Kenmerken
Beschrijving
Iedereen wil jong blijven, maar we worden wel steeds ouder. De bevolking van veel landen zal binnen afzienbare tijd bestaan uit een groot deel interactieve senioren en een kleine groep werkende junioren. Deze groepen zullen steeds moeilijker in harmonie met elkaar kunnen leven. Ook Nederland en België zullen niet aan deze ontwikkelingen ontkomen. Het is maar zeer de vraag of de jongere generaties de tientallen jaren pensioen van al die ouderen zullen willen betalen.
De tegenstellingen zullen zich verscherpen. De jeugd staat voor dynamiek en levensvreugde en de ouderdom meer en meer voor inertie en erger nog, voor potverteren. De jongeren zullen zich met enorme kracht tegen de ouderen keren, omdat de jongeren de rekeningen van de ouderen niet meer willen betalen. Wanneer we nu niet ingrijpen ziet de toekomst er triest uit. Wie nu tussen de veertig en vijftig is, moet vrezen dat veel van zijn pensioenaanspraken volledige onrealistisch geworden zijn of dat snel zullen worden. De strijd is al begonnen!
RecensieDe auteur, een journalist van de aantoongevende krant Frankfurter Allgemeine, is in Duitsland ondermeer bekend door zijn duidelijke stellingname. Hij beschrijft de problemen die ontstaan doordat de de bevolking vergrijst: de geboortegolf-generatie wordt ouder en de aanwas is gering. Ouderen zullen als groep belangrijker worden: als markt, politiek etc., maar ook afhankelijker en kwetsbaarder. De generatie babyboomers zou zich meer bewust van de toekomstige situatie moeten worden: oud zijn wordt nu nog als afgeleefd, uitgeschakeld en als letterlijk waardeloos gezien. De houding van babyboomers ten aanzien van ouderdom zal dus drastisch moeten veranderen. Het boek is een pleidooi voor een beter gebruik maken van de scheppende kracht van de ouderdom en de bescherming en de zorgvuldige verzorging van de levensduur. Geen enkele generatie stond in de tweede helft van haar leven ooit voor zo een opgave! Het boek is zeer toegankelijk geschreven en in het algemeen goed vertaald.
NBD Biblion, Drs. H.H.M. Meyer