktober-19 november 1962); Dr. Edgard Muylle (drie artikelen: 19 oktober - 2 november 1961); Edmond Borms vetelt over zijn vader (twee atikelen: 18 en 25 aprl 1971)
Elias als leider van het V.N.V.: interview met Jan Brans; Brecht/Antwerpen: Uitgeverij De Roerdomp. -272p.
1982 Lodewijk Dosfel: een levensbeeld. (monografie); Bevat op pag. 34 het gedicht van Van Wilderode 'Dorsvloer van het verdriet'; Antwerpen: Uitgeverij De Nederlanden vzw. -34p.
1983 Joris van Severen (monografie); Antwerpen: Were Di. -64p.
1984 Lodewijk Dosfel: een levensverhaal; Heruitgave van de uitgave in 1961; Omslag Studio Soethoudt; Antwerpen: Soethoudt & Co nv -513p; Reeks: Soethoudt Essay.
1986 25 jaar Europese Eresenaat. Wilrijk: Beweging voor de Verenigde Staten van Europa. Ill. -64p.
1987 Hulde Arthur de Bruyne 75. (liber amicorum); Winksele: Boek & Vorm Guido Sijs. -96p.
1989 Jules Charpentier: afgezant van de frontbeweging; Met inleiding door Lode Jan Wils en Carlos Van Louwe; Antwerpen: De Nederlanden. -240p.
BIJDRAGEN AAN TIJDSCHRIFTEN (selectie)
Arthur de Bruynes bijdragen aan diverse dag- weekbladen en tijdschriften zijn overvloedig. Schrijversgewijs beperkt zich hier tot de bijdragen die geleverd werden in de periode voor en tijdens de tweede wereldoorlog.
Het betreft de bijdragen aan De Blauwvoet, Gudrun, De Jonge Nationaalsocialist en De Nationaalsocialist, Nieuw Vlaanderen (1934-1944), Volk en Cultuur, Volk en Staat (met een aparte oplijsting van de bijdragen in de rubriek 'Gestalten') en Volkskamp.
De bibliografische gegevens zijn ontleend aan Pieter Jan Verstraete, Leven en werk van Arthur de Bruyne. Kortrijk, Eigen Beheer, 1999. Ill., 160p - Nota: In dit werk vind je ook de overige bijdragen in diverse andere dag-, weekbladen en tijdschriften van na de tweede wereldoorlog alsook een secundaire bibliografie terug.
DE BLAUWVOET
- De nationaliteitenstrijd elders: Eamon de Valera, jg. XVI, 1936, nr 7, p. 156-159;
- Jopie Fourie, jg. XVII, 1936, nr 1, p. 12-16;
- Ierland en Vlaanderen, jg. XVII, 1936, nr 2, p. 36-41;
- Patrick Pearse, jg. XVIII, 1938, nr. 6, p. 139-143;
- De Boerenkrijg, jg. XVIII, 1938, nr. 9, p. 207-214 (onder ps. G. van der Meersch);
- "Gij zult uw vaderland beminnen en zijn taal en zijn roem" (Conscience), jg. XVIII, 1938, nr. 10, p. 226-231 (onder ps. GvdM);
- ┼Juul Valkaert (1919-1939), jg. XIX, 1939, nr 3, p. 60;
- "Breiz Atao !"; Bretanje kampt om zijn bestaan, jg. XIX, 1939, nr. 3, p. 62-68;
- Diksmuide, jg. XIX, 1939, nr. 10, p. 231-232 (onder ps. Joost van der Aa);
- 1940: Een Rodenbach-jaar, jg. XX, 1940, nr 4-5, p. 73-74(onder ps. JvdA);
- Aan Edgar Boonen, jg. XX, 1940, nr. 4-5, p. 73-74 (onder ps. Joost van der Aa)
- "Dertig dagen oorlog", jg. XX, 1940, nr. 8-9-10, p. 156-158 (onder ps. Joost van der Aa)
- Vier dooden, jg. XX, 1940, nr. 8-9-10, p. 174-175 (onder ps. Joost van der Aa)
- Dr. Moller, jg. XX, 1940, nr. 8-9-10, p. 176-177 (onder ps. Joost van der Aa)
- Dietsche gestalten: Albrecht Rodenbach, jg. XXI, 1941, nr. 1, p. 3-7;
- ┼Raf Verhulst, jg. XXI, 1941, nr. 3, p. 31-33;
- De Blauwvoet: wat was hij? Wat wordt hij ?, jg. II, 1949, nr 10, p. 148-154 (onder ps. A. van Steen).
GUDRUN
- Mgr. Hlinka: strijder voor zijn volk (Groote nationale figuren), jg. XX, 1938, nr 1, p. 33-36;
- Jopie Fourrie (Groote nationale figuren), jg. XX, 1939, nr 2-3, p. 53-57;
- Eamon de Valera (groote nationale figuren) (2 afln.), jg. XX, 1939, nr 7, p. 183-188 en nr. 9-10, p. 246-252;
- Dietsche grootheid en tragiek, jg. XXI, 1939, nr. 1, p. 9-10;
- Iets over Bretanje, jg. XXI, 1939, nr. 2-3, p.35-38;
- Het einde van een monsterstaat, jg. XXI, 1940, nr. 7-9, p. 136-138 (onder ps. J. van der Aa);
- Peter Benoit (Groote nationale figuren), jg. XXI, 1940, nr. 7-9, p. 139-145;
- Albrecht Rodenbach (Groote figuren), jg. XXI, 1940, nr. 10-11, p. 175-184 (onder ps. J. van der Aa);
- Peter Benoit II (Groote nationale figuren, jg. XXI, 1940, nr. 11b, p. 208-214;
- Raf Verhulst ┼ , jg. XXII, 1941, nr. 3, p. 31-33;
- De Boerenkrijg, jg. XXII, 1941, nr. 7, p. 105-109;
- Emmanuel-Jozef van Gansen, 1766-1842 (Groote nationale figuren), jg. XXIII, 1942, nr.9, p. 145-148;
- Gestalten uit den Boerenkrijg: Meulemans en de uittocht der zesduizend, jg. XXIII, 1942, nr. 9, p. 145-148;
- De Ierse vrijheidsstrijd (2 afln.), jg. XXVII, 1954, nr 1, p. 21-25 en nr. 3, p. 65-70;
- Dosfel en Verschaeve: kroniek van een vriendschap, jg. XXVII, 1955, nr. 1, p. 1-28;
- Jezus, de Schelde, Vlaanderen: de ene liefde van Hammenecker, jg. XXIX, 1957, nr. 3, p. 76-81;
- Wies Moens, jg. XXIX, 1957, nr. 5-6, p. 117-127;
- Het werk van Wies Moens, jg. XXIX, 1957, nr. 5-6, p. 162;
- Ernest van der Hallen (1898-1948), jg. XXX, 1958, nr. 1-2, p. 2-13;
- Wies Moens 65 jaar, jg. XXXIII, 1961, nr. 1, p. 1-3;
- Leo Wouters 60 jaar, jg. XXXIII, 1961, nr. 1, p. 3-4.
DE JONGE NATIONAALSOCIALIST
- Het begin van den Boerenkrijg, jg. II, 1942, nr.3, p. 19-20.
DE NATIONAALSOCIALIST
- Zannekin en de slag bij Kassel, 23 augustus 1328, 22 augustus 1942.
- Het voorbeeld der brigands, 23 januari 1943
NIEUW VLAANDEREN (1934-1944)
- Nog verrassingen !, 8 februari 1936, p. 24;
- Rabelais en de doofstommen, 7 maart 1936, p.15;
- Abbé de l'Epée (2 afln.), 18 (p. 15+22) en 25 juli 1936 (p.15);
- El Mudo, 27 februari 1937, p. 6;
- Het jansenisme van abbé de l'Epée, 10 april 1937, p. 14;
- Uit de geschiedenis van het doofstommenonderwijs: Juan Pablo Bonet (2 afln.), 25 maart (p. 7) en 1 april 1939 (p. 6-7)
- Als bommen ontploffen in Engeland...Het IRA weer aan het werk (2 afln.), 13(p.7) en 20 mei 1939 (p. 7);
- Gestalten uit den Boerenkrijg: Em. J. van Gansen, 6 februari 1943, p. 6;
- Pieter van den Broeck: een koloniaal pionier (2 afln.), 24 (p.8) en 31 juli 1943(p. 16);
- Balthasar de Moucheron: een avontuurlijk koopman, 21 augustus 1943, p. 6-7;
- Isaak le Maire: een merkwaardig Vlaming, 9 oktober 1943, p.8;
- Olivier Brunel: de eerste Nederlandsche Noordpoolreiziger (2 afln.), 11 (p.6) en 25 december 1943(p. 22-23);
- Lodewijk de Geer: koning der kooplieden (2 afln.), 19 (p. 8) en 26 februari 1944 (p.6);
- Petrus Plancius: een beroemd aardrijkskundige (2 afln.) , 24 juni (p. 6) en 1 juli (p. 5)
VOLK EN KULTUUR
- Baron J.J. de Maer: 'brigand' voor de Boerenkrijg, 11 oktober 1941, p. 19-20;
- J.B. de Kever: "Commissaire de la république", 1 november 1941, p. 3-4;
- Het is te doen om een volk, 6 december 1941 p. 6+13;
- Om een waarachtig volksbewustzijn (Hendrik Conscience), 30 december 1941, p. 4-6;
- Het belang van kleinigheden, 24 januari 1942, p. 2-3;
- "Waerheit und Dichtung over de bende Bakelandt" (2 afln.), 21 maart 1942, p. 6-8 en 28 maart 1942, p. 2-3;
- Een monument ter ere van Zuid-Afrika, 2 mei 1942, p. 2-6 (onder ps. Joost van der Aa);
- Emmanuel-Jozef van Gansen (1766-1842), 16 mei 1942, p. 2-3;
- Liederen uit den tijd van den Boerenkrijg, 16 mei 1942, p. 6-7;
- "O Kruise, den Vlaming...", 16 mei 1942, p. 13-14;
- De Boerenkrijg, 16 mei 1942, p. 18-20;
- Het Wilhelmus ons volkslied, 11 juli 1942, p. 8-10 (onder ps. Joost van der Aa);
- Een fotoboek over onze eigen geschiedenis, 19 september1942, p. 2-5;
- Voor een werkelijk nationaal bewustzijn, 31 oktober 1942, p. 2-4;
- Een boek voor dezen tijd (F.M. Olbrechts "Vlaanderen zendt zijn zonen uit"), 16 januari 1943, p. 2-5;
- Volk en taal in Zuid-Afrika, 20 februari 1943, p. 2-4;
- Goede volksboeken '"Dietsche Gestalten"), 10 april 1943, p. 183-190;
- Maria van Bourgondië, 5 juni 1943, p. 342-345;
- 11 juli 1943, 10 juli 1943, p. 442 (onder ps. Jan van der Aa);
- De Boerenkrijg, 2 oktober 1943 p. 630;
- Onwil of onmacht (P. Drieskens "levet scone"), 16 oktober 1943, p. 649-651;
- Charlepoeng [Karel Jacquemijns], 4 december 1943, p. 742-743;
- Zuid-Afrika en wij, 18 maart 1944, p. 73-75;
- Het groot privilege van Maria van Bourgondië, 1 juli 1944, p. 217-219;
- De beteekenis van den Guldensporenslag, 15 juli 1944, p. 229-231.
VOLK EN STAAT
- Wij gedenken de Brigands, 26 januari 1941 (onder ps. Joost van der Aa);
- Dietsche gestalten: Albrecht Rodenbach, 23 maart 1941 (onder ps. E.B.)
- Bij de Van Gansen-herdenking 17 mei a.s., 12 en 15 mei 1942;
- Rollier en de Boerenkrijg in Klein-Brabant, 9 november 1942;
- Eamon de Valera, 11-12 april 1943;
- Nederlandse grootheid, 10 december 1943;
- "Een volk dat leeft" bouwt aan zijn toekomst, 18 december 1943;
- Daniël O'Connoly, 5 januari 1944;
- Traditie en toekomst, 7 januari 1944
VOLK EN STAAT (BIJDRAGEN IN DE REEKS "GESTALTEN")
- Johan de Witt, 25 december 1943
- Van Helmont, 29 december 1943
- Jan Evertsen, 4 januari 1944
- Jan Pieterszoon Coen, 8 januari 1944
- Jan van Riebeeck, 18 januari 1944
- Baron Jan Jozef de Meer, 20 januari 1944
- Frederik Hendrik, 29 januari 1944
- Pater P.J. de Smet s.j., 30 januari 1944
- Christiaan de Wet, 4 februari 1944
- Jan Huyghen van Linschoten, 8 februari 1944
- Hendrik, graaf van Brederode, 17 februari 1944
- Pieter van den Broeck, 25 februari 1944
- Paus Adriaan VI, 4 maart 1944
- Simon Steven, 16 maart 1944
- Stadhouder-koning Willem III, 19-20 maart 1944
- Michiel de Ruyter, 24 maart 1944
- Marnix van St. Aldegonde, 30 maart 1944
- Ortelius, 4 april 1944
- Hugo de Groot, 11 april 1944
- Robrecht de Smet, 20 april 1944
- Sneyssens, 22 april 1944
- Maurits van Nassau, 22-23 april 1944
- Witte de With, 29 april 1944
- Daendels, 2 mei 1944
- Petrus Canisius, 9 mei 1944
- Oldenbarneveld, 12 mei 1944
- Plancius, 16 mei 1944
- Van Gansen, 17 mei 1944
- Rollier, 23 mei 1944
- Kornelis Tromp, 28-29 mie 1944
- Willem Usselinx, 3 juni 1944
- Eugeen van Oye, 5 juni 1944
- Eamon de Valera, 7 juni 1944
- Filip de Goede, 15 juni 1944
- Dr. Alfons Depla, 17 juni 1944
- Lodewijk de Geer, 20 juni 1944
- Albrecht Rodenbach, 23 juni 1944
- Olivier Brunel, 24 juni 1944
- Christoffel Plantijn, 1 juli 1944
- Filip de Schoone, 6 juli 1944
- Gwijde van Dampierre, 7 juli 1944
- Robert d'Artois, 8 juli 1944
- Jan van Renesse, 9-10 juli 1944
- Pieter de Coninck en Jan Breydel, 11 juli 1944
- Paul Kruger, 14 juli 1944
- Jacob van Artevelde, 18 juli 1944
- Dr. Aloïs Bruwier, 26 juli 1944
- Hembyze, 4 augustus 1944
- Maarten Harpertszoon Tromp, 10 augustus 1944
- Piet Hein, 12 augustus 1944
- Willem van Ruibroek, 19 augustus 1944
- Zannekin, 22 augustus 1944
- Louis Botha, 27-28 augustus 1944
- Kardinaal van Rossum, 30 augustus 1944.
VOLKSKAMP
- Adriaan van Bergen: heer van Dolhain, admiraal der Watergeuzen, jg. VIII, 1944, nr. 1-2, p. 10-13.
[bron: https--schrijversgewijs.be/schrijvers/de-bruyne-arthur]
De Bruyne, Arthur
(Kruibeke 14 maart 1912 - Mortsel 9 oktober 1992). Broer van Hector de Bruyne.
Was de zoon van een onderwijzer uit Kruibeke die tijdens de Eerste Wereldoorlog les gaf aan een Belgische vluchtelingenschool in Gouda. De Bruyne werd gevormd in de normaalschool van Oostakker en was tot eind 1964 leraar voor doven en spraakgestoorden in Antwerpen. Daarna werd hij het hoofd van de pers- en documentatiedienst van Kerk in Nood-Oostpriesterhulp in Tongerlo, en in de periode 1978-1981 van haar internationale informatiedienst in Königstein.
De Bruyne was actief in de Vlaams-nationalistische jeugdbeweging en werd hoofdredacteur van De Blauwvoet. Tijdens de oorlog was hij lid van het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV), daarna medeoprichter van Rommelpot en medewerker aan Het Handelsblad van Antwerpen, De Vlaamse Linie, Het Pennoen en andere bladen. Zijn talrijke vulgariserende geschiedkundige bijdragen handelden over onderwerpen die hem als nationalist aantrokken: De Boerenkrijg (1948), De Guldensporenslag (1952), de Ierse vrijheidsstrijd en vooral het Vlaams-nationalisme.
De Bruyne maakte vooral naam door de journalistieke kronieken over het Vlaams-nationalisme en de oorlogsjaren die hij sinds 1956 publiceerde in 't Pallieterke onder de schuilnaam van E. de V. Vele daarvan werden gebundeld in boeken die een hoge oplage haalden, zoals "Pétits vicaires" (1968), Hendrik de Man - Cyriel Verschaeve (1969), De kwade jaren (5 dln., 1971-1976) en Trouw (1973). Terecht oordeelde Lode Claes dat dit alles werd geschreven "met andere doeleinden dan de historiografie", namelijk voor "het weerleggen van de repressie". E.H. Kossmann verklaarde in 1991 dat een werk als De kwade jaren, ter rechtvaardiging van de collaboratie, in Nederland onmogelijk was. Door zijn werk heeft De Bruyne in belangrijke mate bijgedragen tot de naoorlogse verspreiding van de Vlaams-nationalistische idee in continuïteit met de fascistische periode van de beweging.
De Bruyne heeft ook twee wetenschappelijke werken van lange adem op zijn naam. Het betreft twee biografieën, het genre dat zijn voorkeur wegdroeg. Joris van Severen, Droom en Daad (1961) was baanbrekend en blijft een waardevolle biografie van de leider van het Verdinaso. Hetzelfde geldt voor Lodewijk Dosfel 1881-1925. Kultuurflamingant, aktivist, nationalist (1967). Beide werken beleefden ongewijzigde heruitgaven. Ze zijn vlot geschreven maar wat wijdlopig, en steunen op een rijke documentatie. Ze bieden levendige portretten dankzij een fijn psychologisch aanvoelen en zin voor het detail en de anekdote. Maar beide missen synthese. De achtergrond van de V.B. en het nationalisme wordt er niet in uitgewerkt, en dus ook niet de invloed die Dosfel en Van Severen daarop uitoefenden.
De Bruyne heeft jarenlang gewerkt aan een derde grote biografie over Jules Charpentier. Afgezant van de Frontbeweging (1989), maar was niet meer in staat om de brokstukken van zijn documentatie te verwerken tot een geheel.
Literatuur
- L. Claes, Het verdrongen verleden, 1983;
- L. Wils, 'In memoriam Arthur De Bruyne', in WT, jg. 51, nr. 4 (1992), p. 245-247.
Lode Wils [bron: https--nevb.be/wiki/De_Bruyne,_Arthur]
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
Nieuwpoort+Deel Westende
68x bekeken
0x bewaard
Sinds 8 jan '25
Zoekertjesnummer: m2220992398
Populaire zoektermen
geschiedenis van ninoveeen geschiedenis van belgiegeschiedenis van de rijkswachtgeschiedenis van belgiede belgische auto geschiedenisnieuwe geschiedenis van belgiearthur de bruynegeschiedenis van vlaanderenatlas belgische geschiedenis in Schoolboekenpieter de bruyne in Kunst en Cultuur | Fotografie en Designgeschiedenis aalst in Geschiedenis | Stad en Regiogeschiedenis van brugge in Geschiedenis | Stad en Regiofred de bruyne in Sportboekendiest geschiedenis in Geschiedenis | Stad en Regiovespa motorblok in Onderdelen | Oldtimerskeskin velgen in Banden en Velgenmercedes sprinter 516 in Bestelwagens en Lichte vrachtbeyblade metal masters in Games | Nintendo DSpall mall in Jassen | Winterpaint merrie in Paardennijlen in Penningen en Medaillesmeet joe black in Dvd's | Actiemagimix nespresso in Koffiezetapparatenvakantiehuis ardennen honden in Vakantiehuizen | Belgi�