Peugeot 106

  • Compacte stadsauto van Peugeot
  • Voorloper Peugeot 107
  • Technisch nagenoeg identiek aan de Citroën Saxo
  • Geïntroduceerd in 1991
  • Lange productierun, tot 2004
  • Facelift in 1996
  • Bijna 3 miljoen stuks gebouwd
  • Snelle Peugeot 106 Rallye

Peugeot stelde de 106 in 1991 voor als instapmodel onder de toen nog erg populaire Peugeot 205. De 106 was beschikbaar met drie of vijf deuren (vanaf 1992) en stond op het grondig aangepaste onderstel van de Citroën AX. Het waren lichte auto’s met een onderstel dat al snel een goede reputatie opbouwde. De 106 was levendig en comfortabel tegelijk. Bovendien was hij in z’n tijd aantrekkelijk en modieus vormgegeven. Peugeot zou uiteindelijk net geen 2,8 miljoen stuks van de 106 bouwen.

Uitrustingsversies

De 106 was leverbaar in de uitrustingsversies XN (basis), XR (midden) en XT (de best uitgeruste). Daarnaast was er al snel een XS- en XSi-versie beschikbaar. Die was wat sportiever, een beetje als een GTI ‘light’. Een echte GTI was toen nog voorbehouden voor het gamma 205. Vanaf 1994 werd een lichtgewicht ‘Rallye’ aangeboden. Die was ontwikkeld door de sportafdeling van Peugeot en - toen nog - Talbot. Het modelletje kreeg een 1,3l benzinemotor met 100pk. Hij was ook lichter. Dat kwam omdat hij een aantal comfortitems moest ontberen. Hij had bijvoorbeeld geen elektrisch bedienbare zijruiten of een stuurbekrachting om bij het maneuvreren in een stedelijke omgeving te helpen. Een heuse 106 GTI met een 120pk sterke 1.4l benzinemotor werd in 1996 voorgesteld. Dat model zette de modernisering van het gamma extra in de verf. Vanaf dan was de 105 er steevast met gelakte, hertekende bumpers en een herwerkt interieur. De 106 tot 1996 wordt wel eens Phase I genoemd, terwijl die van na 1996 ook als Phase 2 kan omschreven worden.

Bij de meer bescheiden motoren horen een 1.0l, 1.1l, 1,3l en 1.4l benzine. Er was ook een diesel beschikbaar. Dat was een 1.5l viercilinder zonder turbo. Die was zuinig voor z’n tijd, maar voor alle 106 geldt dat die naar hedendaagse normen geen verbruikskoningen zijn.

De Citroën Saxo was technisch identiek aan de 106, maar die werd pas in 1996 aan het gamma van de Franse autobouwer toegevoegd. De 106 was toen al 5 jaar op de markt.

Alternatieven voor de Peugeot 106

Afhankelijk van het modeljaar en het budget kan ook naar opvolger Peugeot 107 gekeken worden. Die is echter verschillend van opzet en werd in samenspraak met Toyota gebouwd als een budgetvriendelijke en minimalistische stadsmus. De 106 leek toch net iets meer ambitie te hebben. Uitwijken kan je vanzelfsprekend ook naar een Citroën Saxo, maar dat had u zelf ook al bedacht. Andere concurrenten uit z’n tijd zijn een Volkswagen Lupo, Seat Arosa een Renault Clio of misschien zelfs een Twingo. Bij Toyota vind je dan weer een Yaris. Bij Nissan is er de Micra. De Koreanen van Hyundai of Kia zijn zich pas later echt beginnen moeien in dit segment.

Een tweedehands Peugeot 106 kopen

Eigenlijk is de Peugeot 106 een auto met een erg neutrale betrouwbaarheidsreputatie. Niet goed, niet slecht. Maar mechanische problemen zijn door de relatief simpele motoren wel zeldzamer dan ouderdomsverschijnselen. Van de pakweg 100 occasie 106’jes op 2dehands.be kost slechts een enkel exemplaar meer dan € 3.000. Voor de helft daarvan vind je er al met een beperkte kilometerstand. Omdat ze vaak gebruikt zijn als tweede of derde auto of als stadswagen, zijn benzines veel meer voorkomend dan de dieselvarianten. De GTI’s en Rallye zijn het meest gegeerd en eveneens het zeldzaamst.

Toon meer